Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Groenpluk: ingrijpen of laten rijpen?

Werkende voortijdig schoolverlaters

Door drs. M.M.C. Grootscholte*

Als gevolg van beleid en een aantrekkende economie zijn zowel het aantal voortijdig schoolverlaters als de jeugdwerkloosheid afgenomen. Een deel van de voortijdig schoolverlaters heeft een baan gevonden en is dus aan het werk gegaan zonder eerst een startkwalificatie te hebben behaald. De vraag is of hun werkervaring op langere termijn voldoende is om perspectief op de arbeidsmarkt te hebben en houden. Of dient er hard te worden ingezet op het alsnog behalen van een startkwalificatie. En als scholing noodzakelijk is, wie moet daar dan voor zorgen: de werkgever of de overheid?

Risicogroep
schollverlatersIn het nieuwe regeerakkoord nemen de thema's voortijdig schoolverlaten en vermindering van de jeugdwerkloosheid weer een belangrijke plaats in. Het economische tij is ten gunste gekeerd. De jeugdwerkloosheid daalt hierdoor naar verwachting zeer snel. De invloed van het economisch herstel op voortijdig schoolverlaten zou wel eens minder positief kunnen zijn. Voor jongeren die liever geld willen verdienen dan dat ze naar school gaan, zijn er door de aantrekkende economie steeds meer banen beschikbaar. Ook werkgevers zijn bij een krappe arbeidsmarkt eerder bereid voor een openstaande vacature een niet voldoende ge-schoolde werknemer of zelfs een voortijdig schoolverlater aan te nemen. Op korte termijn lijkt dit een positieve ontwikkeling. De werkgever ziet zijn vacature vervuld en de jongere kan aan de slag en in zijn eigen inkomen voorzien.

Is deze "groenpluk" op langere termijn ook positief? Nee, het aantal voortijdig schoolverlaters neemt hierdoor toe. Deze jongeren doen werkervaring op, maar op langere termijn ver-loopt de loopbaan van deze groep minder positief dan van jongeren die mét startkwalificatie de arbeidsmarkt betreden. De Taskforce jeugdwerkloosheid betitelt deze jongeren in haar advies aan het kabinet "Nu doorbijten" dan ook als een risicogroep. Zij moeten als eerste het veld ruimen wanneer zich beter gekwalificeerde jongeren melden, wanneer de economie weer tegenzit of op het moment dat ze te duur worden. Om deze jongeren een betere toe-komst te kunnen geven is het van belang dat zij ofwel langer op school blijven of bij hun werkgever alsnog een startkwalificatie behalen.

Participeren
Niet alleen vanuit het perspectief van de jongeren zelf is het nodig een startkwalificatie te halen. Economische groei, vergrijzing en ontgroening leiden tot verder toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Het is van belang dat iedereen die op de arbeidsmarkt kan participeren ook daadwerkelijk deelneemt. Steeds duidelijker is zichtbaar dat participatie op de arbeids-markt alleen mogelijk is met een gedegen opleiding. Daarbij is de kanttekening op zijn plaats dat in sommige sectoren een opleiding zonder startkwalificatie voldoet, bijvoorbeeld in de bouw, en de schoonmaak. De landelijke trend is echter dat bedrijven personeel zoeken met een kwalificatieniveau dat zelfs hoger ligt. Om dus op langere termijn arbeidsmarktknelpunten zoveel mogelijk te beperken, is investering in scholing nu noodzakelijk.

Het probleem in kaart
In Nederland verlaat een grote groep jongeren jaarlijks voortijdig, zonder startkwalificatie, het onderwijs. In 2005-2006 waren dit 56.500 jongeren. Op dit moment vindt 65% van de-ze jongeren een baan, 48% heeft een vast contract (zie figuur 1).

Figuur 1: arbeidsmarktpositie 15-22 jarige voortijdig schoolverlaters, 2002 - 2005 gemiddeld.

 

schoolverlaters

Bron: EBB, CBS 2006

Jaarlijks komt een aanzienlijke groep werkenden zonder startkwalificatie op de arbeids-markt. De vraag is in welke mate werkgevers in deze jongeren investeren en ze perspectief bieden, ook wanneer ze duurder worden na hun 23ste. Research voor Beleid heeft onlangs voor de gemeente Almere de situatie van voortijdig schoolverlaters in deze gemeente in kaart gebracht. Driekwart van de werkende voortijdig schoolverlaters in Almere zegt bij de huidige werkgever te kunnen en willen blijven werken en daar ook doorgroeikansen en op-leidingsmogelijkheden te zien.

Dit lijkt op het eerste gezicht positief. De vraag is natuurlijk hoe realistisch de waarneming van deze jongeren is. Verder is een belangrijke vraag in hoeverre ze zelf graag terug naar school willen. Van de werkende voortijdig schoolverlaters uit Almere overweegt eenderde wel eens terug te gaan naar school. Ruim de helft zou werk en school willen combineren en een iets kleinere groep is bereid in de avond een opleiding te volgen (zie tabel 1).

Tabel 1: Stellingen over het terugkeren naar school (N=300)

 (volledig) mee eensBeetje eensBeetje oneens

(volledig)

oneens

Ik heb er spijt van dat ik van school ben gegaan30%10%16%44%
Als het mogelijk is begin ik direct weer met school36%8%13%43%
Ik zou graag werk en school willen combineren56%10%12%22%
Ik ben bereid in de avond een opleiding te volgen44%9%12%34%
Als alles voor me geregeld wordt, ga ik direct weer naar school38%7%13%42%

 

Een grote groep werkende voortijdige schoolverlaters heeft slechts een klein duwtje in de rug nodig heeft om de stap richting startkwalificatie te maken.

Het duwtje in de rug
De aangewezen persoon voor dit extra zetje is in eerste instantie de werkgever. Logischerwijs scholen werkgevers alleen wanneer dat in hun bedrijfsbelang is. Op dit moment voelen ze voor deze groep nog niet de noodzaak daartoe. De vacatures zijn gevuld en de werkzaamheden worden uitgevoerd. Als een bedrijf personeel schoolt maar geen bijbehorende (hogere) functie aanbiedt, houdt dat een grotere kans op verlies van de betreffende werknemer in. Door zijn opleiding kan hij elders beter aan de slag. Pas op langere termijn, als de werkgever geen voldoende opgeleiden kan vinden voor zijn vacatures, is hij geneigd zitten-de werknemers bij te scholen. Het algemeen belang is erbij gebaat dat bedrijven nu al gaan scholen. De overheid zal hier een stimulerende rol moeten spelen en werkgevers moeten overtuigen van de noodzaak.

Recente initiatieven
De laatste jaren komt er vanuit de overheid steeds meer aandacht voor werkenden zonder startkwalificatie. In 2000 werd de Lissabon-doelstelling geformuleerd dat in 2010 minimaal 80% van de beroepsbevolking van 25 tot 65 jaar over een startkwalificatie beschikt. De Raad voor Werk en Inkomen heeft het ministerie van SZW in 2005 geadviseerd werkgevers, die jongeren tot 23 jaar zonder enige kwalificatie verder willen scholen op de werkplek, hiervoor een fiscale tegemoetkoming te geven. De Taskforce jeugdwerkloosheid heeft dit in haar advies aan het nieuwe kabinet overgenomen. Zij adviseert het kabinet werkgevers fiscaal te blijven ondersteunen om werkende voortijdig schoolverlaters alsnog, bij voorkeur via een leerbaan, een diploma te laten behalen.
In het overleg tussen de overheid en werkgevers van juli 2006 Is de afspraak gemaakt dat de Stichting van de Arbeid de sociale partners aanbeveelt in CAO's afspraken te maken over scholing van werkende jongeren. Ook is er een brief van de Minister van Onderwijs uitge-gaan naar partijen die zich bezighouden met werken en leren in het veld. Hierin is gevraagd de werkgevers in de regio te attenderen op het belang van het opleiden van werkende jongeren zonder startkwalificatie. Mogelijkheden zijn het volgen van een duale opleiding en/of EVC (elders verworven competenties)-procedures. ESF3 kent een deelprogramma gericht op scholing voor werkenden zonder startkwalificatie. Het gebruik daarvan valt tegen. Volgens voor dit programma verantwoordelijke O&O-Fondsen ligt dit grotendeels aan de gebrekkige motivatie van zowel werkgevers als werknemers.

De weg te gaan
In het regeerakkoord laat het nieuwe kabinet zien het belangrijk te vinden dat jongeren een startkwalificatie halen, zodat zij straks niet langs de zijlijn van de arbeidsmarkt staan. De regering wil een leer/werkplicht invoeren voor jongeren tot 27 jaar. Indien de jongere hier niet aan meewerkt, kan de uitkering worden ingehouden.
Bij deze maatregel wordt een belangrijke groep over het hoofd gezien: de werkende jonge-ren zonder startkwalificatie. Naar verwachting zal de "groenpluk" door de aantrekkende economie toenemen. Zoals gezegd, zijn werkgevers weinig gemotiveerd deze jongeren alsnog te scholen tot het startkwalificatieniveau, zelfs als een aanzienlijk deel van de betreffende jongeren graag werk en scholing combineert. Toch is scholing nu voor werkgevers van belang: alleen zo kunnen in de nabije toekomst de oudere, ervaren krachten worden ver-vangen.
Een belangrijke partner voor de mogelijk aarzelende werkgevers kan de gemeente zijn. Op lokaal gebied komen zaken als voortijdig schoolverlaten, werkloosheid en lokale werkgelegenheid samen. Als gemeenten niet mede ervoor zorgen dat de jongeren in hun gemeenten voldoende geschoold zijn, is de kans groot dat ze deze groep straks aan de uitkeringspoort weer tegenkomen. Veel gemeenten voeren een actief arbeidsmarktbeleid en hebben reeds een werkgeversbenadering opgezet. In dat kader past ook het stimuleren van werkgevers werkende jongeren zonder startkwalificatie een relevante scholing aan te bieden. Sommige gemeenten zijn hier reeds mee bezig, zoals Almere. Research voor Beleid voert daar een onderzoek uit naar de mogelijke rol van de gemeente bij het stimuleren van jongeren en hun werkgevers tot het volgen van scholing. Als de landelijke en de lokale overheid de handen ineen slaan om werkgevers en jongeren daartoe aan te zetten, kan dat op termijn een forse bijdrage leveren aan de beschikbaarheid van voldoende arbeidspotentieel. Ingrijpen in de "groenpluk" is dus ook van belang in het kader van het vergrijzingsbeleid.

- Research voor Beleid heeft in 2005 de groep voortijdig schoolverlaters in de gemeente Almere in kaart gebracht. Bij 30% van de jongeren die geregistreerd stonden als voor-tijdig schoolverlater in de gemeente is een enquête afgenomen.
- Op dit moment voert Research voor Beleid in opdracht van de gemeente Almere een onderzoek uit naar de rol die de gemeente kan vervullen bij het stimuleren van jongeren en hun werkgevers om tot scholing over te gaan.

Bronnen:
De arbeidsmarktpositie van schoolverlaters en werkenden zonder startkwalificatie, RWI, april 2004
Startklaar, voorstellen voor sluitende aanpak jongeren zonder problemen, RWI, september 2005

*Miranda Grootscholte is senioronderzoeker bij Research voor Beleid.

 

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,103,286,0,html