Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 28 07
F: 079 - 343 01 01
De grens tussen thuiszitten of op straat staan is flinterdun
door dr. H.M.Post*
'Minder geld voor centrumgemeenten', koppen de regionale kranten boven de klacht van centrumgemeenten dat staatssecretaris Bussemaker van VWS de verdeling van de landelijke doeluitkering voor maatschappelijke Opvang en Verslavingsbeleid (MO/VB) wil herzien ten gunste van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, de G4. Het gaat bij die herschikking om een bedrag van ongeveer 25 miljoen euro. De totale doeluitkering bedraagt, inclusief overheveling OGGz middelen per 2007, ruim 243 miljoen euro.
Tussen het Rijk en de vier grote steden is afgesproken de aanpak van dak- en thuislozen en zij die dat dreigen te worden te intensiveren, dakloosheid te voorkomen en daarmee de overlast voor burgers te verminderen. De G4 en het Rijk beogen een persoonsgerichte, minder vrijblijvende aanpak van daklozen. Een van de doelstellingen van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang is dat vóór 2010 voor alle 10.000 daklozen in de grote steden een trajectplan is opgesteld, waarbij ze zover als mogelijk voorzien worden van inkomen, zorg en werk.
Het Rijk wil dat ook de overige centrumgemeenten een plan van aanpak voor maatschappelijke opvang opstellen. Centrumgemeenten krijgen met deze plannen van aanpak een regisserende en coördinerende rol en zullen afstemming zoeken met de regiogemeenten binnen hun verzorgingsgebied.
Enkeltje Rotterdam
Ronald Bosker, voormalig coördinator Stedelijke Opvang, Zorg en Welzijn van de gemeente Rotterdam, is sinds ruim een jaar bezig met de uitvoering van het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang.
Reagerend op de klacht van de centrum-gemeenten zegt hij: "Wanneer het rapport over de verdeling van de gelden gevolgd wordt, gaan er in principe tien gemeenten op vooruit en drieëndertig op achteruit. Die laatsten zijn daar dus niet blij mee. Toch zal er een herverdeling moeten komen, want sommige gemeenten krijgen meer dan ze uitgeven en de G4 krijgen te weinig. Hoeveel te weinig? De G4 geven in totaal voor de genoemde beleidsvelden een bedrag uit van bijna 150 miljoen euro, terwijl de doeluitkering ruim 60 miljoen bedraagt. In de overige 39 centrumgemeenten wordt een bedrag uitgegeven van 159 miljoen euro terwijl hier de Rijksbijdrage 116 miljoen bedraagt. Hoewel de G39 de laatste jaren iets inlopen, is deze ongelijkwaardigheid nu al meer dan een decennium lang een feit, een te groot verschil. Daarnaast is de problematiek van de doelgroep in de G4 omvangrijker en complexer dan in de veel andere centrumgemeenten. Ook worden mensen vanuit andere regio's regelmatig met een enkeltje naar Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht gestuurd. Deze scheve verhouding in de verdeling van de inzet van middelen en de omvang en complexiteit van de zorgzwaarte is aanleiding om bij het Rijk een nieuwe verdeling van de doeluitkering te vragen. Ondertussen hebben er een aantal onderzoeken plaatsgevonden. Deze hebben nog niet geleid tot besluitvorming hoewel ze de visie van de G4 onderschrijven."
In 2004 heeft de minister voor grotestedenbeleid met alle grote steden afgesproken om een onderzoek te laten doen naar de verdeling van de middelen voor maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb) over de centrumgemeenten. De uitkomst van het onderzoek moest leiden tot adequate financiering van landelijke grootschalige voorzieningen en tot nieuwe maatstaven voor een verdeelsleutel. Dit onderzoek kon pas in oktober 2006 starten, terwijl de resultaten vóór 1 maart 2007 beschikbaar moesten zijn voor nadere besluitvorming. Het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO) heeft dit onderzoek verricht. De conclusies van IOO zijn dat de middelen zeer onevenwichtig verdeeld worden over de centrumgemeenten en dat de rijksmiddelen met nieuwe verdeelmodellen en verdeelparameters evenwichtiger verdeeld kunnen worden. De Raad voor de financiële verhoudingen gaf in haar second opinion op het IOO-onderzoek aan dat de onevenwichtige verdeling van de rijksmiddelen in voldoende mate is aangetoond, dat er reden is om over te gaan naar een nieuw verdeelmodel en dat de nieuwe verdeelparameter 'opvangdruk' van IOO in beginsel een goed criterium is voor een rechtvaardige verdeling van de middelen. Tegelijkertijd was de Raad er niet van overtuigd dat de basisgegevens van de gemeenten die IOO heeft gebruikt voldoende betrouwbaar waren. Verder achtte de Raad het wenselijk om de voorgestelde nieuwe verdeelmodellen meer kostengeoriënteerd en meer inhoudelijk te onderbouwen. De staatssecretaris van VWS heeft de aanbevelingen van de Raad overgenomen en besloten de basisgegevens nader te toetsen om op basis daarvan een eerste stap te zetten in de richting van een meer rechtvaardige verdeling van de middelen.
Groot maatschappelijk probleem
"Er gaat veel geld om in de maatschappelijke opvang en verslavingszorg. De Brede Doeluitkering voor drieënveertig centrumgemeenten is in principe 182 miljoen. Daar is in 2007 door de overheveling van OGGz middelen 60 miljoen bijgekomen. De drieënveertig centrumgemeenten leggen daar gezamenlijk ongeveer 130-150 miljoen bij, dan zitten we, de OGGz gelden niet meegerekend voor 2006 maximaal op 309 miljoen. Vanuit de AWBZ wordt er naast het geld voor MO/VB voor deze groep nog veel gefinancierd. In Rotterdam krijgt Bavo Europoort, een instelling voor geestelijke gezondheidszorg, geld uit de AWBZ en zo ook het psychiatrisch ziekenhuis Delta. Van deze patiënten zou ongeveer 20 procent onder het plan van aanpak kunnen vallen. Neem je daarbij ook de nog de andere instellingen voor MO/VB dan kom je alleen al voor Rotterdam, voor de invoering van het Plan van aanpak, op meer dan 35 miljoen. Extrapoleer je dat naar het land dan zit je op ongeveer 350 miljoen. In totaal gaat er landelijk meer dan 650 miljoen om voor de opvang en zorg voor dak- en thuislozen.
In Rotterdam zijn er tussen de 3500 en 5000 dak- en thuislozen, ongeveer 10 % van het geschatte landelijke totaal. Met het Rijk is in het kader van het Plan van Aanpak afgesproken dat 2900 van hen voor 2010 een trajectplan zijn opgesteld. Voor 60 % van deze groep moet er sprake zijn van een stabiele mix van verblijf en zorg. Dat betekent een vast adres en regelmatig contact met de zorg, dat de schuld gesaneerd is, de dagbesteding geregeld, evenals de zorgverzekering en uitkering. Er zal nooit een grote uitstroom naar zelfstandigheid komen: veel cliënten moeten een leven lang begeleid worden.
Inderdaad zijn daarmee veel fte's gemoeid. Op ons Sozawe-kantoor houden vijf mensen zich beleidsmatig bezig met maatschappelijke opvang, bij de GGD vijf met het verslavingszorgbeleid. Daarboven staat een projectleider, verantwoordelijk voor de uitvoering van het plan van aanpak. Binnen het project zijn een aantal ambtelijke teams gevormd waar gemeentebreed mensen uit diverse diensten aan deelnemen. Binnen dit plan zullen 1200 plaatsen worden gerealiseerd, 600 intramuraal in 'nieuw sten en metselwerk', en er komen ook nog eens 400 wooneenheden met ambulante woonbegeleiding voor 600 personen. Als je een werker acht uur op dienst wilt hebben in een 24-uursvoorziening en rekening houdt met vakantie en ziekte, zijn ongeveer 2,4 fte nodig om één dienst te kunnen draaien. Het neveneffect is een enorme werkgelegenheid.
Wat de dagbesteding betreft, de mensen in het traject willen graag dingen doen, 'anders zitten we de hele dag te zitten'. We gaan nu een projectleider activering instellen. Deze gaat van alles regelen, van stage in de havens en meubels maken tot computercursussen en kunstzinnige vorming. Vegen kan iedereen.
Het vorig College was een 'leefbaar' college en was meer gericht op de veiligheidskant voor de burger, en niet ten onrechte. Naast werkelijke overlast ervaart de burger visuele overlast van de doelgroep, mensen ergeren zich aan zwervers in het straatbeeld. Deze aanpak heeft onder andere geleid tot het Plan van Aanpak MO. Het huidige College is meer gericht op de zorgkant, zonder daarbij de andere kant uit het oog te verliezen. Repressie en zorg gaan hand in hand."
Regiobinding
"Wil een dak- en thuisloze in Rotterdam toegang tot de voorzieningen krijgen dan moet hij een regiobinding hebben, hij moet bij het centrumgemeentegebied Rotterdam behoren. Als iemand kan aantonen hier van de laatste drie jaar twee jaar ingeschreven te staan of bekend te zijn bij de zorg krijgt hij toegang tot de Rotterdamse maatschappelijke opvang. Komen mensen uit een andere regio dan wordt met die regio contact opgenomen en worden ze teruggeleid. Het kan zijn dat een dak- en thuisloze daar echt door de zorg 'gepakt' is en hij er graag aan wil ontsnappen. Voldoet iemand niet aan de criteria maar heeft hij hier bijvoorbeeld een sociaal netwerk of familie dan wordt hij toch toegelaten. Bij het Centraal Onthaal krijgt hij een pas voor de maatschappelijke opvang en binnen een maand moet een algemeen diagnose formulier zijn ingevuld.
Eens per week is er een bijeenkomst van de Traject-toewijzingscommissie. Daarin hebben vertegenwoordigers van de GGD, SoZaWe en van de Rotterdamse zorginstellingen zitting. De commissie bepaalt op grond van het diagnose formulier en het verdere dossier, waar de cliënt het best in zorg genomen kan worden. De persoon krijgt een cliëntmanager en wordt opgenomen in het centrale registratiesysteem, dat Evita heet. De GGD heeft trajectmanagers in dienst die de cliëntmanagers wijzen en aanspreken op eventuele hiaten in het traject van de cliënt. Bijvoorbeeld wanneer een schuld nog niet is gesaneerd, of er nog geen juiste woonbegeleiding is. Amsterdam, Den Haag en Utrecht hebben eenzelfde methodiek.
Wanneer de centrumgemeenten in het hele land net als de G4 naast de regiobinding dezelfde systematiek in zouden voeren, zouden ook de systemen gekoppeld kunnen worden. Dat maakt de afspraken met andere steden over cliënten overzichtelijk. Het is immers niet zo handig met elkaar te strijden."
Reclame voor leningen verbieden
"Naast de dak- en thuislozen zijn er ook nog de verkommerden en verloederden. Op de lijst van niet echt zo succesvolle wijken scoort Rotterdam helaas hoog. Bij huizen met kapotte ramen, vuile vitrage, verfloze deuren en kozijnen, kun je aan de buitenkant zien wat zich er binnen afspeelt. Binnen wonen vaak mensen die nauwelijks hun hoofd boven water kunnen houden en diep in de schulden zitten. De groep dak- en thuislozen is nog redelijk in beeld te brengen, zij melden zich wel bij de instellingen, maar op de verkommerden en verloederden hebben we minder zicht. De groep is waarschijnlijk veel groter dan wij denken. We zien grote ellende bij de Sociale Dienst en de Kredietbank Rotterdam. Er zou overwogen moeten worden reclame voor leningen te verbieden. Er staat, naar analogie van 'roken is dodelijk', bij die reclames nooit: 'lenen is niet bevorderlijk voor leven en gemoedsrust'. Je wordt dringend uitgenodigd te lenen, maar als je die leningen niet meer kunt betalen.... De grens tussen je zaken goed voor elkaar hebben en door allerlei onverwachte omstandigheden op straat belanden is flinterdun. Zeker als daarbij nog sprake is van verslaving, verlies van werk en schuldenproblematiek.
Vaak zie je problemen al in een vroegtijdig stadium bij jongeren ontstaan. Rotterdam heeft grote behoefte aan wooneenheden voor jongeren. Het gaat om jonge alleenstaande moeders, jongeren met een uitkering, jongeren met schulden en jonge ex-delinquenten. Hoe je als jongere in de ellende terechtkomt? De grote stad zendt veel prikkels uit waaraan jongeren die daar gevoelig voor zijn geen weerstand kunnen bieden."
Bosker besluit met de stelling dat het van groot belang is dat het Rijk de onevenwichtigheid in de verdeelsleutel opheft. Een aantal onderzoeken heeft de scheve verdeling aangetoond. De doeluitkering voor de G4 zou met ongeveer 25 miljoen euro structureel moeten toenemen. Dit bedrag is absoluut noodzakelijk om tegemoet te komen in de dekking van de nog resterende tekorten op de Plannen van Aanpak G4. Hij is van mening dat het Rijk dit bedrag ook zou kunnen bijplussen zonder noodzakelijkerwijs de andere centrumgemeenten hiervoor te korten. Hierdoor kan de weerstand in deze gemeenten worden weggenomen.
Rapport en bronnen:
Onderzoek budgetverdeling maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid: vraag, middelen en bekostiging, IOO, maart 2007.
Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv), Second opinion verdeelonderzoek maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid,
31 mei 2007.
Brief van de Staatssecretaris van VWS aan de Tweede Kamer over de maatschappelijke opvang: het verdeelmodel, 4 juni 2007.
Tweede Kamer, Algemeen Overleg maatschappelijke opvang met de staatssecretaris van VWS en met de minister van Wonen, Wijken en Integratie, dd. 7 juni 2007
*Hedda Maria Post is redacteur van BASIS
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,104,301,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2010