Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Het Wereldmonster is machtig

Over kennis, irrationaliteit en vooruitgang

Door Gerben Hellinga*

In de vroege zomer van 1973 heb ik met een aantal andere Amsterdammers het half afgebroken en vrijwel verlaten dorpje Ruigoord in de Houtrakpolder ten Westen van Amsterdam gekraakt. Met onze actie wilden wij de aandacht van het publiek en de media vestigen op de afbraak van dit karakteristieke, landelijke gebied op tien kilometer van de Dam ten behoeve van de uitbreiding van de Amsterdamse haven.

Deze uitbreiding van de Amsterdamse haven vond plaats buiten de gemeentegrens en ging niet alleen in tegen de wil van de dorpsbewoners, die gedwongen moesten verhuizen, en van de gemeenteraad van Halfweg, die zich overvallen voelde, maar voltrok zich ook zonder dat daarvoor de juiste procedures werden gevolgd.
Tengevolge van onze actie kwam de afbraak van het dorpje tot stilstand en moest de geplande uitbreiding van het Amsterdamse havengebied worden stilgelegd. Ruim dertig jaar later is de Afrikahaven uiteindelijk aangelegd en in gebruik genomen. Het voormalige dorpje, getransformeerd tot een werkplaats voor kunstenaars ligt nu pal naast de haven als een groene oase tussen de bedrijfsterreinen.

ruigoordDe kraakactie veranderde ook mijn eigen bestaan ingrijpend want ik ben daarna in Ruigoord gebleven. Onze actie was een regelrecht gevolg van het Rapport van Rome, dat in 1972 was uitgekomen. Daarin stond hetzelfde wat Al Gore nu zegt, maar vanuit het perspectief van die tijd waardoor het op sommige punten wat overtrokken lijkt. Er werd bijvoorbeeld in voorspeld dat rondom het jaar 2000 de olie min of meer op zou zijn. Maar de kern van het rapport was dat de mens bezig is zijn eigen leefomgeving te vernietigen. Volgens de wetenschappers, die het hadden opgesteld, dreigde er niet alleen een olietekort maar ook een opwarming van de aarde met klimatologische veranderingen. Bovendien waren de zeeën aan het sterven door vervuiling en overbevissing en werden de bossen en oerwouden omgehakt waardoor de aarde door erosie, woestijnvorming en overstromingen bedreigd werd. Ontvolking van het platteland en volksverhuizingen zouden het gevolg zijn. De conclusie was dat de mensheid zijn levenswijze zeer dringend radicaal moest gaan veranderen. In grote lijnen was iedereen het er mee eens, maar het effect was vrijwel nihil. Het was natuurlijk een dankbaar onderwerp voor de televisie en de journalistiek, maar het had geen politieke gevolgen.
De milieubeweging werd daarna nog steeds niet serieus genomen, voorstanders van een groene economie bleef men zien als idealistische geitenwollensokkendragers. Aan de bovenkant van de maatschappij, onder de politici, bestuurders, ondernemers en intellectuelen begreep men wel dat er iets dreigde maar men kon er zich geen voorstelling van maken. De aarde was zo ver verwijderd van een ecologisch evenwicht, dat een veranderingsproces in die richting utopisch leek.

Rapport van Rome
Ik denk dat het gebrek aan voorstellingsvermogen een heel grote rol speelt in de menselijke tragedie. De wereld gaat met het milieuprobleem om zoals veel mensen met obesitas, die ondanks alle voorlichting geen relatie zien tussen hun eigen overgewicht en de spullen waarmee zij hun supermarktkarretjes vullen.
Toen het Rapport van Rome uitkwam begrepen maar weinigen wat ons te wachten stond. De waarschuwende stemmen werden doemdenkers genoemd. En net toen er meer begrip begon te komen en er op allerlei deelgebieden vooruitgang werd geboekt, daalde op 1 April 1986 de olieprijs onder de tien dollar per barrel. De files zwollen aan en de wereldbevolking ging voortaan met het vliegtuig op vakantie.
Nu beginnen de poolkappen te smelten. Zelfs bij een onmiddellijke, radicale verandering zal het effect van de opwarming nog heel lang doorwerken, met voorspelbare en onvoorspelbare gevolgen.

Toen destijds de consequentie van het Rapport van Rome tot mij doordrong en ik besefte dat ik waarschijnlijk zou beleven dat het ecologische systeem van de aarde door de menselijke beschaving verwoest werd, was ik lange tijd depressief. Door een artistiek succes krabbelde ik weer op, maar van de inzichten die ik in die dagen kreeg, heb ik geen afstand gedaan.
Hoe leef je in een wereld waarvan je weet dat deze aan het afsterven is? Dat werd mijn probleem. Je wilt niet permanent boos of verdrietig of cynisch zijn, maar ook niet je kop in het zand steken. Zo kwam ik in Ruigoord terecht. Daar was een overheid op allerlei manieren verkeerd bezig. Een protestactie daartegen was een rationele handeling en een duidelijk signaal. Het was niet onze bedoeling om er te blijven. Wij wilden dat er tamtam ontstond en dat de dorpskerk zou blijven staan als werk - en repetitieruimte. Maar aan het eind van de dag waren we plotseling krakers geworden.
Om Ruigoord te behouden noesten we actie blijven voeren. We bestudeerden rapporten, maakten alternatieve plannen en zochten de publiciteit. Door mijn contacten met politici, ambtenaren en ondernemers ging ik toen zien dat de milieuproblematiek een onderdeel is van een veel groter 'complex'.

Kiezers en actievoerders denken dat politieke partijen over macht beschikken waarmee zij verbeteringen kunnen bevorderen of tegenhouden Als de meeste neuzen dezelfde kant opstaan zou alles beter gaan, is het idee. In theorie is ook zo, daarom is het de moeite waard om betrokken te blijven bij de politiek. Ik geloof ook nog steeds in het 'verbeter de wereld, begin bij jezelf' uit de jaren zestig. Mensen moeten bezig blijven met hun eigen omgeving en deze beschermen, anders blijft er niet veel van over. Maar met goede bedoelingen en kleine stapjes worden de grote problemen niet opgelost.

Eigenbelang
Geleidelijk ben ik gaan begrijpen dat 'de macht' niet in handen is van politici of van ambtenaren, en ook niet van het bedrijfsleven, de multinationals of de aandeelhouders, zelfs niet van de militairen, de wapenindustrie of de terroristen en ook niet van de media.
Zij beschikken, ieder op hun eigen terrein, over een deeltje van de macht, maar op het gebied van anderen zijn ze onmachtig. Ze zijn echter allemaal zodanig met elkaar verstrengeld geraakt en onontwarbaar met elkaar verknoopt en vergroeid dat daaruit een schijnbaar wezen is ontstaan. Dit onzichtbare anti -wezen, dat parasiteert op de wereld, belichaamt de werkelijke macht. Het kent geen ratio en geen menselijkheid, het heeft geen sekse en geen nationaliteit, geen geloof en geen filosofie. Het is onsterfelijk. In ieder geval wil het dat zijn want het heeft maar een drijfveer: het wil zichzelf instandhouden, ten koste van alles. Daartoe bedient het zich van ieder middel dat voorhanden is: het pompt de bureaucratie op, creëert oorlogen, stimuleert corruptie, uitbuiting en dictatuur. Het hakt bossen om, vervuilt de lucht en besmeurt de zeeën. Het produceert ziektekiemen en raketten. Het verrijkt zich aan water - en voedseltekorten, aan afval en aan dumping. Het vreet zich vol en heeft nooit genoeg. Het doorkruist alle plannen, gaat in tegen alle verwachtingen en smoort het nieuwe in de kiem. Alles bij elkaar gevoegd en in een paar woorden samengevat: het laat ons precies het tegenovergestelde doen van wat we zouden moeten doen.
In de oudheid kende men de Hydra, een veelkoppig monster, een mensenetende draak. De moderne variant is dit door onszelf geschapen wereldmonster dat nu de werkelijke macht op aarde in zijn klauwen heeft, die het nooit los zal laten.

Voor Gerben Hellinga is Ruigoord een plek geweest om te overleven. 'Het was niet de bedoeling er te blijven', schrijft hij, 'maar om Ruigoord als plaats te behouden moest continu actie gevoerd worden'. De eerste actie tegen de ontruiming had succes en dat leidde ertoe dat er meer dan dertig jaar gestreden werd tegen de onophoudelijk dreigende afbraak van het dorp in het Amsterdamse havengebied. De bewoners van Ruigoord en de kunstenaars uit Amsterdam begonnen een unieke samenwerking. Algemeen belang viel samen met eigenbelang. Niemand baas, niemand macht, geen regels, geen structuren. Maar wel plattelanders en stedelingen die op verschillende manieren dachten, individu en collectief. Het was intensief en zwaar, natuurlijk was er ruzie, maar het kwam ook steeds weer goed. De weg is met vallen en opstaan afgelegd en heeft uiteindelijk geleid tot een groene oase in het industriële havengebied. Iedereen mocht en mag meedoen, iedereen is welkom, alles gaat op basis van vrijwilligheid, waarbij de paradox natuurlijk is dat inzet geëist wordt.
Op speelse manier zette men zich af tegen 'burgerlijkheid' en werd gepoogd de verwrongenheid van de samenleving aan de kaak te stellen. De eerste manifestatie was een vliegerfeest. De zachte luchtvaart als tegenhanger van de harde luchtvaart. De krakers waren volgens Hellinga niet zozeer idealisten als wel mensen die in een culturele traditie staan. De traditie van dadaïsme, surrealisme, existentialisme, punk en provo. Het waren acties tegen de dominante cultuur en tegen het consumentisme.
'We waren omringd door zand in het begin. In de loop der jaren kwam er eerst groene waas over het zand, daarna struiken, bloemen, planten, bomen, een jungle, je waande je in Australië. Een gebied waar bijna niemand kwam behalve soms een bioloog om onderzoek te doen. Het is een groene plek in een versteende wereld. Een plek des te groener omdat hij midden in het industrie gebied ligt.'
Nu wonen er geen mensen meer in Ruigoord. Kunstenaars hebben er hun ateliers. Met het Havenbedrijf zijn de relaties goed. De bedrijven gevestigd in de haven laten hun bezoekers trots de prachtige plek midden in de haven zien. De Aziatische bezoekers vinden het geweldig.

Ik ben bijna zeventig en het hoort bij de leeftijd om dan somber te zijn over de toekomst, gezien de eigen perspectieven. Ik weet ook dat de jonge generaties van deze tijd optimistisch zijn over hun toekomst. Dat is begrijpelijk, want het consumentisme waarin zij zijn opgegroeid is optimistisch. Volgens de reclames kan het leven voor iedereen alleen maar beter worden. Maar nu ik eenmaal heb geleerd hoe je het wereldmonster kunt waarnemen zie ik het overal. Mijn leerschool was het Gemeentelijk Havenbedrijf, een bureaucratisch bastion waar men jarenlang bleef doordrammen tot het doel, een plan dat stamde uit het begin van de jaren vijftig, eindelijk bereikt was. Den Uyl was toen wethouder van Economische Zaken in Amsterdam. Hij had een visioen van een woud van rokende schoorstenen tussen Amsterdam en IJmuiden, een soort klein China langs het Noordzeekanaal, dat ons grote welvaart zou gaan brengen. Maar de zware industrie verplaatste zich naar andere landen en naast Rotterdam bleef de Amsterdamse haven een dreumes.
Niettemin werden de verouderde uitbreidingsplannen stug doorgezet, alsof de nieuwe tijd geen nieuwe eisen stelde. Daarbij werd de politiek permanent aan het lijntje gehouden en werden de media en het publiek jaar in jaar uit bedot. Wij actievoerders wisten dat en toonden het ook aan. Het belangrijkste argument om de haven uit te breiden was de werkgelegenheid. Dikke rapporten moesten bewijzen dat de Amsterdamse haven in de toekomst onmisbaar zou zijn voor de werkgelegenheid van de stad. Vele duizenden nieuwe werkplaatsen zouden hier gecreëerd worden. Inderdaad worden er nu nieuwe bedrijven gevestigd, het aantal directeuren groeit, maar het totale aantal werkplaatsen neemt voortdurend af door voortschrijdende automatisering.
In 2005 werkten er achttienduizend mensen. Hoe groot zou het percentage Amsterdammers zijn? Gezien het gebrekkige openbare vervoer in het uitgestrekte havengebied vermoed ik dat het gering is. Zelf ken ik diverse werknemers die dagelijks uit Friesland, Groningen, Overijssel en Brabant op en neer rijden en zij zijn niet de enigen. Die bedrijven hadden dus evengoed ergens anders gevestigd kunnen zijn.

Het heeft lang geduurd tot ik begon te beseffen dat bij het uitoefenen van macht niet naar rationele argumenten en wetenschappelijke feiten wordt gekeken.
De mens handelt uit eigenbelang, dat sluit anderen uit. De milieuproblematiek valt onder het algemeen belang, we lijden er allemaal onder als we niets ondernemen. Het zou rationeel zijn om het gezamenlijk op te lossen, maar bij de betrokkenen staat het eigenbelang voorop. Dat is irrationeel want het sluit een oplossing uit waarbij iedereen gebaat is, maar het valt niemand te verwijten dat de werkelijkheid irrationeel is. Ambtenaren, politici, ondernemers, et cetera trekken niet aan de touwtjes maar zijn zelf marionetten van het wereldmonster. En die et cetera zijn wij allen, want iedereen rijdt auto en vliegt de wereld over. Wellicht willen we anders, maar dat kan niet, zo zit de wereld niet meer in elkaar.

In de toekomst zal de haven, behalve geld en werk, veel problemen blijven geven. Stookolie voor schepen is bijvoorbeeld de meest vervuilende brandstof die er is. De overheid wil spaarlampen verplicht maken en het roken verbieden maar praten over de effecten van stookolie is taboe. Daar wordt namelijk gigantisch aan verdiend: Rotterdam is de tweede bunkerhaven ter wereld. De Nederlandse regering, nu en in de verre toekomst, zal die positie echt niet gaan verspelen door gewillig mee te werken aan een regeling die schone, maar dure stookolie voor schepen verplicht maakt.
Dat geldt ook voor Schiphol. Vliegtuigen kunnen daar goedkoop tanken, dat zal de politiek niet in gevaar willen brengen door vliegtuigkerosine te gaan belasten, net zomin als Schiphol zelf aan banden wordt gelegd.
Nieuwe naïevelingen stellen voor dat Nederland een ecologisch experiment moet worden en het voortouw moet nemen in het ontwikkelen van een groene economie. En misschien gaat het ooit wel in die richting want de kennis daarvoor is in overvloed aanwezig en met wind-, water- en zonne-energie kun je veel doen.
Maar de irrationele werkelijkheid is dat Nederland nu eenmaal havens en vliegvelden heeft en dat de belangen daarvan altijd voor zullen gaan. Ons land is een mega exporteur van ecologische vervuiling en het zal deze koploperspositie, ondanks het smeltende poolijs, niet vrijwillig opgeven. Daartoe zal het echt gedwongen moeten worden. Maar door wie? Het wereldmonster wil dat we doorgaan.
Ik had eens contact met een zeer gerenommeerde adviseur van de regering. Destijds was hij ook tegen de Amsterdamse havenuitbreiding maar tijdens een gesprek prikte hij mij plotseling met zijn uitgestoken wijsvinger in mijn buik en siste mij toe: 'Maar van Schiphol blijven jullie af!'
De wereld verandert permanent en zo snel dat de mens zich niet meer kan aanpassen. De kloof tussen wat er gebeurt en wat er zou moeten gebeuren wordt op den duur onoverbrugbaar.

In de oude mythen worden de draken en monsters op de duur altijd verslagen, steeds op dezelfde wijze, in een verbond tussen mensen en goden. Er komt een held die doet wat de hogere macht wil, deze heeft een uitvoerder nodig. Nu moet ik eerlijk bekennen dat mijn voorstellingsvermogen daar tekort schiet. Ik kan allerlei toekomstscenario's ontwerpen maar ik kan mij niet voorstellen dat in de toekomst een Mandela-achtige heldenfiguur de wereld (blijvend) in de goede richting zal trekken of duwen.
Wat wel binnen mijn bevattingsvermogen valt, is dat we door blijven modderen. Stap voor stap vinden er op deelterreinen verbeteringen plaats maar tegelijk gaan de grote afbraakprocessen door.
Een paar eeuwen lang takelt die goeie, ouwe aarde af, met onvoorspelbare gevolgen. Wat eenmaal weg is komt nooit meer terug. Uiteindelijk blijft er nauwelijks iets over van wat er nu nog is, zo gaat het nu eenmaal.
Misschien stabiliseert het zich weer. Hoe zal het de mensen intussen vergaan? Nog maar vijftienduizend jaar geleden ontstonden de eerste steden. De ontwikkeling van toen naar nu is razendsnel gegaan. Naderen we nu het einde van de weg? Blijkt deze dood te lopen? Dat zou heel triest zijn. Want wat zou de mens niet kunnen bereiken als hij zijn enorme kennis in dienst kon stellen van een werkelijke vooruitgang?
Maar het wereldmonster staat dat kennelijk niet toe.

* Gerben Hellinga werd geboren in Zwitserland en groeide op in Nederland. Hij woonde in Brussel, Wenen, Berlijn, Parijs, New York en Ruigoord. Hij volgde een toneelopleiding aan het Max-Reinhardt Seminar in Wenen, waarna hij enkele jaren als acteur in Berlijn en Amsterdam werkte. Later ging hij schrijven: thrillers, toneelstukken en korte verhalen. De toneelwerken die hij schreef, gaan over non-conformisten, bijvoorbeeld over Ignaz Semmelweis (1993).

Ruigoord

Ruigoordredes van Gerrit Komrij en Arnold Heertje

Links referenced
Gerben Hellinga
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerben_Hellinga
Rapport van Rome
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_grenzen_aan_de_groei
Ruigoord
http://www.ruigoord.nl
Ruigoordredes van Gerrit Komrij en Arnold Heertje
http://www.ruigoord.nl/archief/rgrede/rgrede.htm

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,105,308,0,html