Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Jeugdwerkloosheid in beeld`

door Drs. K. Koopal en drs. M van der Aalst*

De aandacht voor jeugdwerkloosheid is groot. Maar de berichtgeving is moeilijk te duiden. Soms lijkt het wel alsof jeugdwerkloosheid synoniem is voor problematische en overlastgevende jongeren die niet willen werken. Tegelijkertijd wordt voorspeld dat de jeugdwerkloosheid zich het komende decennium van zelf oplost. In dit artikel plaatsen de auteurs de beschikbare inzichten in perspectief.

Toen in 2001 de conjunctuur verslechterde begon in Nederland een periode waarin de jeugdwerkloosheid opliep tot ongeveer 14% in 2004. Het aantal werkloze jongeren daalt sinds vorig jaar.

jeugdIn het eerste kwartaal van 2006 waren er nog 99.000 jongeren werkloos, 1,7% minder dan het jaar daarvoor. Hoewel de jeugdwerkloosheid sterker daalt dan de gemiddelde werkloosheid, is zij nog steeds wel twee keer zo hoog als de gemiddelde werkloosheid. Jongeren zijn vaak de eersten die in tijden van economische achteruitgang werkloos worden, maar ook vaak de eersten die profiteren van economische vooruitgang. Terecht is er veel aandacht voor de hoge jeugdwerkloosheid. De angst voor (alweer) een verloren generatie is reëel, met alle economische en maatschappelijke gevolgen van dien. Hoe erg is de situatie eigenlijk?

Met het overgrote deel van de werkloze jongeren komt het (vanzelf) goed, blijkt uit het onderzoek “De werkloze Jongere in Beeld”. Tweederde van de jongeren die bij het CWI waren ingeschreven bleek alweer aan het werk of (weer) naar school te gaan. Veel jongeren zijn de afgelopen jaren langer op school gebleven vanwege de slechte arbeidsmarktsituatie. Daarom zijn ze nu beter opgeleid en dus aantrekkelijker voor werkgevers nu de vraag weer aantrekt.

Over het algemeen zijn werkloze jongeren serieus op zoek naar werk. Ze solliciteren, schrijven zich in bij uitzendbureaus en worden ook best vaak uitgenodigd voor een gesprek. Vanwege de aantrekkende economie en de vergrijzing zijn de vooruitzichten voor jongeren goed. Van verschillende kanten wordt voorspeld dat de jeugdwerkloosheid zich het komende decennium vanzelf zal oplossen.

Aandachtsgroepen
In ‘De werkloze Jongere in Beeld’ stond 1 op de 10 jongeren er niet goed voor. Deze jongeren zoeken al langer dan een half jaar naar werk of hebben zelfs de moed opgegeven en zoeken niet meer. De problematiek concentreert zich bij specifieke groepen.

Ten eerste zijn dit natuurlijk de jongeren die het onderwijs zonder startkwalificatie verlaten, dus zonder een diploma op minimaal HAVO- of MBO-2 niveau. Dit zijn er de afgelopen jaren rond de 60.000 op jaarbasis. De werkloosheid onder deze laagopgeleide jongeren ligt structureel hoger dan onder de rest van de beroepsbevolking. Een groot deel van deze groep weet desondanks de weg naar een betaalde en blijvende baan te vinden. Tweederde van de voortijdige schoolverlaters werkt, veelal onder een vast contract. Echt moeilijk hebben het de voortijdige schoolverlaters die de competenties, vaardigheden en motivatie missen om een opleiding weer op te pakken of een baan te vinden. Dit probleem wordt alleen nog maar groter omdat de resterende laaggeschoolde arbeid in Nederland meer en meer verschuift van industriële naar dienstverlenende functies. Om in de dienstensector te kunnen werken hebben werkzoekenden juist sociale vaardigheden nodig.
Doorgaans richt de aandacht zich op de voortijdig schoolverlaters zonder werk, maar misschien is de situatie voor een deel van de werkende laagopgeleide jongeren nog wel zorgwekkender. Vooral in de horeca en detailhandel doen jongeren het goed. Tot hun 23e zijn jongeren, door de lage loonkosten, interessant voor werkgevers. Wanneer ze daarna zonder werk komen vormen ze een zeer kwetsbare groep, vanwege het lage opleidingsniveau en de beperkte werkervaring. Zo investeren werkgevers amper in scholing van jonge werknemers. Om die reden pleit de Onderwijsraad voor aandacht voor deze groep.

Ten tweede is er een groep jongeren die het onderwijs weliswaar met een startkwalificatie verlaat, maar in een richting waar weinig vraag naar is. Zo blijkt bijvoorbeeld dat in de traditionele vakken (zoals timmerman, schilder, lasser, installateur, hovenier) veel vacatures en leerwerktrajecten worden aangeboden maar dat jeugdigen daar niet gemakkelijk instappen. Het beroepsbeeld van een jongere blijkt vaak vertekend en jongeren hebben geen goed beeld van het salaris dat bij bepaalde beroepen hoort. Deze jongeren betreden de arbeidsmarkt dus met een achterstand, omdat ze iets kunnen waar onvoldoende vraag naar is.

jeugd2Ten derde zijn er nog de echt problematische jongeren, waar vaak een meervoudige problematiek speelt: uitval uit het onderwijs, problematische thuissituatie, nauwelijks gestimuleerd door ouders, negatieve beïnvloeding ‘op straat’. De sociale omgeving bepaalt de ontwikkeling van jongeren. De problemen concentreren zich in bepaalde wijken van grote steden, waar de perspectieven van bepaalde groepen jongeren echt zorgwekkend zijn. In Amsterdam wordt het aantal probleemjongeren geschat op minimaal 3.000.
Ook allochtone jongeren vormen een kwetsbare groep. Daar is de werkloosheid onder jongeren opgelopen tot maar liefst 25%. Deels is dit verschil te verklaren door het opleidingsniveau en de opleidingsrichting. Maar ook discriminatie, een andere manier van zoeken en cultuurverschillen spelen een rol.

Beleid
Het probleem van de jeugdwerkloosheid wordt langs een groot aantal wegen aangepakt. Het voorkomen van voortijdige schooluitval heeft hierbij prioriteit. Zo wordt er, onder andere via Regionale Meld- en Coördinatiecentra, flink geïnvesteerd in het traceren, registreren en begeleiden van voortijdige schoolverlaters. Daarnaast is er de inzet van CWI’s, de Taskforce Jeugdwerkloosheid en jongerenloketten. Maatregelen en initiatieven zijn er dus genoeg. De praktijk is echter weerbarstig. Het beleid ziet zich geconfronteerd met een aantal duidelijke problemen. Zo blijkt de registratie van voortijdige schoolverlaters nog steeds niet helemaal sluitend en zijn de mogelijkheden voor jongeren om werkervaring op te doen in bedrijven voor verbetering vatbaar. In dit artikel lichten we problemen uit: de ondersteuning en de afstemming.

Het beleid bereikt grote groepen jongeren niet. Veel werkloze jongeren kunnen bijvoorbeeld best wat hulp gebruiken bij het zoeken naar werk, ook de niet problematische groepen. Ze weten vaak niet waar ze nou precies naar op zoek zijn en als ze afgewezen worden hebben ze regelmatig geen idee waarom. Een groot deel van de jongeren is echter niet (meer) in beeld bij de organisaties die hen kunnen helpen. CBS en RWI berekenden dat zich in 2003 ruim 70.000 werkloze, niet studerende jongeren buiten beeld van het arbeidsmarktbeleid bevonden, omdat ze niet bij het CWI waren ingeschreven. Vanwege de aanscherpingen in het recht op uitkering vervalt voor veel jongeren ook de plicht op inschrijving. Ook de ontwikkeling van Work First speelt hier een rol in, vooral wanneer het wordt ingezet als afschrikmiddel. Hierdoor gaan jongeren zelf op zoek naar werk en verdwijnen ze uit het zicht van instanties die hen kunnen helpen. Het beleid, hoe goed bedoeld ook, zit zichzelf hier dus in de weg.
Ook de wel ingeschreven jongeren zoeken het ondersteuningsaanbod vaak niet op. Ze lijken niet zoveel op te hebben met officiële instanties, en zoeken vooral in het eigen netwerk naar adviezen. Organisaties staan dus vooral voor de uitdaging het ondersteuningsaanbod beter ‘aan de man’ te brengen en beter te laten aansluiten op de jongere.

Daarnaast vergt de aanpak van jeugdwerkloosheid afstemming, op zijn minst tussen organisaties op het terrein van onderwijs, werk en inkomen. Voor jongeren zonder startkwalificatie is het belangrijk de deur terug naar het onderwijs op zijn minst op een kier te houden, ook als ze wel werk hebben gevonden. Hier conflicteert de inzet vanuit de verschillende sectoren nog wel eens. Afstemming lijkt in de praktijk alleen via extra voorzieningen als een jongerenloket goed gestalte te geven.
Bij de problematische jongeren is de noodzakelijke ketenbenadering nog moeilijker van de grond te krijgen. Hier is een hele scala aan instanties betrokken: CWI en uitkeringsinstanties, scholen en RMC’s, jeugdzorg en jongerenwerk, politie en justitie, etc. Niet voor niets is de Operatie Jong in het leven geroepen om de integrale aansturing op het terrein van jeugdhulpverlening en jeugdzorg te verbeteren. Hier en daar lijkt het wel te lukken, bijvoorbeeld bij de kleine groep justitiële jongeren. Kern van het succes is daar waarschijnlijk de kleine schaal en de urgente problematiek – waardoor partijen wel bereid en in staat zijn tot een individuele aanpak te komen.

Instrumenten in beeld
De Algemene Rekenkamer stelt in een recent rapport dat de effectiviteit van het beleid rond voortijdig schoolverlaten nooit is vastgesteld. Het zou interessant zijn de effectiviteit van alle beleidsinstrumenten op het terrein van de jeugdwerkloosheid goed in beeld te brengen. In een daaraan gekoppelde procesanalyse komen ongetwijfeld de problematische bereikbaarheid van de jongeren en het gebrek aan afstemming tussen instanties als centrale verbeterpunten naar voren. Die twee uitdagingen zullen ieder voor zich al behoorlijk wat inspanningen en doorzettingsvermogen vergen. Vooral voor de problematische groepen zijn op korte termijn ook geen grote effecten te verwachten. Het is een kwestie van lange adem en voor toekomstige generaties inzetten op preventief beleid, wat al begint voor de basisschool.

*Koos Koopal is werkzaam bij de stichting CO6 (Centrum voor onderzoek, onderwijs en ontwikkeling voor overheid, organisaties en ondernemers). Mechelien van der Aalst is projectleider bij Research voor Beleid

Bronnen:
• Algemene Rekenkamer: Staat van de beleidsinformatie 2006; Hoofdstuk Voortijdig schoolverlaten
• Raad voor Werk en Inkomen: Arbeidsmarktanalyse 2006, April 2006
• E. Verveen en M. van der Aalst: De werkloze jongere in beeld. Research voor Beleid in opdracht van de Taskforce Jeugdwerkloosheid, september 2005
• Factsheets Voortijdig Schoolverlaten, Ministerie van OCW. November 2005
• Raad voor Werk en Inkomen: Duizenden werkloze jongeren buiten bereik van het arbeidsmarktbeleid, oktober 2004
• Jongeren op weg naar opleiding en werk, Quick scan in opdracht van de Taskforce Jeugdwerkloosheid. Combat BV, oktober 2004.

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,108,335,0,html