Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Innovationalisering!?! - het mes snijdt aan twee kanten
door dr. Y.M. Prince en drs. S.J.A. Hessels*
Het Nederlandse bedrijfsleven wordt van oudsher gekenmerkt door een hoge mate van internationalisering. In het internationale krachtenveld moeten bedrijven vooral concurreren op toegevoegde waarde. Het lijkt dan ook bijna vanzelfsprekend dat innovatie en internationalisering wederzijds beïnvloedbare processen zijn. In het stimuleringsbeleid wordt hier echter nog nauwelijks op ingespeeld. In recent empirisch onderzoek toont EIM aan dat innovatie en internationalisering op bedrijfsniveau positief samenhangen. In de visie van EIM zou daar bij het doordenken van beleidsmaatregelen meer gebruik van gemaakt moeten worden.
In maart 2000 is de zogenoemde Lissabonstrategie tot stand gekomen. De Europese lidstaten namen een actie- en ontwikkelingsplan aan dat ervoor moet zorgen dat de EU in 2010 de meest competitieve en dynamische kenniseconomie van de wereld is. Een economie die in staat is tot duurzame economische groei met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang. In het verlengde daarvan sprak Nederland de ambitie uit om in 2010 te behoren tot de kopgroep binnen de EU. Bij het formuleren van het Nederlandse innovatie- en internationaliseringsbeleid staat deze ambitie centraal. Veel acties zijn erop gericht om het kennis- en innovatiesysteem te verbeteren en het bedrijfsleven innovatiever en internationaal concurrerender te maken.
Nederland handelsland
Een open economie als de Nederlandse kenmerkt zich bij uitstek door internationalisering van het bedrijfsleven. Niet voor niets staat Nederland bekend als handelsland. Een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven is dagelijks onderhevig aan internationale concurrentie waarin steeds meer op kwaliteit en innovatie geconcurreerd moet worden. Internationalisering is meer dan alleen export. Tegenwoordig is er, zowel in onderzoek als beleid, dan ook meer aandacht voor andere aspecten van internationalisering zoals import en buitenlandse investeringen. In de praktijk blijkt er op bedrijfsniveau een sterke samenhang te bestaan tussen de diverse vormen van internationalisering. Zo zijn bedrijven die exporteren vaak ook betrokken bij importactiviteiten (64%) en zijn buitenlandse investeerders vaak ook exporteur (50%).
EU-rangschikking
Het Nederlandse bedrijfsleven behoort al lange tijd tot de grootste exporteurs, importeurs en buitenlandse investeerders in de wereld. Echter, het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (MKB) – 99% van het totale bedrijfsleven - neemt in internationaal perspectief niet een dergelijke koppositie in. Uitkomsten van de ENSR Enterprise Survey laten zien dat het Neder-landse MKB in vergelijking met het MKB in andere Europese landen eerder een middenpositie inneemt.

ENSR Enterprise Survey
De 'Observatory for European SMEs' is in opdracht van de Europese Commissie uitgevoerd door EIM en zijn internationale netwerk van onderzoeksinstituten (ENSR). In het kader van de 'Observatory for European SMEs' is een grootschalig telefonisch onderzoek uitgevoerd on-der ca. 8.000 MKB-bedrijven in alle 15 oude EU-lidstaten, Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein. Er is gebruik gemaakt van een disproportionele gestratificeerde steekproef waarmee door weging representatieve resultaten per land, sector en grootteklasse bereikt worden. De ENSR Enterprise Survey bevat naast onderwerpen zoals financiering en samenwerking, gegevens over de internationalisering van bedrijven.
Het aandeel exporterende MKB-bedrijven bedraagt in Nederland 20% en ligt daarmee net iets boven het gemiddelde (18%) van alle Europese landen. Het aandeel MKB-bedrijven met buitenlandse investeringen ligt met 3% precies op het gemiddelde van alle Europese landen. Met name in Denemarken en Luxemburg is in vergelijking met Nederland een aanzienlijk groter aandeel MKB-bedrijven actief op internationale markten. Ook als het gaat om geografische oriëntatie van de buitenlandse activiteiten blijkt het Nederlandse MKB geen koploper te zijn: het Nederlandse MKB richt zich, in vergelijking met het MKB uit andere Europese landen, minder op markten buiten de EU-15. Het Nederlandse MKB zoekt het dicht bij huis en doet (nog steeds) vooral zaken met de buurlanden België en Duitsland. Als het gaat om de internationaliseringspositie van het Nederlandse MKB is er dus nog duidelijk ruimte voor verbetering.
En welke positie neemt Nederland op de innovatieladder in? In 2003 behoorde Nederland nog tot de groep landen die werd omschreven als 'losing momentum', in 2005 is Nederland opgeklommen tot de groep landen die aangeduid wordt met 'average performance'. Alhoewel de positie in 2005 al beter is dan in 2003, is er nog geen sprake van een plaats in de kopgroep van de EU.
De EU-kopgroep wordt gevormd door Zweden, Finland, Duitsland en Denemarken. Achter de groep waartoe Nederland behoort, bevinden zich met name Oost- en Zuid-Europese landen. Enige nuancering van de Nederlandse positie is echter op zijn plaats omdat de innovatiepositie opgebouwd is uit diverse aspecten. Nederland scoort goed op on-der andere IT-uitgaven en de kwaliteit van wetenschappelijke kennisproductie. Nederland blijft achter op bijvoorbeeld investeringen in onderwijs en R&D, samenwerking tussen bedrij-ven en kennisinstellingen en de toepassing van niet-technologische innovatie. Nederland kent al jarenlang een kennisparadox: er is voldoende wetenschappelijke kennis aanwezig, maar die bereikt het bedrijfsleven te weinig.
Motieven
De motieven van bedrijven om technologisch samen te werken en te internationaliseren blijken een grote mate van overeenkomst te vertonen. Bedrijven noemen 'de toegang tot nieuwe en grotere markten' en 'de toegang tot kennis en technologie' als belangrijkste motieven om te internationaliseren. De belangrijkste motieven om op technologisch gebied met een andere partij te willen samenwerken komen hiermee overeen. Beide motieven duiden op ver-nieuwend ondernemerschap. In de hoofden van de ondernemers gaan de te bereiken doelen met internationalisering en innovatie dus hand in hand.
Theorie
In theorie kan beargumenteerd worden dat op bedrijfsniveau de relatie tussen innovatie en internationale handel positief en tweezijdig is: innovatie leidt tot (meer) handel, en handel leidt tot (meer) innovatie.
Het doorvoeren van productinnovaties biedt bedrijven een grotere potentiële markt voor hun producten en diensten en maakt het daardoor mogelijk (nieuwe) buitenlandse markten te betreden. Ook geven verbeterde, aangepaste of nieuwe producten bedrijven mogelijk een al dan niet tijdelijk concurrentievoordeel ('first mover advantages') in buitenlandse markten, wat kan bijdragen aan een toename van buitenlandse verkopen. Behalve productinnovaties kunnen ook vernieuwingen in bedrijfsprocessen leiden tot export. Procesinnovaties maken het bijvoorbeeld mogelijk om bestaande producten te verbeteren of op een goedkopere manier te produceren, wat mogelijk (meer) exportkansen biedt. Er bestaat niet alleen een positief verband tussen innovatie en export, maar er mag ook een positief verband tussen innovatie en import verwacht worden. Om gewenste product- en procesinnovaties te realiseren kan het nodig of wenselijk zijn voor bedrijven om benodigde inputs zoals technologieën en kennis die niet in Nederland beschikbaar zijn of elders goedkoper verkrijgbaar zijn, te importeren.
Er zijn ook argumenten om een positieve invloed van internationalisering op innovatie te veronderstellen. Door export en import verkrijgen bedrijven toegang tot nieuwe markten, kennis, netwerken en technologieën, die kunnen leiden tot nieuwe ideeën en verhoging van het innovatieve vermogen.
Positieve relatie
Recent empirisch onderzoek van EIM onder meer dan 1.800 Nederlandse MKB-bedrijven laat zien dat er op bedrijfsniveau inderdaad een duidelijk positief tweezijdig verband bestaat tus-sen innovatie en internationale handel. Zo blijkt dat bedrijven die de afgelopen jaren hebben geïnvesteerd in productinnovaties significant vaker exporteren en/of importeren dan bedrijven die recentelijk geen vernieuwingen in hun producten of diensten hebben doorgevoerd. Ook blijkt dat innovatie leidt tot een grotere intensiteit van export en import. Het onderzoek wijst eveneens uit dat internationalisering bijdraagt aan innovativiteit, al is dit (significante) effect wel minder sterk dan het effect van innovatie op handel. Bestaande empirische onder-zoeken op bedrijfsniveau wezen al eerder op een positieve relatie tussen innovatie en export. De recente EIM-studie laat zien dat internationalisering dit verband versterkt: de genoemde verbanden tussen innovatie en internationale handel doen zich met name voor wanneer be-drijven zowel exporteren als importeren.
Figuur 2: De positieve relatie tussen innovatie en internationalisering op bedrijfsniveau voor het Nederlandse MKB

Bron: EIM, 2006
Conclusie
Internationale vergelijking leert dat Nederland momenteel geen koppositie in de EU inneemt als het gaat om internationalisering en innovatie. Alle reden dus om het bedrijfsleven op de-ze twee terreinen te blijven stimuleren. Onderzoek laat duidelijk zien dat internationalisering en innovatie in het bedrijfsleven hand in hand gaan. Het overheidsbeleid maakt hier echter nog te weinig gebruik van. Het beleidsinstrumentarium richt zich nog te veel op de stimulering van hetzij internationalisering hetzij innovatie. Beleid dat beide aspecten in een instru-ment zou verenigen zou directer aansluiten op de praktijk in het bedrijfsleven. Zo zou het mes aan twee kanten snijden.
De eerste beweging hierin is al geconstateerd. Zo is Syntens, het innovatienetwerk voor on-dernemend Nederland, al bezig aandacht te besteden aan internationalisering. Ook is de samenwerking tussen uitvoeringsinstanties gericht op enerzijds de stimulering van internatio-nalisering en anderzijds innovatie, onlangs geïntensiveerd. Vanuit die gedachte willen wij er op deze plaats tevens voor pleiten dat twee onder het MKB populaire instrumenten uitge-breid worden. In de regeling PSB, die bedrijven ondersteunt bij het betreden van nieuwe bui-tenlandse markten, zou specifieke aandacht besteed moeten worden aan bedrijven met in-novatieve producten. In het WBSO-instrument, dat R&D stimuleert, zou een module ingebouwd moeten worden voor het opstellen van een exportplan voor verbeterde en nieuwe producten. Ook in diverse provinciale en regionale regelingen kunnen stimulering van inno-vatie en internationalisering verenigd worden.
* Yvonne Prince is directeur van EIM bv en Jolanda Hessels is onderzoeker bij EIM bv
Rapporten:
EIM/EZ (2005), Entrepreneurship in the Netherlands. SMEs and International Cooperation,
Zoetermeer.
Europese Commissie (2004), Internationalisation of SMEs, Observatory of European SMEs; Report 2003 No.4, KMPG Special Services, EIM Business & Policy Research en ENSR, Brussel.
Hessels, S.J.A., Innovation and International Involvement of Dutch SMEs, International Journal of Entrepreneurship and Small Business, forthcoming.
Hessels, Jolanda en Yvonne Prince (2005), Internationale vergelijking internationalisering MKB, EIM, Zoetermeer.
Dijken, J.A. van, en Y.M. Prince (1997), Zicht op de relaties tussen marktwerking, innovativiteit en export. Theorie en praktijk, Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.
Bronnen:
European Innovation Scoreboard: http://trendchart.cordis.lu/scoreboards/scoreboard2005/index.cfm
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,108,340,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012