Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Waarom het goed gaat met de Nederlandse economie
door dr. H.M. Post*
Bleef de groei van de Nederlandse economie de afgelopen jaren achter, dit jaar verwacht het Centraal Planbureau een economische groei van 2,7 procent, waarschijnlijk hoger dan elders in Europa. “Niet uitsluitend externe factoren gaven een verklaring voor het achterblijven van de Nederlandse economie. Een belangrijke oorzaak is ook het door de politiek gevoerde beleid. Dit pakte voor de consument erg ongelukkig uit: generieke loonmatiging en gelijktijdige lastenverzwaring,” zegt Wim Boonstra, chief economist van de Rabobank.
"We zijn in dit land gefixeerd op loonmatiging. Gaat het slecht dan komt de haarlemmerolie van loonmatiging uit de kast, moeten we met z’n allen de broekriem weer aanhalen. Dat doet het altijd goed, past bij onze Calvinistische inslag. Economisch is het echter maar ten dele verstandig. We zijn van oudsher erg gefocust op de kostenkant van de lonen.
Dit zijn weliswaar belangrijk, maar alleen niet doorslaggevend voor de concurrentiepositie. Voor de binnenlandse economie is ook de bestedingskant van de lonen belangrijk. De loonkosten van de ondernemer zijn de inkomsten van zijn klanten: de consument. Wanneer je de loonontwikkeling langdurig afremt dan mag het niet verbazen dat de consumptieve bestedingen tegenvallen. Het kabinet heeft de bestedingseffecten van het gevoerde beleid stelselmatig onderschat. Wel heeft de regering van meet af aan open kaart gespeeld door duidelijk te maken dat de narigheid in het begin van de kabinetsperiode zou zitten: eerst het zuur en dan het zoet. Die narigheid werd echter gepresenteerd als onontkoombaar, en dat was maar ten dele terecht. De Nederlandse economie vertoonde na jaren van hoogconjunctuur oververhittingverschijnselen. De concurrentiepositie was mede daardoor inderdaad verslechterd en, nadat de groei scherp terugviel, vertoonden ook de overheidsfinanciën een scherpe verslechtering. Structurele vraagstukken inzake vergrijzing, de kwaliteit van het onderwijs en arbeidsparticipatie zijn tot op de dag van vandaag actueel. Maar de toonzetting was zo negatief: op een gegeven moment werd daardoor de indruk gewekt dat er in ons land niets meer deugde. Daarin is men doorgeschoten.
De overdosis aan slecht nieuws heeft een zeer negatieve uitwerking gehad op het vertrouwens-klimaat. Wanneer mensen geen vertrouwen in de toekomst hebben of zich onzeker voelen worden ze terughoudend met het uitgeven van geld en dat geeft een extra dempend effect. Economie is nu eenmaal in hoge mate massapsychologie."
We doen onszelf zo vaak tekort
"Op zich is onze economie structureel gezond. Onze concurrentiepositie is nog altijd goed. We behoren nog steeds tot de belangrijkste exporteurs ter wereld. Onze betalingsbalans is ijzersterk en de participatiegraad in het arbeidsproces is relatief hoog. De arbeidsproductiviteit per uur in ons land is de hoogste ter wereld. Dat heeft voor een deel te maken met de kwaliteit van de beroepsbevolking. We hebben lang goed onderwijs gehad, de talenkennis is nog steeds bovengemiddeld en er wordt hier hard gewerkt. Arbeidstijdverkorting heeft een positieve invloed op de productiviteit per uur. Dat wordt vaak onderschat. Het is niet zo verrassend dat bij langer werken per uur minder wordt gedaan.
We doen onszelf zo vaak tekort. Uiteraard kan er veel beter. Maar als ik in de VS ben heb ik lang niet altijd het gevoel van 'wat is het high tech en high productive hier'. In een winkel denk ik daar vaak ‘die kunnen nog veel van ons leren in temen van efficiency en klantvriendelijkheid. In veel opzichten is ons land beter georganiseerd.
Wel kunnen we het nodige leren van de VS als het gaat om dynamiek en ondernemerschap. In de VS zijn de mensen meer op veranderingen ingesteld dan hier. In Nederland is men gericht op zekerheid. Dat zie je ook in de ambities van studenten. In de VS wil de helft van hen een eigen onderneming starten hier is dat nog geen twintig procent. Wij zouden in ons onderwijs veel meer energie moeten stoppen om scholieren en studenten te stimuleren een eigen bedrijf te beginnen."
Verstoord evenwicht
"De economie groeit door de jaren heen structureel met een procent of 2 tot 2½ . Wel zijn er op korte termijn schommelingen rond deze trend. De lange termijn groei is grosso modo gelijk aan de groei van de arbeidsproductiviteit en het aantal mensen dat werkt, dat bepaalt de trendmatige groei. In de bewegingen daaromheen spelen toevalsfactoren of schokken, zowel van buiten (zoals wisselkoersen, energieprijzen) als beleidsmatig geïndiceerde. Als het trendmatig goed gaat dan groeien de lonen gemiddeld ongeveer gelijkmatig met de productiviteit. Als de lonen in de pas lopen met wat door technologische ontwikkeling en betere organisatie meer per uur geproduceerd kan worden, dan is er een constant loonaandeel in de productie. Grofweg kun je stellen dat een ondernemer uit zijn inkomen een deel moet reserveren voor investeringen en afschrijving, een deel voor loonkosten en een deel om aandeelhouders te belonen. Het evenwicht kan worden verstoord als bijvoorbeeld de loonkosten in verhouding tot de bedrijfsinkomsten te snel stijgen. Dat gaat ten koste van de winst, waarna de ondernemer de kosten moet terugbrengen. Arbeidskosten zijn daarvan een onderdeel. Als dit gepaard gaat met ontslagen en er elders in de economie niet genoeg nieuwe banen worden gecreëerd ontstaat werkloosheid. Omgekeerd, wanneer het heel erg goed gaat, zoals een paar jaar geleden, dan groeit de economie en wordt arbeid schaars. Toen waren bijvoorbeeld de it’ers schaars, de lonen schoten omhoog en soms door. Wanneer de loonkosten per eenheid product te ver doorschieten lukt het niet om de winstmarges op peil te houden en verslechtert de concurrentiepositie. Onze producten worden dan in vergelijking met de buitenlandse concurrentie te duur en dus moeten de loonkosten per eenheid product weer omlaag. Vaak wordt daarbij gesneden in het personeelsbestand."
Banen naar het buitenland
"Overigens is een economie een zeer dynamisch geheel, waarbinnen de processen van enerzijds afstoten van bestaande werkgelegenheid en anderzijds de creatie van nieuwe banen voortdurend doorgaan. Schattingen uit de jaren ’90, een periode waarin de werkgelegenheid per saldo zeer sterk is gestegen, lieten zien dat is sommige jaren enerzijds ruim achthonderdduizend ‘oude’ banen verdwenen en anderzijds negenhonderdduizend ‘nieuwe’ werden geschapen. De onderliggende dynamiek is groot.
Momenteel wordt ook veel geschreven over het verlies van werk aan lage lonenlanden. Ieder jaar vertrekken er ongeveer tienduizend banen naar het buitenland, maar dat is al sinds mensenheugenis het geval. Het is ook helemaal niet erg, als er per saldo maar genoeg nieuwe banen bijkomen. Maar het wordt wèl een probleem wanneer de economische groei stagneert en de aanmaak van nieuwe banen ophoudt. Dat de gehele industrie naar het buitenland vertrekt is onzin en het is ook niet zo dat dit proces hevig is versneld. De Nederlandse economie wordt uiteindelijk van bedrijfsverplaatsing ook alleen maar sterker. Het is heel goed dat mondiaal daar de dingen gebeuren waar het goedkoop en het meest efficiënt is. Daar hebben we allemaal wat aan. Mar het is natuurlijk wel zeer pijnlijk als een fabriek moet sluiten en er honderden mensen op straat komen te staan. De vakbond komt erbij en het is zichtbaar. Het leed van het individu weegt altijd zwaar. Dichtbij leed bepaalt hoe mensen denken over de economie. Toch moet het antwoord niet worden gezocht in beschermende maatregelen, maar in het scheppen van een goed ondernemingsklimaat, waarin nieuwe werkgelegenheid kan worden gecreëerd. Niet het stoppen van de afbraak, maar het stimuleren van de nieuwe aanmaak van banen moet het devies zijn."
Korte termijnhorizon
"De laatste jaren is het begrotingsbeleid in ons land erg procyclisch geworden. De politieke agenda bepaalt sterk de timing van de overheidsuitgaven. Bij het Tweede Paarse Kabinet, dat aan het einde van de rit een begrotingsoverschot heeft verjubeld, is dat misgegaan. Ook nu zie je dat het kabinet en parlement kamerbreed roepen om extra overheidsuitgaven. Gezien de nood onder mensen met lage inkomens is dit overigens begrijpelijk. Maar voor de conjunctuur is het echter niet nodig en ons land heeft nog steeds een begrotingstekort. Terughoudendheid ten aanzien van extra overheidsuitgaven is nu dan ook op zijn plaats. Dat zou een belangrijke les van de ervaringen van Paars-II moeten zijn, maar ik heb mijn twijfels of die les in voldoende mate is geleerd en begrepen."
De Europese factor
"Het economisch maatschappelijk debat wordt vaak gereduceerd tot iets wat hapklaar is. Zo wordt ook het Europese debat vaak gevoerd: ‘iedereen begrijpt dat je iets fout doet als je meer betaalt dan je terugkrijgt’. De werkelijkheid is vaak een stuk genuanceerder en ingewikkelder. Wat we uit de collectieve middelen bijdragen aan het Europees budget is een fractie van de baten die het land van de Europese integratie heeft gehad. De Europese integratie is ongeveer het beste wat een open economie als de onze kon overkomen. Nederland zat bij de eerste zes lidstaten en het integratie proces heeft ons ontstellend veel welvaart gebracht. In West Europa zijn sinds 1945 geen oorlogen meer gevoerd, handelsbarrières zijn verregaand geslecht, wisselkoersen zijn binnen de EMU verdwenen. Onze economie heeft daar veel baat bij gehad want we moeten het van buitenlandse handel hebben. Mocht het onverhoopt ooit gebeuren dat de grenzen weer dicht gaan dan zal dat onze economie in een diepe crisis storten. Het is een misvatting dat globalisering een grote bedreiging is voor ons land. Globalisering is een belangrijke motor van mondiale welvaartsgroei en daar profiteert ons land volop van mee. De grootste bedreiging voor ons land is een terugval in protectionisme. Voor een klein open land is vrijhandel goed, heel Europa heeft er trouwens baat bij gehad. Ons land zou zich sterk moeten maken voor een krachtig Europa, dat zich wereldwijd opstelt als een kampioen van de vrijhandel.
Helaas wordt in het maatschappelijk debat inzake Europa in ons land het onderwerp gedegradeerd tot onze jaarlijkse bijdrage aan de Europese begroting. Dit is jammer, want de baten van Europa voor ons land zijn veel breder dan het verschil tussen wat we betalen aan de Europese begroting en hetgeen we daaruit terugkrijgen.
Toch ben ik per saldo positief ten aanzien van Europa. De komst van de euro is namelijk een geweldige zegen geweest, al wordt die door velen nog niet als zodanig herkend. Zonder de euro was de EU vorig jaar in een nog veel diepere crisis terecht gekomen. Het ging vorig jaar niet goed met Europa: sommige landen zeggen nee tegen de grondwet, de discussie over de begroting verengt zich tot langs het pad van netto betaler of ontvanger.
Maar zonder de euro waren er naar alle waarschijnlijkheid valutacrises opgetreden. Er zouden herschikkingen in het Europese monetaire stelsel zijn geweest, de rente was waarschijnlijk hoger en volatieler geweest. Dankzij de euro is het ‘slechts’ bij een politieke crisis gebleven en is de economische schade nog wel te overzien.
De Europese integratie ontwikkelt zich traditiegetrouw als een processie van Echternach: twee stappen voorwaarts en dan weer een stap terug. De stap voorwaarts was de invoering van de euro en daarmee is de terugval beperkt. Geen zinnig mens zal ervoor pleiten om de euro weer af te schaffen. De economische en politieke schade zou onherstelbaar groot zijn. Wanneer er weer een nieuw Europees elan komt, en dat komt er vroeger of later zeker, dan ligt er dankzij de euro nog steeds een stevige basis, met een hele mooie Europe Centrale Bank. Een prachtig vertrekpunt voor een nieuwe sprong voorwaarts."
Sterk ministerie
"Het zou fantastisch zijn wanneer er een punt zou zijn waar alle beleid getoetst zou worden op ‘wat betekent dit beleid voor de concurrentiepositie van Nederland?’ De Raad van Economische Regelgeving (REA) heeft eens gezegd dat het ministerie van landbouw opgeheven zou moeten worden. Ik denk dat het evenwichtig zou zijn als we een sterk ministerie van economische zaken zouden hebben met een krachtig ambtenarenapparaat, een krachtige minister met daaronder een staatssecretaris voor landbouw en een voor industrie, de dienstensector en buitenlandse handel. Voor de afweging van de relatieve belangen is het verstandig om het gelijk te schakelen. Het blijft vreemd dat we het grootste gedeelte van het Europese budget besteden om de agrarische sector te ondersteunen. Tegelijkertijd hebben beleidsmakers in ons land lang een blinde vlek gehad voor de belangen van de industrie. Hier is meer evenwicht op zijn plaats.
Dit geldt overigens niet alleen Europa, ook de VS en Japan ondersteunen hun agrarische sector sterk. Dit beleid echter komt ten goede aan een relatief klein gedeelte van de bevolking en de verstoringen die ervan uitgaan op de wereldhandel zijn voor ontwikkelingslanden sterk negatief. Als de grote blokken, Europa, Amerika en Japan zouden ophouden de landbouw te steunen en de handelsbarrières opheffen zou dat heel veel ontwikkelingshulp overbodig maken."
Een mens houdt niet op met denken
"Er wordt wel gesteld dat we met het oog op het milieu genoegen moeten nemen met minder of geen economische groei. Toch ben ik van mening dat economische groei nodig blijft. Ik geloof niet in nul-groeiscenario's, zoals die in de jaren zeventig populair waren. Denk aan het Rapport van de Club van Rome, de 'grenzen aan de groei'-verhalen. Het probleem is dat bij nul-groei economische stagnatie ingebouwd wordt. Er blijft namelijk sprake van technologische ontwikkeling. Mensen houden nu eenmaal niet op met denken. Men blijft uitvinden en innoveren, dus de productiviteit neemt toe. Als je productiviteitsgroei combineert met nul-groei is het resultaat een groeiende werkloosheid.
Economische groei en milieu hoeven ook volstrekt niet met elkaar op gespannen voet te staan. Ik geloof er ook sterk in dat marktwerking een belangrijke rol kan spelen bij het aanpakken van milieuproblemen. Markten zijn vaak effectiever dan overheidmaatregelen, mits de milieueffecten van economische activiteiten voldoende tot uiting komen in de prijzen. De rol van de overheid is dan vooral gelegen in goede transparante wetgeving en een strakke handhaving daarvan."
*Hedda Maria Post is redacteur van BASIS
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,108,341,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012