Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Kwaliteit van arbeid in de gehandicaptenzorg

Interne scholing vult gat tussen opleiding en praktijk

door drs. P. Bolhuis*

Onderzoek naar de kwaliteit van arbeid bij instellingen voor gehandicaptenzorg in Nederland toont twee opmerkelijke bevindingen: het blijkt dat bijna alle medewerkers van de instellingen hun vaardigheden die ze opdeden tijdens hun opleiding, goed vinden aansluiten op de werkzaamheden in de gehandicaptenzorg. Daarnaast valt op dat medewerkers die op een locatie werken midden in een woonwijk meer tevreden zijn over de kwaliteit van hun arbeid dan medewerkers die op een locatie werken die onderdeel is van een instellingsterrein.

In 2004 deed Research voor Beleid, in opdracht van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) onderzoek naar de kwaliteit van arbeid bij 122 van de 171 instellingen voor gehandicaptenzorg in Nederland. Zes en negentig procent van de respondenten vond zijn vaardigheden goed aansluiten op de werkeisen. Dit geldt niet voor alle instellingen. Zo gaven bij Filadelfia de uitkomsten aanleiding tot het opstellen van het opleidingsbeleidsplan want de medewerkers van Filadelfia waren van mening dat hun vaardigheden, opgedaan tijdens hun opleiding, juist niet goed aansluiten op de eisen die het werken in de gehandicaptenzorg aan hen stelt.

Cirkel van contacten
Stichting Filadelfia Zorgverlening biedt begeleiding en zorg aan mensen met een verstandelijke handicap en bijkomende beperkingen. In totaal verleent de stichting zorg aan meer dan tweehonderd cliënten. Filadelfia is een landelijke instelling die georganiseerd is rondom kleinschalige units in woonwijken en vanuit een evangelische signatuur werkt. Dat wil zeggen dat kleinschalige organisaties, verspreid over heel Nederland sterke banden met de kerken onderhouden. Filadelfia, de naam betekent ‘broederliefde’ in de zin van ‘naastenliefde’, gaat de dialoog aan met kerkelijke gemeenschappen om mensen op hun verantwoordelijkheid te wijzen en hen te betrekken bij het leven van verstandelijke gehandicapten. Frans Izeboud, algemeen directeur Filadelfia Zorgverlening, vertelt hierover.
“De kleinschalige woonvormen zijn verankerd in een sociaal netwerk door het sluiten van convenanten met kerken, die mantelzorg garanderen. Dit past goed in het beleid van de overheid. Daarnaast beschikken we over een aantal centra waar verstandelijk gehandicapten met bijkomende zwaar lichamelijke beperkingen en bijkomende psychiatrische problematiek specialistische zorg ontvangen. Maar ook deze centra zijn kleinschalig en gelegen in een woonwijk. We proberen de groep nooit groter te laten zijn dan tien personen. We werken met ongeveer honderdvijftig professionals die in dienst zijn van Filadelfia. Daarnaast sturen we een netwerk aan van onbetaalde vrijwilligers. Samen met de professionals zijn zij verantwoordelijk voor de kwaliteit van zorg volgens de protocollering van de Stichting Harmonisering Kwaliteitsbeoordeling in de Zorg.

We werken volgens een zorgplan waarin de doelen zijn vastgesteld in overleg met de cliënt en de belangenbehartigers van de cliënt. Aan het eind van de behandelperiode wordt vastgesteld of de doelen zijn behaald. De professionals coördineren de zorgtaken rondom de cliënt. Een belangrijk aspect hierbij is het mobiliseren van een netwerk rondom het leven van de cliënt zodat een vier en twintig-uurs cirkel ontstaat van betekenisvolle contacten. Zo is de cliënt niet alleen afhankelijk van de professional, maar is de zorg verankerd in een sociaal netwerk. Dit is niet altijd even gemakkelijk, zeker niet wanneer de cliënt gebaat is bij veel veiligheid en structuur. Het ‘invliegen’ van vrijwilligers is dan lastiger omdat zij ook mee moeten doen met de beoogde pedagogische aanpak.”

Wat blijft er over voor de eigen beroepscode?
Filadelfia is gevraagd medewerking te verlenen aan het onderzoek als lid van de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN).
“Wij hebben hierop positief gereageerd omdat in de meting van kwaliteit, kwaliteit van arbeid, naast cliënttevredenheid, voor Filadelfia van doorslaggevende betekenis is,” legt Izeboud uit. “Al eerder uitgevoerde risico-inventarisatie in het kader van de arbeidsomstandigheden liet zien dat er een kloof bestaat tussen management en werkvloer over indeling en uitvoering van het werk. Het management stuurt vanuit de beleidslijn, de zorgvisie, en wil graag dat de medewerkers daarin participeren en het werk volgens die lijn uitvoeren. De professionals vinden de zorgvisie nog wel eens een bedreiging voor hun eigen beroep. ‘Als er gebruikt gemaakt wordt van vrijwilligers, wat blijft er dan nog over voor de eigen beroepscode’, is een veel gehoorde opmerking”.

Opleidingsplan
Het onderzoek naar de kwaliteit van arbeid maakt het mogelijk te benchmarken. Bij Filadelfia wordt de kwaliteit van arbeid hoger gewaardeerd dan gemiddeld in de gehandicapteninstellingen in Nederland. Dit heeft onder meer te maken met de eerder beschreven kleinschaligheid van de woonunits.
Echter, de aansluiting van vaardigheden op werkzaamheden laat hier te wensen over. Een groot deel van de professionals is in de HBO Zorg en Welzijn opgeleid. De HBO opleidingen zijn steeds breder gaan opleiden, maar minder gericht op specifieke doelgroepen. Ondanks een afgeronde opleiding die een brede kennis heeft verschaft, voelt de professional zich meestal niet bekwaam om aan de doelgroep zorg te verlenen. Er is vaak een specifiekere opleiding nodig. Dat verklaart volgens Izeboud ook de lagere waardering voor het onderdeel van het onderzoek waarin medewerkers van Filadelfia hun mening uitten, dat hun vaardigheden niet goed aansluiten op de eisen die het werken in de zorg aan hen stelt.

“De uitkomsten van het onderzoek zijn voor Filadelfia aanleiding geweest een opleidingsbeleidsplan te maken. Daarin zijn een aantal verplichte scholingen opgenomen, zoals omgang met agressie, cursussen over autisme, kennis over medicijngebruik en omgang met intranet en het kwaliteitsmodel. Dit is geen overbodige luxe want de zorgvraag in de gehandicaptenzorg wordt alsmaar ingewikkelder terwijl de opleidingen generalistischer worden. De HBO opleidingen worstelen daar zelf ook mee. Gelukkig komt er langzamerhand meer draagvlak bij de opleidingen om te proberen het verschil tussen theorie en praktijk te verkleinen. Hoe dan ook zal er een kloof blijven bestaan tussen de kennis van een afgeronde opleiding en de gewenste kennis en vaardigheden voor de werkvloer.”

Hoge werklast
In de praktijk blijkt het dan ook moeilijk voldoende goed gekwalificeerd personeel te vinden, hoewel het nu wel wat beter gaat dan tijdens de hoogconjunctuur van 1999 – 2003, toen veel zij-instromers werden aangetrokken. Zij moesten flink bijgespijkerd worden om het werk aan te kunnen. “De werklast is bijzonder hoog,” verzucht Izeboud. “Enerzijds is dit het gevolg van het gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel en anderzijds van de kleinschalige manier waarop Filadelfia werkt. “Neem bijvoorbeeld een nog onervaren medewerker, net afgestudeerd HBO, die de verantwoordelijkheid heeft voor een groep van acht jongvolwassenen. Die groep bestaat uit adolescenten met een verstandelijke beperking, vaak gecompliceerd met problematiek als borderline of schizofrenie. Deze mensen hebben veel groepsinteractie, ze reageren sterk op elkaar. Ze vliegen elkaar in de haren en dan moet er ingegrepen worden. Maar stel, je bent alleen, jong, vrouw en de ruziemakers zijn twee mannen. Als de zorgkundige adequaat is en overwicht heeft, is zo’n brandje snel geblust. Als de zorgkundige onzeker is en zelf in paniek raakt, ontstaat er nog meer gedoe en agitatie over en weer, waardoor hulp van een collega moet worden ingeroepen. De onzekerheid ontstaat omdat de medewerker niet weet dat je neutraal affectief moet handelen in plaats van in de dynamiek te stappen. Dat soort aspecten maakt het werken in een dergelijke problematische setting ingewikkeld en bijzonder belastend.

Een ander voorbeeld is het door ziekte wegvallen van iemand die ingeroosterd is. Normaal werkt men met drie diensten in de zware verpleegzorg. Als er geen invalkrachten meer zijn, moet men in plaats van met zijn drieën, met twee mensen werken en dat is erg zwaar. Dit beroep wordt regelmatig gedaan op de medewerkers. Als je dus niet beleidsmatig stuurt op aspecten als ziekteverzuim, opleiding en werklast dan krijg je in de zorgsector heel snel een ‘dweilen met de kraan open’ scenario: de mensen branden af, gaan weg, er komen weer nieuwe mensen die ook weer afbranden en ga zo maar door.
De macromiddelen in de gehandicaptenzorg zijn de afgelopen jaren enorm gegroeid. Dit was om de wachtlijsten weg te werken. Middelen om de kwaliteit te verbeteren en extra personeel in te zetten, zijn er niet. We proberen dit op te lossen met mantelzorgers en vrijwilligers, maar dat heeft een schaduwzijde.”

Afstemmingsproblemen en gebrek aan professionaliteit
Een goede samenwerking tussen professionals en vrijwilligers vraagt om een team dat stabiel is en gelijkgericht werkt. Dat pleit voor dagelijkse communicatie tussen professional en vrijwilliger en een goede regie van de professional. Professionals zijn vaak van mening dat je gespecialiseerde zorg, zoals de gehandicaptenzorg, niet kunt overlaten aan vrijwilligers. Juist door het gebrek aan professionaliteit bij vrijwilligers komt de kwaliteit van dienstverlening onder druk te staan. Dat is terug te vinden in de lagere waardering die de professionals geven aan de kwaliteit van dienstverlening in vergelijking met die van andere instellingen. Izeboud verdedigt de vrijwilligers: “De kwaliteit van dienstverlening wordt echter ook bepaald door de cliënten en hun familie. Tijdens het laatste klanttevredenheidsonderzoek scoorde de kwaliteit van dienstverlening tussen de zeven en de acht. Deze hoge waardering hangt natuurlijk samen met een verschil in interpretatie van het concept ‘kwaliteit van dienstverlening’ tussen enerzijds de professionals en anderzijds de cliënten en hun familie. De laatste tijd is de kwaliteit van dienstverlening negatief in de publiciteit gekomen. Wij hebben echter informatie gegeven aan cliënten en hun achterban om duidelijk te maken dat het beschikbare budget geen ruimte biedt meer zorg te verlenen dan we nu doen. Meer als visionair dan als directeur denk ik dat de AWBZ-middelen niet ruimer zullen worden en dat we dus wel terug moeten vallen op mantelzorg vanuit het sociaal netwerk van de cliënten.”

Het instellingsrapport van Filadelfia is goed ontvangen door het management. Het toonde de zwakke plekken in de organisatie en heeft tot verbeterpunten geleid. Izeboud concludeert: “We zullen graag meedoen aan een vervolgonderzoek naar de kwaliteit van arbeid in de gehandicaptenzorg in het algemeen en bij Filadelfia in het bijzonder. We zien de uitkomsten met belangstelling en vol vertrouwen tegemoet.”

* Peter Bolhuis is onderzoeker bij Research voor Beleid.

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,109,345,0,html