Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Ideale leeromgeving voor de Homo Zappiëns

Portret van de VMBO afdeling van het Da Vinci College in Leiden -

Door drs. R.G.H. Hoffius*

"Het onderwijs is een afvalrace, we zetten allemaal hoog in op HAVO of VWO. Het VMBO wordt gezien als een mooie school voor andermans kinderen. Dit terwijl de werkelijkheid is, dat zestig procent van de kinderen in het voortgezet onderwijs het VMBO volgt." Hans Snik, lid van de centrale directie van het Da Vinci College in Leiden, denkt dat het imago van het VMBO veel te maken heeft met het feit dat ouders hoge verwachtingen koesteren voor hun kinderen. Het Leidse Da Vinci College heeft binnen zijn twee vestigingen voor beroepsgericht VMBO in totaal ongeveer 1.000 leerlingen.

Voluit heet het VMBO voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. Enige jaren geleden werd dit onderwijs ingevoerd als een combinatie van de toenmalige MAVO en het VBO. Het VMBO is geen opleiding die leerlingen klaarstoomt voor de arbeidsmarkt. Het leidt op voor een vervolgopleiding, doorgaans het MBO. Leerlingen die van het VMBO komen zijn verplicht een startkwalificatie te behalen op het MBO. Opvallend is dat als het VMBO in het nieuws komt dit vaak op een negatieve manier is. Is dat omdat slecht nieuws het in de kranten beter doet dan goed nieuws? Of is het omdat de mensen die er in de media en politiek over praten dit soort onderwijs meestal zelf niet gevolgd hebben, maar de HAVO of het VWO doorlopen hebben? Volgens Hans Snik spelen de te hoge verwachtingen van ouders hier een beslissende rol.

Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum
Landelijk is vaak binnen het VMBO het voormalig LOM (leer- en opvoedingsmoeilijkheden) onderwijs ondergebracht. Dit is Speciaal Voortgezet Onderwijs voor kinderen die in het reguliere onderwijs (nog) niet mee kunnen komen, bijvoorbeeld door leerproblemen, leerachterstanden of gedragsproblemen. Het onderbrengen van deze kinderen bij het reguliere VMBO kan voor beide partijen tot problemen leiden. Niet alleen wordt soms de sfeer op het VMBO verstoord door kinderen met gedragsproblemen, ook geldt voor het LWOO onderwijs dat de leerlingen meer gebaat zijn bij een kleinere, afgeschermde omgeving, waar veel aandacht aan hen besteed kan worden.
"Het speciaal voortgezet onderwijs moest integraal worden opgenomen in de grote scholengemeenschappen", vertelt Hans Snik. "In Leiden hebben alle brede scholen toen meegewerkt aan de oprichting van het Ortho Pedagogisch Didactisch Centrum, school waar vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid deze groep leerlingen wordt opgevangen. Dat betekent dat aan zo'n 200 kinderen op een aparte locatie speciale zorg wordt gegeven. Een groot voordeel voor deze leerlingen is dat ze op een kleine locatie onderwezen worden, en dat ze daar alle aandacht krijgen die ze nodig hebben. Leiden heeft nogal wat moeite gehad met het Ministerie van OCW om deze oplossing erkend te krijgen, maar uiteindelijk is er een bestuurlijke constructie voor gevonden."

Sport- en Kunstklassen
Het VMBO bestaat uit vier leerjaren. De eerste twee jaren is er de algemene opleiding in de onderbouw. Voor de volgende twee jaar kiest men een specifieke richting in de bovenbouw. Het Da Vinci College biedt VMBO-ers in de onderbouw twee speciale vormen van onderwijs: de Sportklas en de Kunstklas. In de Sportklas hebben de leerlingen naast zes uur bewegingsonderwijs per week, ook twee uur per week cursussen waarbij zij met diverse sporten kennis maken. Hierbij wordt onder andere samengewerkt met Leidse sportverenigingen. Door de extra uren sport krijgen de leerlingen per week een uur minder tekenen en muziek. In de Kunstklas zijn de leerlingen acht uur per week bezig met tekenen, handenarbeid, muzieklessen en kunstoriëntatie. Binnen dit laatste vak worden ook bezoeken gebracht aan musea en theatervoorstellingen. De extra uren kunstvakken die de leerlingen krijgen worden gedeeltelijk gecompenseerd met iets minder uren lichamelijke opvoeding.
Leerlingen die voor de Sportklas of voor de Kunstklas kiezen en toegelaten worden, doen dit niet om er 'gemakkelijker vanaf te komen' dan de anderen: voor beide klassen geldt dat ze een lesprogramma van vierendertig uur per week hebben, waarvan acht uur sport respectief kunst, terwijl het reguliere programma tweeëndertig uur per week is.
Zowel bij de Sportklas als bij de Kunstklas gaat het niet alleen om het leren op het gebied van de onderwerpen zelf. De leerlingen krijgen, door bezig te zijn met deze voor hen favoriete activiteiten ook meer zelfvertrouwen.
De Sport- en Kunstklassen zijn populair. In de concurrentieslag die er nu eenmaal tussen scholen bestaat, hebben nu ook andere Leidse scholen plannen in deze richting gemaakt.

De bovenbouw
"Leerlingen krijgen hier een goede voorbereiding op een beroepsopleiding. Na het VMBO gaat men over het algemeen naar het ROC voor een vervolgopleiding," aldus Hans Snik. Na het tweede jaar van het VMBO kiezen de leerlingen een richting. Het Da Vinci College heeft een breed scala mogelijkheden:

- Handel/verkoop
- Administratie
- Zorg & welzijn- breed
- Uiterlijke verzorging
- Sport, Dienstverlening & Veiligheid
- Grafimedia
- Voertuigentechniek
- Transport & Logistiek
- ICT- route
- Theoretische leerweg

Binnen de keuzerichtingen wordt vooral projectmatig aan levensechte opdrachten gewerkt. Zij krijgen daardoor ook meer verantwoordelijkheid voor hun eigen onderwijsproces. Bovendien leren ze hoe in groepsverband te functioneren. Hans Snik vertelt dat een moeder hem bij de officiële opening van de richting Sport, Dienstverlening en Veiligheid zei: "Ik weet niet hoe jullie het gedaan hebben, maar mijn zoon is veranderd. Mijn complimenten. Hij heeft tegenwoordig zin om naar school te gaan, hij praat weer tegen me en laatst heeft hij zelfs koffie voor me gezet ...."
Leerlingen kiezen binnen hun richting veel zelf en, in overleg, ook programmaonderdelen uit andere richtingen. "Dit onder het motto breed waar mogelijk, smal indien gewenst. Leerlingen met een bredere interesse kun je met veel zaken laten kennismaken, ze zijn vaak op een leeftijd dat ze nog niet toe zijn aan een definitieve keuze voor een bepaald beroep of een bepaalde richting. Maar aan degenen die dat wel zijn, en bijvoorbeeld niets anders willen dan aan auto's sleutelen, geven we de mogelijkheid een heel gericht pakket samen te stellen. "

De Homo Zappiëns
Het VMBO op het Da Vinci is gericht op de huidige generatie leerlingen, die Hans Snik de 'Homo Zappiëns" noemt. Deze Homo Zappiëns heeft als kenmerken dat hij:
- vele vaardigheden ontwikkelt
- onderzoekend leert
- zelf doelen stelt
- actief leert, keuzes maakt en handelt
- experimenterend leert
- samenwerkend wil leren
"De term Homo Zappiëns wil zeggen dat kinderen zijn veranderd. We willen leerlingen binnen ons onderwijs een eigen portfolio op laten bouwen, vooralsnog naast de traditionele examens. We geven ze vrijheden, maar met regels, wij noemen dat werken aan prestaties. We willen meer uitdaging bieden aan de leerlingen, ze betekenisvol laten leren." Het liefst zou Hans Snik zien dat de traditionele examens niet nodig waren en dat leerlingen met portfolio's en getuigschriften zo konden doorstromen naar het ROC. Maar de regels van het Ministerie van OCW staan (nog) dit niet toe.

Betekenisvol leren
Het projectmatig aan concrete opdrachten werken en het zelf opbouwen van een portfolio valt binnen wat Hans Snik het 'betekenisvol leren' noemt. "Leerlingen moeten worden uitgedaagd, zo hou je het interessant voor ze." Het betekenisvol leren daagt uit en plaatst het leren in een voor de leerlingen motiverende en begrijpelijke context. Leerlingen doen al samenwerkend in projecten zelf ontdekkingen en vaak vragen ze zelf aan de docenten om bepaalde leerstof verder te verdiepen. Verschillen tussen het natuurlijke leren en het schoolse leren zijn:

schools lerennatuurlijk leren

fragmentarisch

docenten / school bepaalt

kennis & beroepsvaardigheden

zinvol

instructie

theorie “uit” de context

van geheel naar deel

leerlingen participeren

brede ontwikkeling

betekenisvol

constructie

praktijk stuurt theorie

Rondleiding
Net als Minister Van der Hoeven en een vertegenwoordiging van de Raad van State al eerder, krijgen we een rondleiding door de school. Voor alle leerlingen en leraren die we tegenkomen heeft Hans Snik wel een grap. Zo stelt hij mij voor als de aanstaande minister van Onderwijs. Veilig door Leiden lopen is er voor mij voorlopig niet bij.
Gedurende de rondleiding vertellen leerlingen kundig en met plezier over de projecten waar ze mee bezig zijn. Wat opvalt, is het zelfvertrouwen en de trots waarmee ze over die projecten en de voorbereiding en de uitwerking daarvan vertellen. Hans Snik is blij dat deze houding van de leerlingen indruk maakt. "Dat zelfvertrouwen is voor ons een belangrijk element. Dat is wat we de leerlingen willen geven. De leerlingen houden presentaties als de (echte) minister hier is, gewoon uit de losse pols, niks voorbereid. En voor een bezoek van een delegatie uit Engeland gaan ze zelfs Engelstalige presentaties houden, die worden natuurlijk wel voorbereid."

Spontane samenwerking
Ex-leerlingen worden ook gevolgd om te kijken hoe het verder met hen gaat. Dit wordt in eerste instantie met schriftelijke enquêtes gedaan, maar omdat daar steeds minder vaak antwoord op komt wordt er door de school ook vaak telefonisch contact gezocht."
Hiermee komen we op het terrein van onderzoek en ontstaat de gedachte dat de kennis van Research voor Beleid mogelijk ingezet kan worden om er een internetenquête van te maken. Emailadressen veranderen minder snel dan woonadressen, responderen is gemakkelijk en als de enquête eenmaal overeind staat, is de verwerking van de resultaten vrij eenvoudig. Vanzelfsprekend ziet Hans Snik hier een taak weggelegd voor de ITC-opleiding, Research voor Beleid levert de kennis en enthousiaste leerlingen bouwen de site. Bij de ICT-afdeling wordt al regelmatig met dergelijke projecten gewerkt, voor menig ondernemer uit het MKB hebben leerlingen in projectverband tegen een bescheiden vergoeding al een website gebouwd. Ook wordt Research voor Beleid gestrikt als mogelijke partner voor het geven van workshops enquêtes maken als voorbereiding op andere onderzoeken die de leerlingen zelf willen doen. En het feit dat Research voor Beleid zelf veldwerk doet, en daarvoor veel oproepkrachten uit Leiden gebruikt om, na een training, telefonische enquêtes af te nemen of gegevens in te voeren, levert natuurlijk ook perspectieven deze leerlingen kennis te laten maken met een omgeving waar ze misschien later kunnen werken.

* Rob Hoffius is projectleider onderwijs bij Research voor Beleid

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,109,350,0,html