Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Dilemma's in politiek en bestuur

Blijmoedige bezorgdheid?

door dr. H.M. Post en dr. J.S.Schmidt*

Op vrijdag 24 oktober 2003 organiseerde de redactie van Basis een debat over actuele dilemmas in politiek en bestuur. Tijdens de bijeenkomst traden geinterviewden en andere genodigden onder leiding van Jan Haasbroek met elkaar in debat over een aantal vraagpunten opgesteld door Leo Klinkers.

Het debat gaat over politiek en maatschappij, over politieke vitaliteit of decadentie over representatieve of toch meer directe democratie. De meeste deelnemers hebben in eerdere afleveringen van Basis over deze onderwerpen hun licht doen schijnen.
Het debat vindt plaats onder leiding van Jan Haasbroek die de hoop uitspreekt dat verstandige opmerkingen een impuls zullen geven aan de discussie hoe het verder moet met de besturing van Nederland.

Deelnemers:

Prof. dr. Else M. Barth, emeritus hoogleraar Logica en Analytische Filosofie van de Rijksuniversiteit Groningen
Drs. Bart Dekker, directeur Research voor Beleid Holding, Leiden
Drs. Niesco Dubbelboer, Tweede kamerlid voor de PvdA, Den Haag
Prof. dr. Paul H. A. Frissen, hoogleraar Bestuurskunde van de Universiteit van Tilburg
Jan Haasbroek, directeur van de Humanistische Omroep Stichting
Prof. dr. Hans H. J. van den Heuvel, hoogleraar Bestuurskunde van de Vrije Universiteit Amsterdam
Drs. Pieter Hilhorst, politicoloog en columnist van de Volkskrant en schrijft toneelstukken, Amsterdam
Dr. Leo E. M. Klinkers, directeur Klinkers Public Policy Consultants
Jantine Kriens, gemeenteraadslid PvdA Rotterdam (en heeft te maken met) Transferpunt OA, Den Haag
Prof. dr. Henk A. J. F. Misset, emiritus hoogleraar Economie van de Universiteit van Amsterdam, was lange tijd directeur van het NIAS
Mr. dr. Roel Nieuwenkamp, directeur bij het ministerie van Economische Zaken afdeling financieel ondernemerschap
Dr. Nico Randeraad, historicus aan de faculteit der Cultuurwetenschappen, Maastricht
René Roelofs, filmmaker Best Films, Amsterdam


Haasbroek geeft de aftrap voor het debat met het - correct naar blijkt- voorspellen van het aantal voor en tegen stemmers van door hem geformuleerde stellingen. Stelling 1: de volksvertegenwoordiging kan worden afgeschaft. Een meerderheid is hier tegen. Stelling 2: de volksvertegenwoordiging in zijn huidige vorm kan worden afgeschaft. Een meerderheid is het hier mee eens. Stelling 3: de volksvertegenwoordiging kan haar eigen herstructurering voldoende bevredigend en op fundamentele wijze regelen. De stemmen staken. Stelling 4: we staan aan de vooravond van een totalitaire staat. De instemming komt van een kleine minderheid, van twee personen. Stelling 5: de samenleving is sterk genoeg om de afschaffing van een representatief stelsel van democratie aan te kunnen. De helft van de deelnemers denkt dat dit juist is.

Prealabel
De voorzet tot het debat heeft Leo Klinkers gegeven met een aantal schriftelijke vragen. De leidraad van de vraagstelling is samengevat in het woord 'bezorgdheid'. Zorg over het verval van kwaliteit in de politiek: is het politieke systeem disfunctionerend met een volksvertegenwoordiging die niets of niemand lijkt te vertegenwoordigen. Beleven we een politieke winter of zelfs een politieke ijstijd? Zijn we aan het eind van een politieke levenscyclus? Wanneer is het verval begonnen, heeft het zich al twintig of dertig jaar geleden, bij de kabinetten van Den Uyl en Van Agt, ingezet of hebben de beweerde luiheden van Paars II gezorgd voor een deficit van 17 miljard, de niet vlekkeloos verlopend integratie van minderheden en een aantal volstrekt ontregelde beleidssectoren, zoals de gezondheidszorg, het onderwijs, de veiligheid, de mobiliteit, de afvalverwerking, de landbouw en veeteelt? Start er ooit weer een vitale politieke levenscyclus of staan we aan de vooravond van een fascistisch regime? Is de representatieve vorm van de democratie mede oorzaak van het politieke verval?

Bijten in beton
Nico Randeraad: "De stap van bezorgdheid naar crisis en verval wordt te snel gezet. Bij de idee van een prefascistische situatie slaat bezorgdheid door. In de laatste driehonderd jaar zag je dat vaker: mensen gaan in termen van crisis denken, vervolgens in termen van verval en dan gaan ze voor het gemak verval traceren in de geschiedenis en daardoor aan de historie een bepaalde eenheid geven die er niet in zit. De voorafgaande perioden worden geconstrueerd als tijden van verval. Je kunt ook focussen op vernieuwingsmomenten. De Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld is voor Nederland een onvoorstelbaar grote crisis. Nederland is niet bezet maar toch betrokken in deze oorlog. Wat gebeurt er, na de oorlog komt er in rap tempo een vrij nieuw politiek bestel tot stand in het kader van onderwijsfinanciering en kiesrecht, kortom het crisismoment is aangepakt om tot een fundamentele vernieuwing te komen. Dat zou nu ook kunnen."

Hans van den Heuvel deelt deze blijmoedige bezorgdheid. "Er is reden tot bezorgdheid in het perspectief van de geschiedenis. In de samenleving is er altijd een constante stroom van bezorgdheid over het bestuur. Neem 1800, 1850, 1875, de beurskrach, het komt altijd weer op zijn pootjes terecht. In een samenleving zijn verschillende krachten werkzaam, we hebben gelukkig een open samenleving en daarom vertrouwen we dat het wel geredresseerd wordt. Er zijn veel krachten in bestuur en politiek, in het groot kapitaal, in handel en industrie die bepaalde wegen willen bewandelen of zaken willen forceren, dat is de samenleving, dat is sui generis, maar er zijn ook altijd weer krachten die het, min of meer en niet altijd, weer in goede banen leiden. Behalve in totalitair geleide staten, maar dan nog, zelfs daar zijn er altijd interne krachten die bepaalde zaken tegenhouden of ten goede keren. Ik geloof in de interne krachten van onze democratie om het kiesstelsel te veranderen, om de Eerste Kamer af te schaffen. Er zijn twee dingen: het openbaar bestuur is per definitie conservatief, anders zou het een zootje worden in onze samenleving. Het openbaar bestuur moet richting aangeven maar moet niet voor de fanfare uitlopen. En ten tweede: we hebben een autonome samenleving die zich steeds verder emancipeert, de manier waarop is echter niet voorspelbaar. Slechts terugkijkend zijn er emancipatoire tendensen te traceren. Het openbaar bestuur moet daarop reageren, dat kost tijd, het moet staatsrechtelijk geregeld worden en dan zijn er krachten die daar weer op in spelen. Het is politiek, gelukkig maar. Hoewel het altijd de vraag is wanneer en hoe: dat been wordt wel weer bijgetrokken. Voorspellen is moeilijk maar ook de eigen tijd nu duiden is bijten in beton. We moeten geduld hebben."

Te veel eer
Henk Misset: "In de afgelopen twee eeuwen is men ontelbare rampen die daadwerkelijk plaatsvonden te boven gekomen en dus kunnen we deze 'bijna ramp' ook aan. Wij kunnen onze eigen tijd niet goed interpreteren, we weten niet hoe men in de toekomst naar deze tijd zal kijken. Irving Fischer, een vermaard econoom, lanceerde twee weken voor de beurskrach in 1929 dat het kopen van aandelen op dat moment een bijzonder goede zaak zou zijn. Twee weken later was hij aan de bedelstaf. In de jaren dertig daarentegen hebben wel degelijk vele mensen de voortekenen herkend en voorzien wat er ging gebeuren. Je kunt achteraf zeggen dat het terecht is gekomen maar ten koste van grote offers en vele slachtoffers. Wat opvalt in de vragen van Klinkers is dat het sterk de nadruk legt op de Nederlandse situatie: de fundamentele fouten zouden zijn gemaakt door de heren Van Agt en Den Uyl, dat is iets te veel eer voor de beide heren. We kunnen ook nu bepaalde aangelegenheden voorspellen maar dan denk ik meer aan de consequenties van onze verhouding met Amerika met zijn enorme begrotingstekort en enorm nadelig saldo op de betalingsbalans."

Klinkers: "Wanneer je het op z'n beloop laat, komt het ooit weer goed, maar de schade die intussen is aangericht kan immens zijn. Het is zinloos om te discussiëren en therapieën te bedenken in termen van nieuwe structuren als je het pad niet terugloopt tot het moment dat het fout ging en je niet vraagt waarom, waar en hoe we uit de bocht zijn gevlogen. Natuurlijk zitten we in een crisis en ik begrijp ook dat een crisis een kans is, geen enkel probleem. Ik ben een liefhebber van Ernst Bloch's das Prinzip Hoffnung, natuurlijk wordt het been weer bijgetrokken, maar: how low can you go? Als er zoiets is als decadentie hoe ver kan dat gaan totdat je wel moet leren?"
Van den Heuvel: "Wat moeten we leren van onze fouten? Ik vind het allemaal veel te dictatoriaal klinken. We kunnen van alles aan het volk opleggen maar wie zal dat doen? Dat is altijd weer de sterke man waar de Telegraaf om roept in tijden van crises. Ik vind het gevaarlijk om concepten uit te denken over wat we moeten leren van fouten. De samenleving moet uiteindelijk daar terechtkomen waar ze wil komen. We kunnen niet bedenken wat het concept over een x aantal jaren zal moeten zijn. De processen moeten komen van onderop."

Niesco Dubbelboer: "We leren niet van onze fouten omdat de fouten van nu andere zijn dan die in de geschiedenis en bovendien veranderen de vragen van vroeger in het licht van hoe we er nu tegen aankijken."

Bart Dekker: "Met de stelling van Klinkers dat we leren van onze fouten stem ik niet in. We maken achter elkaar fouten en we leren er niets van. Kijk bijvoorbeeld naar de reorganisatie van sociale zekerheid en arbeidsmarktbeleid, dingen die we twintig jaar geleden fout deden doen we nu fris en vrolijk opnieuw verkeerd. De samenleving is wel veerkrachtig maar kan niet die problemen zelf oplossen. Steeds meer burgers raken in conflict over kleine zaken. Wie lost dat op? Daarvoor heb je de politiek nodig als gezaghebbende toedeling van waarden. Dit is de kern van de politiek en dat gaat nu niet meer goed. In Amerika introduceerden de Founding Fathers een politiek systeem van checks and balances, van scheiding van machten en tijdelijkheid van macht. In de westerse democratieën vinden we dergelijke mechanismen terug, maar op de één of andere manier lijken ze niet meer te werken."

Hopeloos maar niet ernstig
René Roelofs maakte de film De Tweede Kamer over het reilen en zeilen van het parlement en had het voorrecht een jaar lang daar te mogen meelopen. Hij had nooit bedacht dat het zo erg zou zijn. Roelofs film kreeg kritiek. Haasbroek vat die samen: het wetgevingsproces kon niet zichtbaar gemaakt worden waardoor er een scheef beeld is gegeven en er voorbij gegaan is aan het belang van het parlementaire werk. Roelofs: "Wat ik aantrof kon ik niet geloven, ik heb ook fractievergaderingen bijgewoond en gefilmd en ik blijf erbij dat ik nauwelijks inhoud aantrof. Het was een bizarre tijd, men was bezig het kabinet een beetje bij elkaar te houden en daarna was het kabinet demissionair. De Tweede Kamer in deze vorm kan beter opgeheven worden. Ik ben wel bang voor een sterke man of vrouw die zich zal aandienen. Kort geleden was Fortuyn er en ik ben geschrokken van mijn land. Hier zijn volksmassa's die in beweging gezet kunnen worden en die in korte tijd alles overhoop kunnen gooien. Dat is eng. Het is nu een jaar verder en we slapen allemaal weer, het monster ligt nog te wachten. Als iemand dat monster, die sluipende onlustgevoelens, weet te mobiliseren, weet ik niet wat er gebeurt met het nu weer rustige Nederland."

Pieter Hilhorst: "Politici hebben de neiging te zeggen dat de situatie ernstig is maar niet hopeloos. De bestuurskundige Paul Kuypers draaide dit om: "de situatie is hopeloos maar niet ernstig". Ik geloof dat de situatie van de parlementaire democratie vrij hopeloos is maar niet ernstig want ik heb vertrouwen in de veerkracht van de samenleving. Als de veerkracht groot is hoef je niet na te denken over de politiek als oplossingsmachine. De veerkracht kan gedefinieerd worden in macht en tegenmacht. De veerkracht wordt bepaald door een goede ordening van macht en tegenmacht die elkaar scherphouden. Men moet niet denken dat er in Den Haag allerlei oplossingen bedacht worden. Oplossingen komen van de mensen van de praktijk. Aan hen zou men meer vrijheid moeten geven. De rol van de politiek is dan de beoordeling hoe verschillende instellingen met die vrijheid zijn omgegaan. Politici moeten zich niet leiden door de waan van de dag. Regeren is achteruit zien."

Gelijkenis en verschil
Klinkers: "Hilhorst beschreef in een Volkskrantartikel de essentie van het politieke ambt als het 'managen van mistakes'. Dit is de kern van het mechanisme van wetenschappelijke en maatschappelijke vooruitgang. Progressie is pas mogelijk wanneer een afwijking in de koers gemonitord en vervolgens onschadelijk wordt gemaakt. Men moet durven falsifiëren."
Else Barth vraagt aan Klinkers wat hij met falsificatie bedoelt, een begrip dat haar als logicus na aan het hart ligt. Klinkers: "Een stelling of theorie blijft zolang staan totdat zij door een onjuistheid daarvan worden weerlegd. Wanneer de onjuistheid wordt vervangen door juistheid is er vooruitgang. Wanneer men dit koppelt aan het 'managen van mistakes' is het duidelijk dat dit een normatieve opdracht is. Je moet willen falsifiëren."
Dekker deelt Hilhorst's visie niet dat de essentie van het politieke ambt het managen van mistakes is: "Op deze manier is het een normatieve uitspraak, men verwacht het managen van mistakes. Wanneer 'essentie' wordt weggelaten en het een feitelijke beschrijving is van de gang van zaken, ben ik het er wel mee eens. Het komt erop neer dat we voortdurend achter onze fouten aanlopen. De politiek moet prioriteiten stellen, bij macht en tegenmacht sommige belangen ondergeschikt maken aan andere belangen vanuit het oogpunt van algemeen belang, hoe vaag en algemeen dit begrip ook is."
Paul Frissen: "Wat is het algemeen belang? Het algemeen belang bestaat niet, het is een leeg begrip en het moet om zinvol te zijn vooral leeg blijven. Politici hebben de neiging om het materieel in te vullen.
Ik ben een groot liefhebber van decadentie, niet als negatieve kwalificatie van de samenleving maar als esthetisch begrip. Het is intrigerend om te bedenken wat het over onze samenleving zegt dat een persoon als Fortuyn onze populist kon zijn. In andere samenlevingen zou hij het slachtoffer geweest zijn van populisme. Als icoon is hij waanzinnig interessant. Wat hij over politiek zei, was hopeloos traditioneel sociaal democratisch. De focus op de PvdA heeft me geïntrigeerd. Waarschijnlijk komt dat omdat de PvdA de meest politieke van alle partijen is. Alle crisisverschijnselen die de PvdA al twintig jaar lang teisteren, zullen geleidelijk aan ook de andere partijen gaan teisteren. De positie van politiek in de samenleving kan men met gepaste ironie bekijken, ze is zo gemarginaliseerd dat we ons geen zorgen hoeven te maken. Maar die onschuldige distantie kunnen we niet in alle opzichten volhouden omdat de positie van de politiek in een aantal dimensies niet onschuldig is. De manier waarop politiek is georganiseerd richt tamelijk veel schade in de maatschappelijke werkelijkheid. De enorme regeldichtheid, de enorme inertie van de beleidssystemen, de panische angst voor onwenselijke uitkomsten ervan hebben in majeure beleidssituaties tot een absolute stilstand geleid. Zorg en onderwijs zijn dramatische instituten geworden, mede door politieke interventie.
De manier waarop de politieke institutie is georganiseerd en de manier waarop beleidsdynamiek in elkaar zit hebben ertoe geleid dat het systeem niet kan omgaan met verschil. Gelijkheid en verschil zal het thema zijn van de komende decennia. Officieel zijn we allemaal voor gelijkheid terwijl we individueel allemaal verschillend behandeld willen worden en onze uniciteit benadrukt willen zien. We moeten naar arrangementen toe die kunnen omgaan met gelijkheid en verschil. Natuurlijk is het erg interessant hoe de nieuwe representatie wordt georganiseerd. Er bestaan vele vormen van representatie en het hinderlijke is dat politiek zichzelf voortdurend in de positie plaatst dat ze de koepel boven al die vormen zou zijn. Daar is geen sprake van, het verstoort de ontplooiing van gevarieerde vormen van representatie."

Niets is vanzelfsprekend
Dubbelboer: "Frissen zegt terecht dat er veel kritiek is op de PvdA juist omdat het de partij is waarvan het meest verwacht wordt. Ik vind ook dat er een crisis is. Ik memoreer de rede bij het afscheid van Ed van Thijn als hoogleraar waarin zeven maal van hem gequoot werd: "er is crisis in de politiek." Dit zei hij in 1963, in 70, 75, 80, 85, 95 en 2003. Hij heeft gelijk, er is crisis in de politiek en die hebben we ook nodig. De PvdA heeft klappen gekregen met alle turbulentie, discussies, wisselingen en verwarring van dien. Nu het stof is neergedaald is het spannend om te zien wat nu het vermogen van deze partij, en überhaupt het vermogen van de Tweede Kamer, het representatieve stelsel en daarmee van de representatieve democratie is zich daadwerkelijk te vernieuwen op basis van de druk der veranderingen van de samenleving.

Ik heb een missie, dat is burgers meer invloed te geven op politieke besluitvorming, dit kan via referenda en burgerinitiatief. Ik denk dat het gebrek aan invloed de onvrede is die als een veenbrand voortwoekert. Als je echter iets kleins wilt veranderen in de Kamer krijg je per definitie een blokkade van de conservatieve krachten. Het parlement is een oud en taai instituut en dit heeft ook wel iets moois, de waan van de dag regeert niet. Het is dubbel, de PvdA wil zaken veranderen maar is als partij gemarginaliseerd. Ik geloof gedeeltelijk in een representatieve democratie, maar het kan ook zonder representatie, vormen van directe democratie kunnen de representatieve versterken. We leven in een bestuurdersdemocratie. Volksvertegenwoordigers worden meegezogen in het ondersteunen van het bestuur en praten mee in hun taal. Hoe trekken we die bestuurdersdemocratie ondersteboven?"
Dekker. "Koppel daaraan de manier waarop de Tweede Kamer werkt. De Kamer reageert te veel op lobbies. De lobby legt een probleem neer dat wordt opgepikt, het is op korte termijn en op deelbelangen gericht. De Kamer holt achter de lobby aan zonder zich inhoudelijk in te verdiepen waarover het gaat. Op dat moment ontbreken de mechanismes die het overstijgende perspectief van het algemeen belang inbrengen."

Leven met misbaksels
Hilhorst: "Het mooiste en moeilijkste van politiek is te laten zien waar kleine verschillen gemaakt kunnen worden."
Frissen: "Dat kan alleen maar als er van tevoren geen opvattingen bestaan over wat de uitkomsten daarvan zijn. Het vervelende van veel mensen die arrangementen ontwerpen is dat ze een beeld hebben over wat de uitkomst van het arrangement is en vervolgens daarvoor allerlei randvoorwaarden gaan definiëren."
Hilhorst: "Een politiek debat moet het kleine verschil aangeven. Het gaat niet om een totale redding, maar te laten zien dat het één net een grotere kans biedt op een oplossing dan het andere. Tegelijkertijd moeten de arrangementen zo geregeld zijn dat er macht en tegenmacht is."
Misset: "De vraagstukken zijn dwingend, de maatschappij verandert. De gezondheidszorg is een probleem. Voor de oplossing heb je specialistische kennis nodig. Je moet in staat zijn een ingewikkeld model in elkaar te zetten en vervolgens uit te voeren. Een groot aantal ambtenaren houdt zich daar mee bezig. Politici in de Kamers hebben geen zicht op al die ingewikkelde technische en economische vraagstukken. Er komt een prachtig ontwerp in de Kamer, er komen allerlei politieke vragen, er wordt aan geschaafd en dan komt er een misbaksel uit te voorschijn waarmee we verder moeten leven en dat doen we dan ook en dat loopt wel. Er wordt veel gesproken over de markt die het werk moet doen, maar voor de gezondheidszorg is het onzinnig dat zo eenvoudig op te vatten. Het is een zeer gecompliceerde zaak."
Frissen: "U hebt volkomen gelijk, het is een fascinerend en ingewikkeld domein, het in termen van marktwerking te benaderen is primitief. Het gezondheidszorgbeleid is altijd gematigde loonpolitiek geweest. Het ging om het kostenbeheersingsperspectief, gecombineerd met een soort gelijkheidsressentiment, dat neer kwam op dat wanneer niet iedereen alles kan hebben het beter is dat niemand iets krijgt. Door dat type politieke interventies in de gezondheidszorg te koppelen aan sociaal economische politiek is schaarste gecreëerd. Als we minder hardnekkig gezondheidszorg tot de collectieve lasten zouden rekenen en het aan burgers overlaten wat zij voor de gezondheidszorg overhebben, zouden we, net als in andere landen, veel minder schaarste hebben."
Jantien Kriens: "Er zijn knelpunten in ons bestel waar nooit structureel naar gekeken wordt. Steeds worden problemen gezien als praktische problemen waarop een project gezet moet worden. Er wordt gekozen voor tijdelijke oplossingen. Ik heb het over de fundamentele zaken van ons bestel zoals de verzuiling binnen het onderwijs. Verzuiling is niet meer een levend maar een bureaucratisch fenomeen.
Voor de PvdA zit ik in de gemeenteraad van Rotterdam waarin in de slipstream van Fortuyn zeventien nieuwkomers plaats genomen hebben. Zij zeggen af en toe dingen waarvan ik onder de tafel ga zitten van schaamte maar ze leren me ook dat ik te veel dingen vanzelfsprekend gevonden heb. Ik moet opnieuw bedenken en kunnen uitleggen waarom ideeën die wij aanhangen van wezenlijk belang zijn."

De Nederlandse navel
Roel Nieuwenkamp: "De Kamer functioneert niet goed, er is een overvloed van Kamervragen zonder waarde. Waarom zijn al die kamerleden zo ongelooflijk bezig met Nederland? In Brussel gebeurt het belangrijkste. De media, de politiek en ook de ambtenarij zijn te weinig gericht op Europa. We hebben nog geen idee hoe we onze interne organisatie moeten aanpassen om Europa goed te kunnen managen vanuit Nederland. Nederland speelt het spel in Europa niet goed. Niemand heeft enig idee hoe de Conventie straks de Nederlandse Rijksoverheid zal moeten veranderen. Andere landen hebben een centrale aansturing, Nederland laat iedere minister maar een beetje zelf onderhandelen. Nodig is de aansturing van de ministerpresident die de binnenlijn van de Nederlandse positiebepaling binnen Europa versterkt."

Dilemma
De politiek bevindt zich op dit moment in een periode van verval. De geschiedenis wordt sinds de Verlichting opgevat als een proces van vooruitgang. Maar zoals de deelnemers van het debat er nu tegenaan kijken is de lineaire lijn van vooruitgang spiraalvormig geworden. Er is opgaan, blinken en verzinken en weer opgaan. Zonder uitzondering is hun waardering voor de politiek nu negatief: te pretentieus als oplossingenmachine, produceert misbaksels, leert niet van fouten, is te gericht op deelbelangen, is gemarginaliseerd en te veel gefixeerd op Nederland.
De representatieve democratie heeft als groot dilemma de paradox: moeten volksvertegenwoordigers naar de vox populi luisteren of is het een taak van de elite om het volk bij te lichten? Is het verdedigen van posities zonder het er zelf mee eens te zijn de fundamentele republikeinse functie in de representatieve democratie?
Het debat kende voldoende verstandige opmerkingen die een impuls kunnen geven aan de discussie hoe het verder moet met de besturing van Nederland, maar resulteerde niet in een eenduidige oplossingsrichting. Wel is duidelijk dat er in de politiek gezocht moet worden naar mechanismes die balans brengen in de interactie van macht en tegenmacht.

* Hedda Maria Post en Julia Schmidt zijn redacteuren van BASIS

Links referenced
een aantal vraagpunten
http://www.basis-online.nl/index.cfm/3,112,368/debat1-vraagpunten.pdf

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,112,368,0,html