Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
door dr. H.M. Post*
"De Benelux heeft een groter economisch gewicht dan de omvang doet vermoeden. Nederland heeft een BNP dat net zo groot is als dat van Rusland. Vlaanderen heeft een economisch gewicht dat vergelijkbaar is met dat van Zuid-Afrika. De Benelux samen heeft een BNP dat groter is dan dat van de Arabische wereld met ruim 300 miljoen burgers. De Benelux landen vormen één van de rijkste gebieden ter wereld." Derk-Jan Eppink, lid van het cabinet van scheidend Europees commissaris Frits Bolkestein, pleit voor een actievere rol van de Benelux in de EU.
De periode dat Nederland als één van de zes leden deel uit maakte van EEG, de voorloper van de EU, was overzichtelijk, maar is inmiddels allang verleden tijd. Hoeveel invloed heeft Nederland nog in een unie van 25 landen?
In zijn Brusselse werkkamer spreekt Eppink over Europese macht en de noodzaak van allianties.
"Hoe neem je beslissingen in een Europese Unie met 25 lidstaten? Je kunt hier niet beslissen zonder macht. Zoals meel hoort bij het brood, zo hoort macht bij politiek. Dat kan niet anders. In de Europese politiek verschuift de macht met wisselende coalities. Toen Frankrijk en Duitsland Verhofstadt als voorzitter van de Europese Commissie naar voren schoven, doorbrak Engeland het overwicht van Berlijn-Parijs. Engeland met zijn traditionele coalitiepartners Italië en Portugal vond in de nieuwe lidstaten bondgenoten die wilden voorkomen dat Duitsland en Frankrijk bepaalden wie commissievoorzitter werd. Als vroeger Parijs en Berlijn het eens waren, werd er gezwegen en gebeurde wat zij wilden. Een Europese Unie met 25 landen maakt coalities mogelijk die tegen hun macht ingaan. Als de grote landen het niet eens worden, ontstaat er een conflict en dan kan bijvoorbeeld Nederland een rol spelen. Meer voor de hand ligt de Benelux als grotere factor. Zo wordt het spel gespeeld. Macht is kwantitatief, het gaat erom hoeveel lidstaten een voorstel willen steunen. Daarbij is de Benelux zeker van belang. Wanneer Verhofstadt zijn kandidatuur had ingekapseld in het netwerk van de Benelux was hij misschien wel voorzitter geworden, had hij Engeland niet tegen zich gekregen. Hij handelde nu als verlengstuk van Parijs, denkend 'Frankrijk is de kingmaker' en misrekende zich."
Met z'n allen aan tafel
"Nederland rekent zich tot de grote landen, zij het een klein groot land, en kijkt vaak over België heen. Nederland verkondigt van oudsher het eigen gelijk en is minder gewend het in alliantieverband af te dwingen. Het probleem met België is, dat de Franstaligen niet warmlopen voor de Benelux, want eigenlijk zijn ze bang dat de Nederlandstalige meerderheid het voor het zeggen krijgt. Deze twee sentimenten van de beide landen ondergraven het gehele Benelux denken. België is erg geporteerd voor een federaal Europa, waarschijnlijk omdat ze de problemen die ze in hun eigen federatie niet kunnen oplossen, transponeren naar Europees niveau. Voor de meeste landen is een federatie geen optie. Polen, nu lid van de 25, is een uitgesproken natiestaat. De Poolse natie heeft altijd bestaan, zeker 1000 jaar, maar de Poolse staat niet. Nu is het voor het eerst dat de natie een staat heeft die vrij is om te doen wat hij wil. En dan komen die Polen natuurlijk niet om op te gaan in een Europese federatie. Ze gaan niet Moskou inruilen voor Brussel. Dit vind je terug bij alle nieuwe lidstaten. De Britten zijn van oudsher tegen het federalisme en zien de nieuwe leden als bondgenoten. Het federalisme komt er dus niet. Voor besluitvorming moet men met z'n allen aan tafel om te beslissen en Nederland is één van die leden. Dit is de intergouvernementele variant. Wanneer Nederland invloed wil uitoefenen moet het macht vergaren en creëren door bondgenootschappen te sluiten en allianties te maken om er voor te zorgen dat er een meerderheid is om een voorstel te steunen, of een minderheid om een voorstel te blokkeren. Het is een spel van geven en nemen. Een gemeenschappelijk Benelux-standpunt kan lang niet altijd, omdat de landen het over veel kwesties oneens zijn. In Benelux-verband kan Nederland zich bezighouden met de institutionele machtsverhoudingen binnen de EU. Op de breuklijn van grote en kleine landen kan de Benelux een sterkere positie dan nu innemen en zich vooral richten op verdediging van de communautaire methode die in het belang van de kleinere landen is. De politieke samenwerking kan slechts werken als de drie landen meer afstand nemen tot de groten, en niet direct Parijs, Berlijn of Londen achternalopen."
Aanlegsteiger van Europa
"We staan nu voor de keuze wat we willen met de Benelux. Het verdrag loopt in 2008 af en we kunnen niet doorgaan met dit verdrag omdat het achterhaald is. Het moet herschreven worden met oog op actualisatie van de meerwaarde.
De politieke elite van België, Nederland en Luxemburg moet het initiatief nemen. Net zo min als Europa, leeft de Benelux bij de burgers. De vraag is, hoe komen we met z'n drieën tot gemeenschappelijke standpunten waarbij we gemakkelijk nieuwe allianties kunnen zoeken. Uitgaand van de Benelux als aanlegsteiger van Europa kan men het economische gedeelte van het Beneluxverdrag herschrijven. Dossiers die er met Vlaanderen liggen over de Westerschelde en de IJzeren Rijn kunnen dan ook worden opgelost. Het zou de verhouding met Vlaanderen verbeteren. Dit zijn de twee dossiers die een hypotheek leggen op de samenwerking in Beneluxverband. En Vlaanderen is de belangrijkste deelstaat van België."
Grenzen aan beleid
Revitalisering van de Benelux is vooral van belang in het licht van de dilemma's waarvoor de EU staat. Het blijft paradoxaal dat Belgen onderling controverses houden en in groter verband na streven wat in compacter verband niet lukt. Het geldt voor veel landen dat ze wel kijken naar de kathedraal ver weg, maar dat ze niet over hun heg met de buurman kunnen praten. In de Oost-Europese landen ligt dit heel gevoelig. Men heeft daar te maken met nationale minderheden, Hongaren in Roemenië, Zigeuners in Slowakije. Het nationaliteitenprobleem waarmee we tot nu toe weinig te maken hebben gehad, komt helemaal terug. Ook het populisme zal sterker worden. Europa wordt groter en de burger kan zich niet meer identificeren met dat grote geheel. Hij voelt zich bedreigd, wordt bang en zoekt naar eigen identiteit. Hij is sneller geneigd om op een populistische club te stemmen. Dan komen er protestbewegingen en -partijen. Europa kan het populisme misschien beperken door de zaken waarmee het zich bezig houdt te beperken en grenzen te stellen aan het beleid. Het is beter geen cultuurpolitiek en geen onderwijspolitiek
te maken. Regionaal beleid zou men aan de lidstaten moeten overlaten, nu gaat het via Brussel heen en terug als rondpompsysteem.
De Turkse rekening
Turkije zal op den duur bij de EU komen, dat is niet tegen te houden. In 1963 werd al een toezegging aan Turkije gedaan. Na meer dan dertig jaar is op de top van Helsinki in 1999 beloofd dat Turkije kandidaat lidstaat mocht worden. Het Nederlands voorzitterschap wordt geconfronteerd met de vraag, wanneer gaan we onderhandelen met Turkije. Niet meer of, maar wanneer. De Commissie moet een rapport opmaken over de stand van zaken. Wanneer er zich niet vreemde zaken voordoen, zal men waarschijnlijk met de onderhandelingen beginnen in 2007. Die onderhandelingen duren pakweg vijftien jaar. De toetreding van Turkije plaatst Europa voor een existentieel probleem: kan Europa nog functioneren? Turkije wordt de grootste lidstaat met de meeste stemmen in de raad en de meeste parlementsleden, terwijl het welvaartsniveau van het land zeer laag is. Wanneer je Europa dan financierbaar wilt houden moet het landbouwbeleid anders. Er komt een grote jongen aan tafel en de rest moet indikken. Wanneer Turkije komt moet het verdrag gewijzigd worden en dat brengt referenda met zich mee. Tegen die tijd heeft de EU waarschijnlijk met de Balkanlanden erbij al vijfendertig leden. Een aantal landen zal tegenstemmen. Turkije is niet erg geliefd in Bulgarije of in Griekenland. Het zijn erfvijanden, er liggen stapels oude rekeningen die vereffend moeten worden. Ook Frankrijk is in zijn hart tegen. Mocht Turkije aansluiten dan zal ook de Oekraïne zich melden. Kijk je dan naar de Europese kaart, dan is de enige vraag die overblijft, hoe hou je het bij elkaar?"
Ontrafeling van de institutionele orde
"De les van de geschiedenis is dat elk rijk, hoe groot en sterk ook, op een gegeven moment begint aan een periode van verzwakking en desintegratie. Kijk naar hoe het Habsburgse Rijk uitelkaar is gesprongen omdat de Oostenrijkers wel de macht wilden delen met de Hongaren maar de Hongaren die niet wilden delen met de Slaven. Hoe sterker de neiging is om alles samen te trekken, hoe sterker de kracht van binnenuit wordt om uit elkaar te spatten. Daarom pleiten wij voor grenzen aan beleid, voor een kern-Europa met enkele omschreven bevoegdheden, de rest blijft bij de lidstaten. We gebruiken de grote economische ruimte en hebben daarvan het economisch profijt. Europa wordt een economische macht maar geen militaire macht. Het moment waarop een rijk begint te verbrokkelen gaat ver vooraf aan de bewustwording daarvan. Over desintegratie en ontrafeling is nog niet nagedacht, alle denktanks in Brussel gaan over meer integratie. Er is een onberedeneerde weerstand.
Of het nu om het Romeinse Rijk, het Derde Rijk of de Sovjetunie gaat, ieder rijk heeft zijn kantelpunt. Wij hebben geen keus, we moeten uitbreiden maar om political overstretch te voorkomen is het goed om de grenzen qua beleid te verengen. We zullen ons echter moeten concentreren op de interne markt en de Europese dimensie van die economie gebruiken om op de langere termijn concurrerend te kunnen zijn met India en China. Europa is nu voor de meeste landen de weg om hun eigen belang te realiseren. Voor Frankrijk is Europa de realisering van Franse ambities uitvergroot tot Europees formaat. Voor Duitsland is het erkenning en het weer opgenomen worden in de welvaart van een Europees kader en voor Engeland is het de aloude verdeel-en-heers-politiek. Nederland staat er buiten maar kan de patronen counteren door er in Benelux verband een coalitie tegen te bouwen. Europa zal in de richting van ontrafeling gaan. Het is daarom dat Nederland in Benelux verband over de institutionele vraagstukken moet denken."
* Hedda Maria Post is redacteur van BASIS
literatuur:
- Frits Bolkestein, De grenzen van Europa, Lannoo nv Tielt, 2004
- Derk-Jan Eppink, Nieuwe koers voor de Benelux, 2004
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,381,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012