Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Islam over één kam- geen eenheid in verscheidenheid


door dr. H.M. Post*

"We hebben de neiging alle minderheidsproblemen te islamiseren. En als je iets vriendelijks over de islam zegt heb je een probleem." Anton Wessels, emeritus hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de VU die in de roerige jaren van 1971 tot 1978 Islamitische Studies aan de theologische universiteit van Beiroet doceerde, spreekt wat onderkoeld over de reacties die hij nu krijgt op zijn artikelen en lezingen in Nederland.

wessels"De anti-gevoelens ten opzichte van de islam zijn groot en geven heden ten dage zo'n beetje de mate van je beschaving en verlichting aan. Deze gevoelens zijn sinds de elfde september verhevigd maar ze zijn er eigenlijk altijd al geweest. Wij in het Westen zijn er ons bijvoorbeeld niet eens van bewust dat op twee na alle islamitische landen zich indertijd gekeerd hebben tegen de fatwa van Khomeini tegen Salman Rushdie. Wat de moslims betreft is het goed ons te realiseren dat er bij hen een grote verscheidenheid is in culturen, opvattingen en gebruiken. Er zijn meer dan een miljard moslims op de wereld en meer dan vijftig landen waar moslims in de meerderheid zijn".
De door Wessels gesignaleerde verscheidenheid geldt ook voor de moslims in Nederland. Al in een artikel uit 1985 schreef de theoloog J. Plomp: "Moslims willen idealiter één gemeenschap (oemma) vormen, het eens zijn over één Korantekst, één Profeet, één collectieve traditie hoe ook geïnterpreteerd, één serie plichten, waarvan de salaat (gebed gereciteerd in het Arabisch) en de vastenmaand hoogtepunten vormen. Toch is er zo'n grote verscheidenheid onder moslims in Nederland dat men niet van één minderheid kan spreken."
Na 1985 is de verscheidenheid in stromingen, zoals soennieten, sji'ieten en mystieke broederschappen en het aantal 'oorsprongsnationaliteiten' alleen maar toegenomen. "Hen over één kam scheren is nog onzinniger dan geen onderscheid maken tussen bijvoorbeeld zwarte kousen gelovigen en vrijzinnige hervormde christenen", zegt Wessels. "Maar ja, in de eerste plaats zijn ze vreemden en dat deugt niet, in de tweede plaats zijn ze moslim en dat deugt helemaal niet."

Een achterlijke cultuur?
Het was Pim Fortuyn die de ongerustheid over 'het vreemdelingenvraagstuk' heeft gepolitiseerd. Een groot deel van het volk ging de problemen die te maken hebben met arbeidsmigratie, zoals werkgelegenheid, sociale zekerheid, gezondheidszorg, gettowijken, toenemende criminaliteit, onveiligheidsgevoelens, steeds meer op één hoop gooien: de buitenlanders. Of het nu asielzoekers zijn die mogen blijven, of uitgeprocedeerden die de illegaliteit ingaan, 'gastarbeiders' van de eerste generatie of Nederlandse Marokkanen en Turken die hier geboren en getogen zijn of Antillianen, Kaapverdianen en Surinamers, hun verblijf in Nederland en integratie in de Nederlandse cultuur is opeens een belangrijk politiek item. De noemers waaronder Fortuyn de opinie mobiliseerde waren: 'Nederland is vol en moet stante pede op slot' en 'de islam is een achterlijke cultuur'. De buitenlandersproblematiek werd ondergebracht in een cultuur clash tussen het verlichtingsdenken van de Europeanen en de cultuur van de islam. Fortuyn was van mening dat het islamitisch fundamentalisme een gevaar vormde voor de joods-christelijk humanistische cultuur die kenmerkend is voor de Nederlandse identiteit en dat het cultuurrelativisme van de jaren negentig de Nederlanders tot een krachteloos volk dreigde te maken.
"Maar", zegt Wessels, "een aantal zaken die afgekeurd worden zoals eerwraak en vrouwenbesnijdenis stammen uit voor-islamitische tijd, de tijd van voor het optreden van de profeet Mohammed die in 570 onze jaartelling geboren werd. De vrouwenbesnijdenis is niet afkomstig van het Arabisch schiereiland maar kwam al in faraonische tijden in Egypte en Oost-Afrika voor.

koraanDe sluier
"Ook de sluier, of hoofddoek zo je wilt, vindt zijn legitimatie nauwelijks in de koran. In het kader van de voorschriften die de omgang met de profeet en vooral die met zijn vrouwen betreffen komt de volgende zinsnede voor: '...Wanneer gij haar (die vrouwen) om iets wat gij begeert vraagt, zo vraagt het haar van achter een afscheiding...' Hier is het woord hidjab gebruikt en dit wordt vaak met sluier vertaald. Eigenlijk is het dus de man die afgescheiden moet worden.
Een Europese imam antwoordde naar aanleiding van de sluier affaire in Frankrijk in 1989 op de vraag wat hij van de hoofddoek kwestie vond, dat God de profeet Mohammed niet als kleermaker heeft gezonden. In de jaren zestig werden er in de Arabische wereld nauwelijks sluiers gedragen en twintig jaar geleden in Israël nauwelijks keppels. Het heeft met politieke gevoelens te maken dat dit straatbeeld verdwenen is. De hoofddoek, sluier, is een symbool, maar een zeer poli-interpretabel symbool, vaak gezien als een teken van vrouwenonderdrukking en nu even zovaak door vrouwen als geuzenteken gedragen, getuige de leus van vrouwen in een demonstratie in Amsterdam tegen het Franse hoofddoekverbod: 'jong, slim, ambitieus, hidjab is mijn keus'. "In Nederland wordt met meer tolerantie opgetreden tegen de uiterlijke symbolen van een godsdienst dan in Frankrijk. In Frankrijk wordt 'la laïcité', de lekenstaat, de neutrale staat waarin godsdienst privé is, met dogmatische felheid verdedigd. Het is een bijna antigodsdienstig beroep op rationaliteit dat weinig rationeel gebracht wordt. Het lijkt erop dat men vergeet wat er in het verleden gebeurd ten aanzien van de joden is met het veroordelen van godsdiensten op uiterlijkheden."
De discussie in Frankrijk over de balans tussen de grondwettelijke vrijheid van godsdienst enerzijds en de scheiding van kerk en staat anderzijds, waaraan Wessels refereert, leidde op tien februari tot het instemmen van de Franse kamer van volksvertegenwoordigers met de door de minister van onderwijs opgestelde wet aangaande het verbod op het dragen van hoofddoeken, keppels en kruisen op scholen en andere overheidsinstellingen. In de volksmond heet dit het 'hoofddoekverbod'. Opmerkelijk is dat de meerderheid van de vijf miljoen Franse moslims volgens opiniepeilingen niet tegen deze wet is. Volgens de Frans-Nederlandse columnist Sylvain Ephimenco is het verbod dan ook gericht tegen de opmars van de politieke islam, een gepolitiseerde beweging die overal waar het kan het secularisme aan het wankelen probeert te brengen.

moslimsHumanistische islam
Alle aandacht van de media gaat naar het fundamentalisme, de politieke islam en het terrorisme. Moslimfundamentalisten ageren voor een islamitisch wereldrijk. Zij zetten zich af tegen de dominantie van het Westen en verkondigen het gelijk en de uiteindelijke overwinning van hun islam. 'De islam is de oplossing', is hun strijdkreet. Weinig aandacht wordt geschonken aan de 'humanistische islam'. Wessels benadrukt opnieuw de diversiteit in de islam en noemt de Soedanese rechtsgeleerde Abdulahi An-Naim, hoogleraar aan de prestigieuze Amerikaanse Emory University, die erop wijst dat fundamentalisten door de gehele islamtraditie altijd een kleine minderheid van de moslims hebben uitgemaakt.
Een contrast met de aandacht voor het fundamentalisme is voor Wessels het vergeten verhaal van An-Na'ims leraar Mohammed Taha. In 1985 werd hij in de Soedanese hoofdstad op zesenzeventigjarige leeftijd opgehangen. Taha had kritiek op de fundamentalistische regering en hun gebruik van de Sharia en werd daarom als een afvallige gezien. De Sharia was volgens hem niet de verzameling van verboden, draconische wetten en weerzinwekkende straffen. Dit soort zaken zijn door latere despoten eraan toegevoegd. Michel Korzee schreef ooit in een column in de Volkskrant: 'Taha was een pacifist, een feminist, een liberaal en een diep gelovige moslim. Zijn koranexegese is gebaseerd op de overtuiging dat de profeet Mohammed in de eerste plaats uitging van de universele menselijke broederschap en tolerantie en dat zijn leer de beste politieke en sociale filosofie was die er toen bestond. Het probleem was dat Mohammed niet alleen een religieus leider was maar ook aanvoerder van een revolutionaire en militante organisatie."
Taha's leerling An-Na'im stelt dat de islamtraditie hervormd kan worden volgens de lijnen van Taha. "Maar dat is een ingewikkelde theologische kwestie", legt Wessels legt uit. "Het is gebruikelijk dat de chronologisch gezien latere soera's van de Koran de eerdere opheffen in geval van contradicties. De Koraninterpretatie van Taha en An Na'im is omgekeerd en is erop gebaseerd dat in geval van tegenspraak de eerdere soera's de latere opheffen. De soera's behandelen thema's in de chronologische volgorde waarin zij in de recitatie van Mohammed, eerst in Mekka, en daarna in Medina, zijn verschenen. De eerste periode van Mohammed is de periode in Mekka, een tijd van vrede. In de tweede periode in Medina, in tijden van strijd, blijkt het te zwaar de idealistische boodschap uit Mekka in praktijk te brengen. De boodschap verhardt zich en wordt aangepast. Een voorbeeld van verandering is dat de oorspronkelijke monogamie veranderd in polygamie om de wezen en weduwen van omgekomen strijders rechtvaardig te behandelen".
Dat Taha en An-Na'im genegeerd worden draagt eraan bij dat de Islam in Westerse ogen een monolithisch blok lijkt.

Moslims in Nederland
De diversiteit van buitenlanders in Nederland is groot en de diversiteit van hun posities hier is dat eveneens. Door alle buitenlanders op één hoop te gooien, vaak onder de noemer 'moslim', gaat men niet alleen voorbij aan de diversiteit van nationaliteiten maar ook aan de diversiteit van interpretaties en praktijken van de islam. Negeren hiervan maakt een gericht beleid onmogelijk.
Na de beruchte uitspraken van El-Moumni over homoseksualiteit ('homoseksualiteit is schadelijk voor de samenleving'), had Roger van Boxtel, indertijd minister voor integratiebeleid, een gesprek met een delegatie van moslimvertegenwoordigers van maar liefst 250 moskeeën. Volgens Van Boxtel moest er niet de indruk bestaan dat El-Moumni het boegbeeld van de Nederlandse Moslims was. Hij zat daar dan ook met 'een brede waaier van vertegenwoordigers' die hij voorhield dat ze tot een overkoepelend platform moesten komen waarmee overlegd kon worden.
Dat het platform kwam er: het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO). Hoe moeilijk het is om tot gezamenlijk optreden te komen bleek toen Minister Verdonk voor Vreemdelingzaken onlangs geconfronteerd werd met twee elkaar bestrijdende moslimkoepels. De officiële koepel het CMO, sluit namelijk volgens de andere koepel Contact Groep Islam niet-soennietische Moslims uit. Voordat er één geaccepteerde vertegenwoordiging voor alle moslims gerealiseerd kan worden lijkt er nog een lange weg te gaan. Voorlopig wint verscheidenheid die in de ogen van Wessels in de publieke opinie vaak over het hoofd wordt gezien.

bronnen:
-Michel Korzee Religieus oproer, Volkskrant 20.11.1991
-M.Trappenburg en H. Pellikaan Politiek in de multiculturele samenleving Boom Amsterdam 2003
-Islamitische stromingen in Nederland VU uitgeverij 1985
-Sylvain Ehimenco Trouw 21.2. 2004
-Anton Wessels De Koran verstaan (J.H. Kok) Kampen, 2001

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,384,0,html