Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
door dr. H.M. Post*
Volgens de 'Dikke Van Dale' is een quisling (m.;s) een collaborateur. Een quislingregering (v.) is een met de vijand, de bezetter collaborerende regering. Terwijl ieder bezet land in de Tweede Wereldoorlog zijn lokale zetbazen had, is het juist de Noor Quisling die internationaal geldt als de prototypische landverrader. In haar boek A Nazi Interior. Quisling's hidden philosophy heeft de emeritus hoogleraar logica en analytische filosofie Else Barth geprobeerd het raadsel Quisling te ontrafelen.
Vidkun Quisling (1887-1945) was het oudste kind van de Lutherse predikant Jon Quisling. Quisling was een slim kind, leerde gemakkelijk, excelleerde op de militaire academie. In 1931 werd hij minister van defensie in Noorwegen. Hij stichtte de Nasjonal Samling, de Noorse nationaalsocialistische partij. In 1942 werd Quisling minister-president van het door de Duitsers bezette Noorwegen. Na de oorlog werd hij ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. "Tweeënveertig jaar na zijn dood brandmerkten zekere Bosnisch-Servische politici hun president als een 'quisling voor buitenlandse zaken'," vertelt Barth.
Het gaat Barth in haar boek niet om Quislings leven maar om zijn ideeën, zijn manier van denken, om de bronnen waarop dit denken gestoeld is. Barth heeft op een nauwgezette wijze het 'enigma Quisling' ontleed. Hoe verandert iemand van weldoener in landverrader? Hoe kan de man, die in de jaren twintig samenwerkte met de ontdekkingsreiziger, wetenschapper en activist Fridtjof Nansen, iemand die zich inzette voor krijgsgevangenen en vluchtelingen uit de Eerste Wereldoorlog, in 1945 roemloos ter dood gebracht worden vanwege hoogverraad?
"Hij was geen wreed man, toch zijn op zijn bevel joden vanuit Noorwegen naar Duitsland gedeporteerd. Lang zag hij de joden als een geniaal volk. Hij ontwikkelde een eigen filosofie: het Universisme. Het is een filosofie die nadruk legt op de eenheid, de coherentie van het al; geest en materie zijn twee zijden van hetzelfde. Het Universisme steunt politiek totalitarisme: het recommandeert een hiërarchisch systeem met aan het hoofd een leider met een onaantastbare ideologie. Bloed als offer en heilige oorlog zijn issues in het Universisme. In het begin was Quisling redelijk bescheiden, maar al snel ontpopte hij zich als een elitarist, als een arist, van het Griekse aristos, de beste. Quisling had plannen om het Universisme tot een wereldwijde organisatie te maken waarvan hij het hoofd zou zijn. De domineeszoon is laat, maar bijtijds antisemiet geworden. Omdat voor hem Gods wil duidelijk werd en plaats vond in de ontwikkelingen in de wereld, zag hij het als immoreel daartegen in te gaan. Collaboreren met hen die de macht hadden was een optie."
Het verborgen werk van een genie?
Lang voordat in 1980 de universiteitsbibliotheek van Oslo een manuscript van Quisling in bezit had gekregen deden geruchten de ronde over het grote filosofische werk dat Quisling zou hebben achtergelaten. Barth zag het manuscript in 1991 voor het eerst: "het manuscript, bij geruchte het verborgen werk van een genie, is slecht, het is een treurig geheel, maar het is zeker belangrijk, want het laat zien hoe hij dacht. Het legt de diepe lagen van zijn geest bloot. Zijn notities zijn nooit uitgegeven, hij heeft ze ook nooit tot een samenhangend geheel gemaakt. Maar ook een slecht manuscript is het bestuderen waard. Ondanks het feit dat vele aannames pure onzin zijn, is er geen reden om ze te ignoreren. Ze zijn ontzettend belangrijk juist omdat ze onzinnig zijn. Onzin en wilskracht van de massa is de stof waarvan de geschiedenis vaak gemaakt is. De meeste werken over extreme mentaliteiten beperken zich tot normen en waarden en gaan voorbij aan de onderliggende logica." Barth schreef haar boek ook ter waarschuwing: "om de wereld van de ideeën die in zwang zijn bij extreem rechts en bij belijdende fascisten of personen die hen steunen door hun cognitieve bescherming te geven, beter te leren kennen."
Een grenzeloos universum
De Maistre, Schelling, Hegel, Lenin, Schopenhauer, Nietzsche, Scheler, Jünger, Keyserling en Rosenberg. Verwonderd zullen ze ontdekken dat ze, als inspiratoren van Quisling, zich in hetzelfde gezelschap bevinden. Wat ze delen is onder meer hun neoplatonisme.
De wereld van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw was een wereld in verwarring. Duizenden jaren lang leefden mensen in een veilig universum. De ruimte was begrensd met een boven en een onder. Er was een duidelijk goed en kwaad, een duidelijke orde. De ordening verliep van het meest perfecte naar het minst perfecte waarbij de ethische en ontologische orde parallel liepen in de Chain of Being en aan beide zijden was een eind. 'Het moet ergens ophouden,' dacht Aristoteles. Net zoals Plato veronderstelde hij zo'n sequentiële orde. Zij gaan dan ook uit van absolute waarheden, van eerste principes die door de geest van de mens gekend kunnen worden. De geest heeft, als goddelijk verwant, onmiddellijke, intuïtieve kennis van de waarheid.
De absolute waarheden bleken echter geen eeuwig leven beschoren. In de loop van de geschiedenis verdwenen steeds meer vaste punten: de aarde was niet langer het middelpunt van het heelal, en God als antwoord op onverklaarbare fenomenen moest steeds meer terrein prijsgeven. De schepping van de kosmos in zes dagen, maakte plaats voor de evolutietheorie. Newtons inzichten, hoe vernieuwend ook, speelden zich nog af in 'Gods Sensorium', Gods absolute ruimte. Met de kwantummechanica echter verdwenen de grenzen tussen subject en object en met de relativiteitstheorie verdween de grens tussen ruimte en tijd. God ging dood en het universum werd grenzeloos.
Het begin van de twintigste eeuw werd een tijd van leegte en verwarring, waarin veel mensen, zoals Quisling en zijn inspiratoren, zich vastklampten aan het vertrouwde neoplatonisme, ooit ingevoerd door de kerk.
Vulgair idealisme
Een andere bron van Quislings denken is het idealisme, nauw verwant aan het neoplatonisme. Fritz Stern introduceerde de term 'Vulgäridealismus' voor het Duitse idealisme in de tijd na de militaire overwinning op Frankrijk in 1871. Dit idealisme werd steeds meer een politieke kracht. Het werd de retoriek waarmee democratie, liberalisme en moderniteit en al de zogenaamde import uit het Westen gehekeld werd. Umberto Eco zegt in zijn artikel Eternal Fascism dat de Nazi's weliswaar trots waren op hun industriële resultaten maar dat hun lof op de moderniteit slechts de oppervlakte was van hun 'Blut und Boden' ideologie.
Barth schrijft dat een aantal cognitieve kenmerken van het idealisme constituenten zijn van het nationaalsocialistische denken. "Quisling is stevig verankerd in het Duits idealisme dat gebaseerd is op het idee dat het universum een innerlijke substantie bezit waaruit alles ontstaat, en op de aanname dat deze substantie 'geest' of 'idee' is. Hij leidt daaruit af dat de wereld verklaard moet worden vanuit de natuur van de menselijke geest, uit denken. 'Wie inzicht heeft erkent dat hij God is', is een herhaalde uitspraak van Quisling."
Iedereen heeft een vermogen tot inzicht maar alleen de arist is in staat dit vermogen volledig te actualiseren. Quisling gaat uit van een elitair intuïtief denken en dit denken laat geen twijfel, geen tegenspraak en geen dialoog toe. Discussiëren en argumenteren is volstrekt uit den boze. Zo benadrukt Eco dat het fascisme geen verschil van mening duldt. De kritische geest onderscheidt, en onderscheiden is een teken van modernisme. Het fascisme zoekt consensus en overdrijft de natuurlijke angst voor verschil. In The open society neemt Karl Popper stelling tegen Plato, Marx en Hegel omdat hun denkbeelden zijns inziens de achtergrond vormen van het totalitaire denken. Zij geloofden in een volmaakte samenleving. Wanneer een samenleving als (potentieel) volmaakt of als een gerealiseerde utopie gezien wordt, dan vormt het een gesloten samenleving, dan is iedere kritiek vijandig. Een leidraad in het denken van Quisling en in het overige totalitaire denken is dat het intuïtieve inzicht niet voor twijfel, discussie of kritiek vatbaar is. Quisling poneert vaak de stelling dat twijfel het werk kapotmaakt.
Bijzonder en algemeen
Barth stelt dat veel denkers tot het postuleren van de noodzakelijkheid van intuïtie werden gebracht door het onvermogen in de Aristoteliaanse logica een bevredigende analyse te geven van redelijk simpele en geldige argumenten, namelijk van die conclusies die betrekking hebben op alle individuen. "Nog aan het eind van de negentiende bleven veel logici uit de Romantiek een filosofie aanhangen van 'een algemene natuur die in ieder individu huist'."
Quisling legt ongewild de link tussen filosofie en belangrijke punten uit de geschiedenis van logica, door zijn nadruk op het 'zien' in het bijzondere wat algemeen is. In het neoplatonisme is er 'de idee of het voorbeeld', waaraan ieder individu en ieder particulier voorwerp deel heeft als afspiegeling of kopie. De idee kan via de geest onmiddellijk, via intuïtie, gekend worden. Het neoplatonisme is een filosofie van overeenkomst en verschil. Verwant aan Quislings 'zien in het bijzondere wat algemeen is' is het type-denken. Daarin is bijvoorbeeld het type 'de Soldaat' belangrijker dan de individuele soldaat. Quisling's tijdgenoot, de Duitse filosoof Alfred Baeumler betreurde het dat in de educatie de notie van het type veronachtzaamd werd. Jonge mensen moest men als soldaat opvoeden. 'Een mens moet gevormd worden naar een type dat verbonden is met het leiderschapsprincipe. Nationaalsocialisme betekent de vervanging van hoogopgeleiden door het type van de soldaat. De oude Grieken voedden hun kinderen niet op tot harmonieuze wezens zoals de Duitse bourgeoisie nu', klaagde hij.
De enige asymmetrische relatie die Quisling kan hanteren is de hiërarchische. Rassen en klassen worden hiërarchisch gerelateerd. In een redevoering in 1941 in Frankfurt am Main verkondigt hij bot het verbod op rassenmenging en ontzegt hij de joden burgerrechten en toegang tot de staat.
De actuele verleiding
Het neoplatoonse denken met zijn intuïtieve kennis van de waarheid, met het gode-gelijk zijn door de geest, met classificatie in overeenkomst en verschil, met asymmetrische relaties die slechts hiërarchisch gedefinieerd worden, met de indeling in typen, is een filosofie die in de Europese geschiedenis en traditie verankerd ligt. Barths analyse van Quislings 'verborgen filosofie' laat zien hoe dit denken in tijden van verwarring zich liet gelden. Haar boek is actueel want overeenkomsten met het denken van radicale politieke stromingen van nu laten zich geregeld pijnlijk voelen.
Fascistische filosofie is geworteld in de schema's en structuren van onze traditie. Dit noopt ons tot behoedzaam oordelen over haar ideeën. Het fascistisch denken bevat niet louter negatieve aspecten. Praxis en theorie vallen niet altijd samen.
literatuur:
- Else Margarete Barth, A Nazi Interior, Quisling's hidden philosophy, Peter Lang, Bern Frankfurt 2003.
- Fritz Stern, The failure of Liberalism, Essays on the Political Culture of Modern Germany London 1972
- Umberto Eco, Eternal Fascism, http:/archive.8m.net
/eco.htm
- Karl R. Popper, The open society and its enemies, Two volumes
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,385,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012