Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

De tegenstrijdige logica van het gedogen

Door dr. H. M.Post*

"Gedogen is de smeerolie van de maatschappij" schreef Pieter Hilhorst eens in zijn column in de Volkskrant. Als 'anti antigedoger' keert hij zich regelmatig tegen de tijdgeest die wil dat heldere regels komen die strikt gehandhaafd worden. In de rechtsfilosoof Gijs van Oenen vindt hij een medestander. Omgaan met wetgeving is volop in het geding; door marktwerking en individualisering is de oude kunst van het gedogen, die inhoudt dat er een zekere ruimte is om regels contextueel te interpreteren en respect te hebben voor andermans interpretatie, uit de gratie geraakt.

hilhorstIn Het surplus van illegaliteit schrijft Gijs van Oenen: 'Een serieuze samenleving kan niet zonder serieuze rechtsorde.' De wijze van denken van de Franse postmodernisten volgend wijst hij erop dat legaliteit als antithese altijd illegaliteit veronderstelt. De illegale praktijk is het openlijke of verborgen geweld dat de legaliteit altijd begeleidt. Illegaliteit of 'wildheid' zoals Van Oenen dit betiteld is een factor in het systeem van de rechtsorde die onlosmakelijk verbonden is met legaliteit. Het schaduwgebied van het niet volgen vergezelt altijd de praxis van het volgen der regels. Pogingen om 'wildheid' uit te bannen zijn gedoemd te falen.
Dat legaliteit en illegaliteit onlosmakelijk verbonden zijn is een visie die niet voor het eerst gedacht werd door de Franse postmoderne denkers. Al in de voor-socratische tijd leerde Heraclitus dat er een constante beweging is in de werkelijkheid omdat zij bestaat uit tegenstellingen die evenwel hun eenheid vinden in de onderliggende logos, orde. Wanneer dan wildheid een gegeven is, is gedogen een manier om er mee om te gaan. In Geregelde Orde zegt Van Oenen dat gedogen een noodzakelijke instrument is van iedere rechtsorde. Gedogen past in een vormgeving van politiek waarin de nadruk ligt op burgerschapsvermogens. In een succesvolle gedoogpraktijk wordt het rechtsbewustzijn van deelnemers versterkt en niet verzwakt. "Ik ben het eens met Van Oenen, je kunt niet zomaar zeggen we stoppen met gedogen", zegt Pieter Hilhorst, "maar wanneer wildheid in het geding is dan gaat het ook om de balans tussen wildheid en geregelde praktijken. De kwantiteit van de illegale praktijken is een belangrijke factor. Evenwicht moet er zijn want anders gaat de spiraal snel naar beneden."

Walhalla in Nederland
"Overschrijding van de wet is een leermoment, een moment waarop je kunt laten zien waar wetten wringen. Antigedogers zeggen 'regel is regel' maar als je zegt 'regel is regel' dan loopt een samenleving niet soepel, dan loopt ze vast. Antigedogers gaan uit van de simplistische gedachte dat wanneer men zich aan alle wetten houdt er een Walhalla zal zijn in Nederland. Zij huldigen het standpunt dat een regel zonder meer goed is en dat er geen tegenstrijdige regels bestaan. Overschrijden van een wet is het toch doen van dingen die volgens die wet niet mogen. Gedogen hiervan is niet hetzelfde als labbekakkigheid van de overheid, het gaat om een bewust niet-handhaven van de wet. Hiervoor kunnen verschillende redenen zijn, moreel en/of pragmatisch. Het kan zijn dat wetten elkaar tegenspreken of dat men het eigenlijk met de wet niet eens is. Het gevoerde drugsbeleid is een voorbeeld van dit laatste. De socioloog Eric van Ree, die al jarenlang hamert op het vrijgeven van drugs, zegt dat het gedogen van drugs geen een uiting is van pragmatisme, maar van een oneens zijn met een wet. We gedogen drugsbeleid, niet omdat we denken daarmee betere resultaten te behalen, nee, we vinden eigenlijk dat drugs niet verboden moeten zijn, maar internationaal wordt dat afgewezen.
Praktisch gezien kan volledige gezagsgetrouwheid dodelijk blijken: in de onderzeeër Koersk durfde na de explosie niemand te handelen buiten de regels om. Niemand durfde de situatie creatief aan te pakken . Iedereen wachtte op instructies van bovenaf en hulp van de Noren die ter plekke waren werd niet ingeroepen."

Geest of letter
"Burgers handelen bewust vaak in de geest van de wet en niet strikt volgens de letter der wet. Wachten voor een rood stoplicht wanneer er niets aankomt is zinloos, drie kilometer te hard rijden als het veilig is moet kunnen. De tendens nu is dat men zich dit zelf wel toestaat en het steeds minder accepteert van anderen.
Bestuurders hebben niet voldoende onderscheid gemaakt tussen gedogen en defaitisme. Er bestond een praktijk van incidentenpolitiek, prioriteit werd bepaald door schandalen. Niet onwaar is wat Herman Vuijsje zei, dat er lang een sfeer heeft geheerst waarin met straffend en handhavend optreden geen eer viel te behalen. Deze houding is nu wel verdwenen. Er is geen terughoudendheid meer wanneer het gaat over handhaven en straffen."
Een meerderheid van het volk heeft zich lange tijd kunnen vinden in gedogen als beleid, nu is een ieder die in de politiek wil scoren tegen gedogen.
"Er moet een andere visie op wetgeving komen. De pleiters voor pragmatische haalbare regels moeten kunnen uitleggen wat centraal als haalbaar wordt gekwalificeerd en wat niet. Met de eis 'strikte regels die gehandhaafd kunnen worden' veronderstellen ze een uniforme maatschappij zonder tegenstrijdigheden. Ze gaan ervan uit dat de kennis in het centrum heel groot is, dat men juiste wetten kan uitvaardigen die slechts uitgevoerd dienen te worden. Dit is een Weberiaanse visie op de ambtenaar: hij voert alleen maar uit wat van bovenaf komt. Toen bij de vuurwerkramp in Enschede milieuambtenaren aangeklaagd werden, was de onmiddellijke reactie van de milieuambtenaren uit de rest het land: 'als het zo gaat dan nemen we geen beslissing meer zelf en leggen voortaan alles op het bordje van de wethouder.' Zo loopt een maatschappij niet soepel maar vast. De ruimte voor de ambtenaar waarin hij eigen verantwoordelijkheid kan nemen in het toepassen van regels en eigen keuzes kan maken is onontbeerlijk. Het vergroten van deze discretionaire ruimte is deels het antwoord op gedogen. Geïnstitutionaliseerd wordt de opvatting dat wetten niet voor iedereen op dezelfde manier geldig zijn. Van Oenen staat het helder verdelen van verantwoordelijkheden voor: het helpt niet problemen vooraf op te lossen, betere is later aansprakelijk stellen. Bijvoorbeeld wie door rood licht rijdt heeft schuld. Door rood rijden op zich is geen strafbaar feit. Straffen is pas aan de orde wanneer iemand door rood licht rijdt en schade berokkent. Zo is er ruimte voor zelfregulering."

Koplopers en klaplopers
"Onderzoek van Professor Ringeling wees uit dat in het nakomen van milieuwetten er koplopers, meelopers en klaplopers zijn. De koplopers doen het goed, meelopers zijn de grootste groep en de klaplopers zorgen voor ellende. De aanbeveling is milieuambtenaren bevoegdheid te geven deze mensen in verschillende vergunningsregimes te plaatsen. De eerste groep laat je vrij, de tweede stimuleer je en de klaplopers krijgen een streng, makkelijk te controleren regime. Ambtenaren krijgen een grote ruimte en zullen die moeten verantwoorden. Dit lijkt mij zinniger dan 'de wet is de wet' en 'we stoppen gedogen'. Dat tegendelen gezamenlijk de werkelijkheid vormen laat zich touwens ook hier zien: voorlopers kunnen voorlopers zijn omdat ze het lullige werk aan de klaplopers uitbesteden en zelf zich zo netjes kunnen gedragen."

Tragiek van de rechtsstaat
"Vroeger was jaloezie gericht op mensen die het beter hadden, nu ook op hen die het slechter hebben. Er is afgunst want zij worden in de watten gelegd - inderdaad van ons belastinggeld. Ze worden niet hard genoeg aangepakt, gevangenissen zijn eigenlijk te luxe, dat is wat nu de stemming bepaalt. Vergeten wordt dat iemand die een hard beleid wenst voor anderen zelf ook behoort tot degenen die bij uitvoering daarvan onderworpen zal worden aan dat beleid. Afluisteren van telefoons gebeurt in Nederland erg vaak, niemand protesteert hiertegen, iedereen gaat ervan uit zelf niet afgeluisterd te worden. Het is tekenend dat we banger zijn voor medeburgers dan voor machtsmisbruik van de overheid." Het antwoord op de vraag hoe de rechtsstaat beschermd kan worden laat een fundamenteel dilemma:zien. "De tragiek is dat de rechtsstaat niet leeft in ons land. Wanneer er te gemakkelijk met rechten wordt omgesprongen denk ik, hé wacht, rechten zijn rechten, je mag niet lichtzinnig omgaan met de rechtsorde en rechtsstaat. Tegelijkertijd bepleit ik een soepele omgang met rechten en rechtsgelijkheid. Dit zijn twee tegenstrijdige ideeën, en ik ben voor beide. Hoe kan ik dit rijmen? Het zijn twee verschillende logica's. De ene logica volgt de regel: iets is goed wanneer het resultaat goed is, noem het pragmatisme of consequentialisme. De andere logica zegt dat sommige regels in ieder geval, ook al lijken ze haaks te staan op het verkrijgen van goede resultaten, geëerbiedigd moeten worden. Dit is de deontologische ethiek. Rechtsgelijkheid is een verworvenheid van de rechtsstaat. Dat autodiefstal in Amsterdam anders bestraft wordt dan in Groningen is tegen rechtsgelijkheid."
Op de tegenwerping dat regels er niet voor zichzelf zijn maar voor de mensen en dat toepassing van gelijke regels op ongelijke mensen in ongelijke contexten juist rechtsongelijkheid in de hand werkt, zegt Hilhorst: "Ja, dat zegt de LPF ook en wil dan een nieuwe interpretatie van de wet of een nieuwe wet, omdat de situatie van Volkert v.d.G een 'ongelijke' is. Aan de andere kant kun je de rechtsstaat niet verdedigen met 'deze rechten zijn heilig, einde argument'. Waarom een bepaald grondrecht het waard is om geëerbiedigd te worden behoeft verhaal. Het gaat uiteindelijk om de vraag, in wat voor wereld willen wij leven? Ik wil niet leven in een wereld die zijn cohesie ontleent aan rigiditeit. Om met Bram de Swaan te spreken: wij leven in een onderhandelingshuishouding. Het gaat erom er zorg te voor te dragen dat er de gelegenheid is dat mensen zelf en met elkaar oplossingen verzinnen."

De Griekse filosoof Protagoras van Abderea schreef ver voor het begin van onze jaartelling een mythe over hoe mensen bij elkaar gaan wonen om beschutting te zoeken tegen de voortdurende dreiging wilde dieren. Hij vertelt dat aangezien de mensen toen elkáár de hersens insloegen dit niet het gewenste resultaat had. De politieke deugd rechtvaardigheid bezaten ze niet en bijna waren ze uitgestorven toen Zeus ingreep en hen voorzag van recht en respect. In de samenleving werden wetten en opvoeding ingevoerd.
Vijfentwintig honderd jaar na Protagoras zal de mens het nog steeds moeten doen met recht en respect.

*Hedda Maria Post is redacteur van BASIS

Literatuur:
Pieter Hilhorst, De Wraak van de Publieke Zaak
De Balie Amsterdam 2002
Gijs van Oenen, Het surplus van illegaliteit
De Balie Amsterdam 2002
Gijs van Oenen , Ongeregelde orde Gedogen en de omgang met wilde praktijken
Boom Amsterdam 2002

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,386,0,html