Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
door dr. H.M.Post*
De woorden van Pim Fortuyn hebben een verreikende invloed. Ze werden gehoord, geloofd en gevolgd. In 2002 stemden 1,6 miljoen kiezers op zijn 'gedachtegoed'. Iedereen leek te weten wat 'Pim' zei en wat hij bedoelde en zelfs na zijn dood zijn er 'lijntjes met Pim'. Toch werd Fortuyns gedachtegoed gemeengoed zonder dat precies duidelijk was wat het inhield. In het onlangs verschenen boek De geest van Pim heeft de socioloog Dick Pels driehonderd pagina's nodig om dat uit te leggen. Pels omschrijft 'het gedachtegoed van een politieke dandy' als een 'denkbiografie'.
Van links naar rechts
In Pels' analyse en synthese lijken de talloze paradoxen, contradicties en verschuivingen in Fortuyns denken dwingend, coherent en klemmend noodzakelijk te zijn. De drie fasen in zijn denken, marxistisch, sociaal-liberaal en communitaristisch of volksnationalistisch, kenmerkt Pels als 'schuivende panelen, die elkaar deels overlappen maar elkaar opvolgen in tijd.'
Pels beschrijft Fortuyn als een denker met een mix van linkse en rechtse denkbeelden. Hij kan niet zonder meer gesitueerd worden op de horizontale lijn van de oppositie tussen links en rechts. Pels buigt deze rechte lijn in een hoefijzermodel waarbij de uitersten van de rechte lijn elkaar in een verticale positie naderen. Op de horizontale lijn staan politieke ideologieën, de verticale lijn is de locatie van temperament en emoties. De uiteinden van het hoefijzer, links en rechts, raken elkaar bijna en hier ontstaat de mogelijkheid over te steken. Fortuyn is een voorbeeld van een 'crossover intellectual' en verkeert daarbij in het gezelschap van de Franse socialistische filosoof Georges Sorel, Oscar Wilde en anderen. Mussolini, leerling van Sorel, steekt in een rechte lijn en in hoog tempo over "van een revolutionaire, syndicalistische vorm van Marxisme naar een even revolutionaire vorm van sociaal geïnspireerd nationalisme."
Demonisering
"Fortuyn werd 'de Nederlandse Mussolini' genoemd. De vergelijking met Mussolini is op zich niet onterecht maar dat deze onder de noemer wordt gebracht van 'schreeuwlelijk en misbruik makend van de media voor eigen macht' is dat wel", zegt Pels. "Mensen vergeten dat Mussolini een marxist was, een verstandig en belezen marxist. Zijn fascisme kwam voort uit een beredeneerde kritiek op en afwijzing van zijn eigen voormalig marxisme. Uit die beredeneerde afwijzing volgt bij hem en andere intellectuelen een omarming van een radicaal nationalisme of nationaal-socialisme. Fortuyn die de slogan 'woorden als wapens' hanteerde en met Voltaire vindt dat alles gezegd mag worden, trekt een traditionele grens, want als hij zelf geassocieerd wordt met het fascisme gaat dit voor hem over de schreef en noemt hij het demonisering." Pels kwalificeert dit als merkwaardig: "Ik had een ontmoeting met Fortuyn begin jaren tachtig nadat ik een artikel had geschreven met de titel 'De redelijkheid van het fascisme', waarin ik suggereerde dat fascistische denkers serieus genomen moeten worden en dat het intellectuele gehalte van het fascisme moet worden bestudeerd ook om erachter te komen wat de aantrekkingskracht ervan is. Fortuyn was hierin geïnteresseerd, zijn proefschrift ging gedeeltelijk over dezelfde materie. Hij had zich erin verdiept hoe de Duitse bezetter behulpzaam was geweest bij het opstellen van een centraal zorgstelsel. Dit stelsel kon door de sociaal-democraat Drees na de oorlog min of meer intact kon worden overgenomen. Maar dat mocht natuurlijk niet worden gezegd, Drees kon die continuïteit niet toegeven. Fortuyn was er trots op dit verband ontdekt te hebben. Fortuyn was het met mij eens dat je het fascisme niet in de buitenste duisternis moet werpen maar dichter naar je toe moet halen om te zien wat de aantrekkingskracht ervan is, ook om het beter te kunnen bestrijden. Dan is het vreemd om te zien dat hij later zo'n bezwaar maakt tegen de demonisering van zijn eigen persoon. Zijn volgelingen schrokken van de demonisering: fascisme, nationaal-socialisme en de moord op de joden beschouwden zij als één onontwarbare kluwen. Ook dit is merkwaardig want in kringen van historici wordt deze zaak allang veel gedifferentieerder gezien. Maar voor het grote publiek is het één pot nat en in die zin zou het ook een zelfmoordstrategie geweest zijn als Fortuyn had gezegd dat hij een vergelijking met Mussolini wel best vond."
De derde weg van rechts
"Fortuyn heeft in zijn leven en denken een dialectische beweging gemaakt. In 1988 vertrekt hij van de universiteit van Groningen, hij is ambtenaar af en voelt zich bevrijd. Hij maakt dan de omslag van democratisch-socialisme naar neoliberalisme, naar een hard en compromisloos marktdenken. In 1995 keert hij terug naar een vorm van gemeenschapsdenken, een soort nationalisme, wat betekent dat hij een aantal thema's van zijn vroegere (marxistische) collectivisme weer opneemt. Het is een gemeenschapsdenken dat kritisch is over zijn tweede fase, het harde calculerende burgerschap." Pels noemt het 'een derde weg'. "Fortuyn kan geplaatst worden in de nieuw-rechtse bewegingen in Europa van Le Pen, Haider, Janmaat, Dewinter en Berlusconi op grond van familiegelijkenissen. Dit rechts-populisme kan binnen de historische traditie van radicaal rechts zowel verbonden worden met het historisch fascisme als ook ervan worden afgeschermd door het te benoemen als een derde weg van rechts, een middenweg tussen het traditionele, democratische conservatisme en het antidemocratische, revolutionaire conservatisme van de jaren dertig. De nieuwe partijen zijn populistisch omdat ze 'het volk' pretenderen te vertegenwoordigen en het willen mobiliseren tegen een regentesk establishment. Ze zijn rechts-populistisch omdat ze menen de nationale of etnische identiteit te moeten verdedigen tegen 'buitenstaanders'."
Democratisch populisme
Fortuyn is populist en hij is democraat. De kartelvorming van de politieke partijen keurt hij af. Hij spreekt over ondoorzichtige achterkamerpolitiek, over regentenmentaliteit, over de behaaglijke consensusdeken, over Ons Soort Mensen. In zijn populistische tweedeling staat een nieuwe 'meritocratische' klasse tegenover het 'gewone volk'. "Volgens hem leven we naar de letter in een parlementaire democratie maar zuchten we feitelijk onder de dictatuur van een professionele kaste. De 'partocratie' moet uitgeschakeld worden, directe vormen van democratie geïnstalleerd. Populisme is", zegt Pels, "weliswaar een kameleontisch begrip maar heeft onmiskenbare ingrediënten. Hiertoe behoren een sterk wantrouwen jegens alle vormen van woordvoerderschap en vertegenwoordigende democratie, een cultus van de politieke persoonlijkheid en van charismatisch leiderschap, een sterke neiging om 'het volk' voor te stellen als een soevereine gemeenschap met een essentiële identiteit die wordt gevoed door een gedeeld erfgoed en een homogene cultuurbeleving."
In De geest van Pim schrijft Pels: "De populistische ideologie belooft een politieke orde zonder tussenstappen en tussenpersonen, zonder scheidslijnen en conflicten, ze wantrouwt de representatieve democratie met haar ingebouwde verschillen, afstanden en drempels. Het ideaal van de democratische zelfregering legt (...) niet alleen de grondslag voor de liberale, representatieve democratie maar ook voor de identiteitswaan van het twintigste-eeuwse totalitarisme. Die 'totalitaire democratie' kent opnieuw zowel een linkse, socialistische, als een rechtse, nationalistische variant. "Maar", zegt Pels, "Fortuyn stelde geen pure populistische politiek voor, hij wilde bepaalde plebiscitaire elementen inbouwen in de representatieve democratie: directe verkiezingen op alle niveaus en een directere band tussen kiezer en gekozene. Representaties worden op andere manieren geregeld en de media maken het mogelijk dat politici zich rechtstreeks zonder institutionele bemiddeling tot de kiezers richten. De traditionele kanalen van politieke communicatie zoals partijen en parlementen worden steeds meer buitenom gepasseerd door de electronische media".
Taboes
"Fortuyn volgde Carl Schmitts opvatting van politiek als het aanwijzen van de vijand in een uitzonderingssituatie, een toestand van scherpe verdeeldheid in uiterst gevaar en vond dat de zelfbewuste verdediging van de Westerse cultuur een 'vitale agressie' vereiste. Over Nederland zei hij, 'het land is vol en moet stante pede op slot. We zijn een uiterst kritische grens genaderd en moeten opnieuw gaan bouwen aan het volk van Nederland. Het vormen van een nieuwe natie wordt nu belemmerd door de permanente instroom van grote aantallen nieuwkomers. Hierbij doet afkomst er niet toe maar wat we willen zijn: één volk, één land, één samenleving."
Sapere aude, heb de moed je eigen verstand te gebruiken! Dat was het devies van de Verlichting dat Fortuyn de motivatie gaf om taboes te doorbreken. "Als het gaat om de vraag welke taboes Fortuyn doorbrak met het 'zeggen wat ik denk', dan gaat het altijd over deze kwestie, over de vreemdelingen", zegt Pels. "Hij spreekt over één volk en werpt zich op als vertegenwoordiger van dat volk. Tegelijkertijd blijft de vraag wie er tot het volk behoort. Die populistische tegenstelling kun je op veel manieren invullen: tegenover het volk staat het politieke establishment, en dan heb je de categorie van de onderklasse die Fortuyn ook wilde vertegenwoordigen maar die voor een deel bestond uit bedreigende vreemdelingen die er juist niet moesten zijn of wier komst je moest tegenhouden. Paars en de vreemdelingen waren zijn vijand en Paars gedoogde de vreemdelingen. Dat een gedeelte van het volk buitengesloten wordt is de retoriek van het nationalisme en van het populisme. Je wekt de indruk van één enkelvoudig ondeelbaar volk, één natie, maar wat je eigenlijk doet met het buitensluiten van een gedeelte, is een ideaal volk projecteren. Zonder elf september zou Fortuyn misschien geen furore gemaakt hebben. Hij was radicaal over de islam met zijn 'Nederland is vol, grenzen dicht'. Zijn boek De islamisering van de cultuur heeft hem in het centrum van de discussie getrokken. Hij zocht de noodzakelijke sociale cohesie in de culturele en nationale identiteit. Het gevecht tussen gevestigden en buitenstaanders kreeg steeds meer de trekken van een wereldhistorische 'botsing der culturen' waarbij de moderniteit zich moet wapenen tegen de aanstormende vloedgolf van 'wezensvreemde' culturen, met name de islam".
Het gedachtegoed van Fortuyn zorgde op veel fronten voor een spectaculaire omkeer.
In 1998 waren vijf op de tien burgers van Nederland de mening toegedaan dat leden van etnische minderheden vaker misdaden plegen dan autochtonen, nu zijn dat er zeven op de tien. De verbinding van criminaliteit met allochtonen is niet langer taboe. In 1998 waren politieke partijen eensgezind dat racisme en discriminatie de oorzaak zijn van de achterstandpositie van personen behorend tot de culturele minderheden. In 2003 is deze mening honderdtachtig graden gedraaid en zijn de partijen bijna net zo eensgezind in het toeschrijven van de achterstand aan het gebrek aan inspanning van allochtonen om te integreren. Een verklaring voor de ommekeer wordt gezien in elf september en het optreden van Fortuyn. Pels' denkbiografie maakt duidelijk hoe het optreden van Fortuyn zoveel effect kon bewerkstelligen.
* Hedda Maria Post is redacteur van BASIS
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,387,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012