Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Eerst leren, dan denken, dan doen

Leo Klinkers is een man met een aimabele uitstraling en scherpe analyses. Hij vindt dat er op een betere manier beleid gemaakt moet worden in Nederland. Eén van zijn beginselen bij beleidsontwikkeling is dat er op vraag gestuurd wordt. Klinkers werkte enige jaren als gemeenteambtenaar. Hij doceerde beleidstheorie aan de juridische faculteit van de Universiteit Utrecht. In 1974 promoveerde hij op het onderwerp openbaarheid van bestuur.

KlinkersIn Beleid begint bij de samenleving schrijft hij:"Omdat na de Tweede Wereldoorlog de Nederlandse overheid vanuit centrale aansturing vele maatschappelijke verantwoordelijkheden aan zich heeft getrokken door ze weg te halen bij de individuele of georganiseerde burger, heeft allengs de totale publieke dienstverlening zich tot een top-down aansturingsysteem ontwikkeld. Niet wat de burger vraagt of nodig heeft, maar wat de instellingen denken dat goed is wordt aangeboden. Het sturen op maatschappelijke processen moet beginnen bij een overheid die vraagt naar de wens, de behoefte en emoties van de mensen in de samenleving. Zo wordt beleid interactief. Dit is iets anders dan het inspraakprincipe van de jaren zestig. Bij 'inspraak' toen, legde de overheid haar prealabele visie voor aan de burgers die er commentaar op mochten geven en suggesties aanreiken, meestal zonder impact en vrijblijvend."

Vakvereisten voor Politiek en Beleid
Twee boeken schreef hij. Beleid begint bij de samenleving is geschreven als een logisch vertoog met begin, midden en einde. Het andere boek, Vakvereisten voor Politiek en Beleid, heeft de veelzeggende ondertitel: 'Geboden en verboden in alfabetische volgorde'. Het voldoet aan zijn wens bepaalde zaken, niet passend in het verhalend discours, toch te bespreken. Het is een handboek dat de vakvereisten voor politici en beleidsmakers op een rij zet, verwoord vanuit een 'diepe betrokkenheid bij de democratie en bij het openbaar bestuur.'
Scherpe analyses gaan gepaard met scherpe kritiek. Klinkers is echter niet iemand die begint met kritiek. Hij begint met het uiteenzetten van zijn visie op interactief beleid maken. Hij ontwikkelde een beleidsmethode toen hij als wetenschapper werkzaam was. Uit verschillende disciplines distilleerde hij begrippen en denkwijzen en combineerde ze tot een weldoordachte manier van handelen om een bepaald doel te bereiken. "De methode is eigenlijk eeuwenoud", zegt hij, "het enige wat ik doe is begrippen uit diverse invalshoeken samensmeden tot een instrument dat dienstbaar kan zijn aan verbetering van kwaliteit van overheidsbesluitvorming." Enkele belangrijke principes zijn: betrokkenheid van sleutelfiguren vindt plaats vanaf het allereerste moment van het proces van interactief beleid maken. De betrokkenheid start al bij het identificeren van de problematiek en niet pas bij het formuleren van oplossingen. "Oplossingsdenken heeft geen prioriteit. Wanneer de oorzaken die geleid hebben tot de niet-gewenste situatie nauwkeurig gediagnosticeerd zijn, kan men teruggaan naar het punt waarop het fout ging en de obstakels die een gewenste situatie in de weg staan, elimineren. Beginnen met oplossingen creëert een voortwoekeren van problemen en een niet te stoppen reorganisatiespiraal. Dit zijn principes die door bestuurders en politici eigenlijk niet genegeerd mogen worden. Aangezien ze dit wel lang gedaan hebben is het politieke systeem in Nederland gedesintegreerd met als gevolg een toenemende ontwrichting van de samenleving." Volgens Klinkers is de Nederlandse politiek aan het einde van een politieke levenscyclus gekomen en zal het wel tien jaar duren voordat een vitaliteit is opgebouwd, sterk genoeg om uiteindelijk een volwaardige bijdrage te leveren aan de uitbouw van de Europese Unie.

Schaalvergroting
Een voorbeeld van dergelijk beleid is schaalvergroting. "Het verbreken van de verbanden van kleine schaal leidt tot failliete organisaties, of het nu gaat om landbouw, zorg, veiligheid of onderwijs. Het onderwijs bijvoorbeeld is door een niet aflatende stroom reorganisaties kapot gestructureerd en gereguleerd. Vanaf deMammoetwet van Cals zijn alle onderwijsvormen tot en met het universitaire de vernieling in geholpen door een stortvloed van structuurwijzigingen. Er vindt een continue reorganisatie in het onderwijs plaats en leraren raken gedemotiveerd. Het dertig jaar lang zoeken naar schaalvergroting is niets anders dan het doorknippen van organische verbanden die in eeuwen gegroeid zijn en die men niet nonchalant als een niet-verworvenheid terzijde kan schuiven. Grotere schaal zou leiden tot grotere efficiency. Maar een school met minder dan driehonderd leerlingen is overzichtelijk, men kent elkaar. Schaalvergroting in het onderwijs heeft anonimisering, normverlies en onveiligheid tot gevolg." Klinkers is blij met de visie van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling die onlangs een rapport 'Geen woorden maar daden' heeft uitgebracht over de rol van de overheid, op verzoek van dezelfde overheid, die door de Raad de grootste 'verantwoordelijkheidsvervuiler'genoemd wordt. De redenering is dat, nadat in een tijd van industrialisatie en groepsemancipatie vooral collectief verantwoordelijkheidsbesef via de zuilen tot kernwaarde van de sociale infrastructuur was geworden, onder invloed van kennisintensivering van de samenleving de rol van de individuele burger steeds belangrijker is geworden. In het onderwijs heerst echter nog de institutionele structuur van een tijdperk waarin meer waarde werd gehecht aan collectieve dan aan individuele verantwoordelijkheid. De RMO acht dan ook de overheid medeverantwoordelijk voor de vervaging van normen en waarden, omdat zij niet tijdig de koers heeft bijgesteld voor haar eigen instituties en van die waar zij (mede)sturing aan geeft, zoals het onderwijs, de gezondheidszorg en de politie. Eenzijdige bevoordeling van grootschaligheid heeft geleid tot een steeds grotere afstand tussen organisatie en cliënt.

pipEén malloot is genoeg
Waar problemen zijn dienen ze opgelost te worden. "Nederlanders zijn aanpakkers", zegt Klinkers, "maar deze prettige eigenschap is ook een grote zwakte voor de politiek. Oplossingen worden aangereikt voordat er in alle rust is nagedacht over de essentie van de problematiek. Hoe groter het probleem hoe minder tijd er is voor de analyse ervan. Daadkracht en actie is het parool. Wanneer men geen nauwkeurige diagnose stelt maar meteen over oplossingen spreekt, levert dat meestal een voortdurende stroom van stelselwijzigingen op. Men komt terecht in een lawine van reorganisaties die alleen maar meer problemen creëren. Dat daardoor een situatie is ontstaan van de politiek als veroorzaker van problemen, wenst men niet in te zien."
"Sedert medio jaren negentig zijn er journalisten, politici, wetenschappers en ambtenaren die schrijven over het politieke systeem en de daarmee verbonden ontwrichting van de samenleving. De Beus gebruikte termen als 'rotten' en 'politicide'. Die mensen zijn niet gehoord, zijn weggevaagd. Zij die dit zeggen zijn geen oproerkraaiers, het zijn mensen die bij wijze van spreken van keurigheid aan elkaar hangen. Tijdens Paars ontstond achter de façade van economische groei een schijnwereld. Nu de façade van de groei is verdwenen laat de ontwrichting van de samenleving zich openlijk ontwaren in de slechte staat van zorg, onderwijs, veiligheid en mobiliteit." In 'Openbaar Bestuur' van december 2002 schrijft Klinkers: "dit is niet de schuld van Paars maar van de politiek van niet willen en weten, van de politiek van vermeende daadkracht, van de politiek van snelle oplossingen en resultaten, van de politiek van luchtballonnen en one-liners." "Er is geen flauw benul van de zelfvermenigvuldigende kracht van onopgeloste problemen die door voorgaande kabinetten onder het tapijt zijn geveegd", zegt hij. "De politiek krijgt de samenleving die ze verdient. Hoe men dan politiek moet bedrijven? Door beleid te gaan maken conform de vakvereisten die in handboeken worden beschreven. Eerst leren, dan nadenken en dan pas doen. Nu hebben we een instabiele overheid, een instabiele rijksdienst, een instabiele samenleving, er hoeft maar dít gebeuren en we hebben een calamiteit, er hoeft maar één malloot op te staan die zegt, ik zorg ervoor dat de treinen op tijd rijden, en dat kan dramatisch zijn op niveau van staatsorde, wat je dan allemaal krijgt, ik weet het niet. Gramsci schrijft: 'the old is dying and the new has not been born. In this interregnum there arises a great diversity of morbid symptoms.' Dit is typisch de situatie waarin wij ons bevinden. Stel dat de economische crisis nog enkele jaren aanhoudt en er zijn nog wat klappen zoals een grote fraude of moord, dan breekt de opstand uit. We zijn politiek gezien failliet. De soevereine staat heeft zijn tijd gehad, maar Nederland heeft geen flauw idee wat zich in Europa afspeelt. Nu, in het kader van de Europeanisering is de soevereine staat irrelevant en non-existent. Nederland realiseert zich te weinig dat dit proces gaande is en verbindt er te weinig consequenties aan. Er wordt wel gewaarschuwd maar er is geen monitor voor, de ambtenaar gaat over tot de orde van zijn dag. Een jaar geleden pal na de installering van de nieuwe Tweede Kamer gaf ik een tweedaagse cursus over dit soort zaken aan nieuwe kamerleden en griffiers. Het ging erin als koek, iedereen begrijpt het want het is niets bijzonders. Maar binnen een week horen ze niet meer, weten ze niet meer, zijn ze opgenomen in het systeem."
In zijn boek Beleid begint bij de samenleving schrijft hij:. "De Tweede Kamer is onder leiding van Van Thijn getransformeerd van vergaderinstituut tot beleidsorgaan. Dit heeft de politiek afwegende en oordelende Kamer gezogen naar het terrein van de bestuurlijk ontwerpende en uitvoerende regering. Het enige dat het heeft opgeleverd is meer functionarissen, meer verambtelijking en meer instrumentele debatten in de Kamer. Uiteindelijk resulterend in de situatie dat de Kamer het werk van ambtenaren over zit te doen, hen bevechtend op hun eigen subsectorale beleidsterreinen. Kamerleden zijn hopeloos in moeilijkheden geraakt door de grote hoeveelheid beleidsnota's waarom ze zelf gevraagd hadden. 'De Kamer is een groot ritueel' was de eerste zinnige uitspraak in maanden van minister Nawijn. Er zijn honderden signalen dat het niet goed gaat: die honderdvijftig jongens en meisjes zijn met iets anders bezig dan het land te leiden. De voorzitter van de Kamer zou in plaats van de motie van wantrouwen te steunen moeten zeggen: ga allemaal in de hoek zitten en laten we ons afvragen waar we mee bezig zijn. 'De Kamer is immers al lang niet meer het leidende orgaan van het land, het is af, amen en uit. De Kamer is als een aandeelhouder van een groot bedrijf die de dagelijkse bezigheden wil runnen; zo hield de Kamer zich bijvoorbeeld bezig met de aanstelling van de interim directeur van een ziekenhuis in Almere. Dit is hun niveau niet, daar hebben ze niets mee te maken, dat is hun vak niet. Als je op dat niveau gaat vergaderen dan ben je dood, failliet, besta je niet meer." De conclusie van Klinkers is, dat als degenen die de leiding hebben het land uit hun handen laten vallen, ze niet kunnen verwachten dat de burgers wel correct handelen. Er is samenhang en causaliteit: de politiek krijgt de samenleving die ze verdient.

*Hedda Maria Post is redacteur van BASIS

Literatuur:
- Leo Klinkers: Beleid begint met de samenleving, Lemma, Utrecht, 2002.
- Leo Klinkers: Vakvereisten voor Politiek en Beleid, uitgegeven in eigen beheer, Meise, 2003.
- Leo Klinkers: Politieke nalatigheid, Openbaar Bestuur, februari 2003.


Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,388,0,html