Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Grootschalige ontregeling

door dr. J.S. Schmidt*

"Alles wat zogenaamd fout is, laat dat nou maar eens een keer gebeuren." Aan het woord is bestuurskundige Professor Paul Frissen uit Tilburg wiens onderzoek zich voornamelijk richt op de transformatie van de samenleving. Nederland verandert maar hoe veranderen wij Nederland?

FrissenPaul Frissen heeft weinig tijd en veel te zeggen. Terwijl zich de eerste Nederlandse minister voor "Bestuurlijke Vernieuwing" over "minder regels" buigt, laat Frissen geen twijfel erover bestaan dat ons politieke systeem geen aansluiting meer vindt bij de maatschappelijke realiteit. Een postmoderne, door het internet en daaruit onstaane subculturen voortgedreven samenleving, eist nieuwe vormen van democratische representatie en bestuur. Twee ontregelende invloeden hebben Frissen op het spoor gebracht, Nietzsche en het internet: "Een filosoof om wie je kunt lachen, die deugt. Wij moeten erg oppassen voor ernst en serieusheid. Verder denk ik dat in mijn onderzoeksactiviteit de overgang van de klassieke main frame technologie naar het internet een heel belangrijk element is geweest. Ik ben opgegroeid met de klassieke technologie en zag hele zware verbanden tussen de bureaucratie en de technologie. Op een gegeven moment kwam er het internet met een volstrekt andere subculturele werkelijkheid daaromheen. Die laatste wereld was voor mij erg interessant, ik vind het erg belangrijk om te werken op perifere gebieden, op crossovers."

U constateert een groot gebrek aan zinvolle politieke representatie. Wat is het belang van de politiek in de huidige samenleving?

Dat politiek een grote hallucinatie is, roep ik met de nodige ironie al sinds jaren, maar op dit moment is het extreem. De gedachte dat twintig tot dertig gemiddeld genomen verstandige mannen en vrouwen in Den Haag een dik boekwerk schrijven over 2007 met drie cijfers achter het komma, vanuit het idee dat Nederland een betekenisvolle eenheid in een groter geheel is, vind ik een bizarre bevestiging van die ironie. Ik kan dat, hoe begrijpelijk het ook is, niet echt serieus meer nemen. Het gevolg is dan ook dat de maatregelen die worden getroffen de crisis en het legitimiteitsprobleem eerder groter zullen maken. Dat zou op zich niet zo erg zijn als het systeem niet ook zo veel schade zou aanrichten en het laatste is wel het geval. Zij zullen bijvoorbeeld allerlei vormen van maatschappelijke variëteit aantasten. Dat zal de breuk tussen de ongelofelijk veelvormige, gefragmenteerde en gevarieerde samenleving en het tamelijk rigide, eenvormige en eenvoudige, vanuit een centrum gedachte politieke systeem alleen maar verder verdiepen.

Waarbij ik niet vind dat politiek en samenleving een een-op-een afspiegeling van elkaar moeten zijn. De representatie zoals die georganiseerd is moet wel als een zinvolle representatie worden ervaren. Op het moment dat dat niet zo is krijg je allerlei vormen van crisis, legitimiteitsgebrek en ritualisering. Dat is volop gaande. Door ontwikkelingen op cultureel, sociaal en economisch vlak zijn de mogelijkheden een zinvolle representatie vorm te geven en te organiseren en ons ook gerepresenteerd te voelen zo veelvoudig geworden dat de politieke representatie niet meer een overkoepelende, richtinggevende en op een centraal punt toegespitste representatie is.

Wat in politieke zin van belang is, is dat de representanten niet een positie innemen aan de bovenkant van de samenleving als een soort top van een piramide maar aan de onderkant als een infrastructuur of een grammatica voor besluitvorming en overleg. Dat betekent dat politici dienaren van de publieke zaak moeten worden die ervoor zorgen dat in de manier waarop wij ons in het publieke domein met elkaar verhouden een aantal democratische principes gerealiseerd worden. Ze moeten ophouden met klagen over de publieke ruimte, ze moeten ophouden zichzelf als grootste programmeurs van die ruimte te verklaren. Ze moeten ophouden te denken dat het feit dat zij gekozen zijn hun opvattingen interessanter maakt. Wij hebben de politiek en de partijen niet meer nodig om ons in termen van opvattingen, programma's en ideologieën gerepresenteerd te weten.

Het interessante van een samenleving in transformatie is, dat wij ons nauwelijks kunnen voorstellen wat er dan voor deze structuren in de plaats komt. Wij moeten ook de neiging om deze te ontwerpen en er een blauwdruk voor te willen maken onderdrukken, anders raken we in strijd met datgene wat wij observeren. Het is een werkelijkheid zonder duidelijk centrum, duizendvoudig gevarieerder en daardoor niet meer door een bevoegdheidsdomein te controleren. Er ontstaat een burger in gefragmenteerde gedaante, hij doet heel veel verschillende dingen in verschillende werkelijkheden, hij is ook nogal inconsistent in zijn gedrag en preferenties. Daarmee moeten we leren leven. Waar wij uitkomen kan niemand zeggen en dat vind ik van een grote geruststellendheid.

Sommige van uw collega's vinden dit perspectief gevaarlijk en nihilistisch. Wilt u het tapijt onder onze voeten wegtrekken?

Ik heb onlangs een lezing gehouden over "Een jaar na Fortuyn". In Fortuyn zie je een soort metafoor voor de verandering van onze samenleving. Een paar simpele indicatoren daarvoor: de afgelopen tien jaar hebben wij massaal de overwaarde van ons woningbezit op de beurs belegd. Riskanter financieel gedrag is niet denkbaar en dat gebeurt in een maatschappij die sinds eeuwen bekend staat als een samenleving van spaarders en verzekeraars. De verandering in culturele zin heeft Paul Schnabel "De Mediterranisering van Nederland" genoemd. Dat zijn allemaal fundamentele breuken met het zuinige, sobere verleden van matigheid. Fortuyn verzinnebeeldde deze volkomen dubbelzinnigheid. Waar ter wereld kan iemand als Pim Fortuyn populist zijn? In de antropologische literatuur zijn dat allemaal evidente bewijzen voor een samenleving die radicaal transformeert, waarin oude vormen dramatisch ritualiseren. Dat ziet men bijvoorbeeld in organisaties waarin de controlesystemen nog nooit zo extreem zijn geweest als op dit moment en waar wij allemaal met elkaar weten dat wij de greep helemaal kwijt zijn. Dus wat gaan we doen? We gaan planning en controlcycli inrichten waarin we op veel pagina's papier aan ons zelf vertellen dat we de wereld onder controle hebben, wetende, dat dat absoluut niet het geval is. Anderzijds worden er heel veel nieuwe rituelen bedacht: de manier waarop we met leed omgaan, de manier waarop we ons publiek verdriet uiten, bijvoorbeeld. Het is zo evident dat het onder die keurige oppervlakte broeit en gist.

U sprak van "grootschalige ontregeling" als uitdaging van het nieuwe kabinet. Wat is het verschil met het dereguleringsbeleid vanaf 1980?

Het dereguleringsbeleid van de afgelopen tien, twintig jaar heeft in beperkte mate een aantal voordelen met zich gebracht maar is in grote mate eigenlijk een reguleringsprogramma dat de zaken op een andere manier probeert te regelen dan tot dan toe. Bovendien is het dereguleringsbeleid sterk geïnspireerd door een heel uitgesproken beeld van gewenste uitkomsten en het vermijden van ongewenste uitkomsten. Mijn pleidooi voor grootschalige ontregeling is echt dingen niet meer regelen. Dus niet anders regelen maar niet meer regelen. Ik zou bijvoorbeeld beginnen in de gezondheidszorg. Daar houden we op grote schaal op met regelen en wat wij daar met elkaar afspreken is een simpele uitspraak: elke Nederlander heeft recht op fatsoenlijke gezondheidszorg, punt, en het is aan de samenleving om dat te regelen. Dat zou ik eens een jaar of tien willen proberen. Ik ken de gezondheidszorg van binnen redelijk goed, en de hoeveelheid mensen die daar rondlopen en de beste bedoelingen hebben en allemaal op een fatsoenlijke manier engagement, solidariteit en zorg willen organiseren, is ontzettend groot. Door politieke interventie worden ze daarin alleen maar gehinderd. In die sector is de politiek het belangrijkste probleem en niet de oplossing. Hetzelfde geldt voor het onderwijs. De waanzinnige blauwdrukken die over het onderwijs heen zijn gestort, daar moeten we echt mee ophouden. Laat maar gewoon zijn gang gaan, het vrije spel van de maatschappelijke krachten, alles wat altijd als "fout" wordt omschreven, laat dat nou maar eens een keer gebeuren.

Basis wordt ook in Haagse kringen gelezen. Heeft u nog een boodschap voor onze lezers die bij de overheid werkzaam zijn?

Gemiddeld genomen hebben ambtenaren een veel beter gevoel en begrip van de werkelijkheid dan politici en zijn ze ook vele malen intensiever en frequenter verbonden met maatschappelijke ontwikkelingen. Het lijkt alsof de ambtelijke top twee soorten functies uitoefent, aan de ene kant een soort permanent risicomanagement voor de politici en aan de andere kant het afschermen van al die maatschappelijke netwerken waarin ambtenaren functioneren van al te drieste politieke interventies. De politiek bestuurlijke werkelijkheid heeft weinig te maken met de beleidswerkelijkheid die gaat over maatschappelijke organisaties, netwerken, doorzichtigheden en ondoorzichtigheden, duizendvoudige schaalvariëteit, allerlei functionele arrangementen. Iedere keer moeten we heel geforceerd het politieke systeem daarmee in overeenstemming brengen. Dus zijn we ook de laatste jaren intensiever bezig met het sleutelen aan het politieke systeem en met staatkundige hervormingen, maar dat is allemaal vooral monumentenzorg. Daarnaast blijft er een hoop te doen. We moeten opnieuw erover nadenken hoe we checks and balances en countervailing powers inrichten, hoe we de democratische kwaliteit van publieke domeinen bewaken, hoe we garanties in kunnen bouwen dat zwakke krachten daarin actief kunnen zijn. Zonder het over te nemen, zonder Stellvertreter-gedrag te vertonen, zonder jezelf permanent tot probleemeigenaar te verklaren. Zonder jezelf te zien als de spin in het web maar als regisseur van dit allemaal.

Het nieuwe kabinet heeft zijn werk opgenomen. Heeft u aanbevelingen?

Als ik de kabinetsformatie had mogen doen dan was ik begonnen met twee maanden na te denken welke mensen in het kabinet zouden moeten zitten. Dat doen we in Nederland namelijk nooit, wij produceren drie maanden tekst en in een week zoeken we mensen uit. Elke normale organisatie doet dat andersom maar wij denken nog steeds dat wij via het woord dichter bij de waarheid komen. Zo maken wij ook beleid: pratend en schrijvend. Kijk maar naar iemand als Balkenende: hoe hij praat en wat hij met woorden doet. Al die mantra's en teksten om elkaar onder controle te houden. Verder zou ik een begin maken met de ontregeling op beleidsterreinen en de samenleving uitnodigen om nieuwe arrangementen van solidariteit te maken. De abstracte solidariteit die we in de verzorgingsstaat hebben is aan zijn einde gekomen, we moeten nieuwe vormen van personalisering en commitment hebben. Een groot gevaar ligt bij de gretigheid van de politici die weer terug zijn in het centrum van de macht. Een groot risico zijn ook de stelselherzieningen, dat wij nog grotere gesloten systemen gaan maken in het onderwijs en de zorg met voorspelbare dramatische afloop. Als men kijkt naar onze internationale orientatie is het akelig provinciaal wat er gebeurt. In dat opzicht ben ik niet zo erg gerust op wat er de komende vier jaren zal gebeuren.

*Julia Schmidt is redacteur van BASIS

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,114,389,0,html