Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Idealistisch geneuzel of doorbraak?
Door dr. ir. R. Hoevenagel*
Eigenlijk is het heel simpel: maatschappelijk verantwoord ondernemen staat boven het 'gewone' ondernemen. Want bij maatschappelijk verantwoord ondernemen draait het niet om een naar binnen gerichte eendimensionale maximalisatie van de bedrijfswinst (profit), maar om een naar binnen en buiten gerichte driedimensionale maximalisatie op het gebied van people, planet en profit.
Het concept maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) geeft aan dat ook mensen (people) en het leefmilieu (planet) een bottom line zijn waar bedrijven rekening mee moeten houden. In onze internetmaatschappij kunnen bedrijven sociale- of milieumisstanden die ze veroorzaken of in stand houden, immers niet meer wegmoffelen. Alles is of wordt bekend. Daarom is het bedrijf dat zich alleen richt op winstmaximalisatie en daarbij zijn maatschappelijke neveneffecten negeert, kortzichtig bezig. Door mvo-adepten wordt wel gesproken over het oude ondernemen tegenover het nieuwe ondernemen.
Volgens deze adepten kan een bedrijf alleen maar maatschappelijk verantwoord ondernemen wanneer dit een integraal onderdeel is (geworden) van de bedrijfsvoering. In een maatschappelijk verantwoorde onderneming wordt bij iedere bedrijfsbeslissing de vraag gesteld wat het effect daarvan op korte en lange termijn is op people, planet en profit. Na beantwoording van hiervan wordt een bedrijfsbesluit genomen.
Mvo en MKB
Om te kunnen beoordelen of mvo voor de individuele MKB-ondernemer inderdaad een onontkoombare verandering op het gebied van ondernemerschap met zich meebrengt of dat het slechts idealistisch geneuzel is, moeten twee vragen beantwoord worden:
- Wat moet een ondernemer doen om zijn onderneming maatschappelijk verantwoord te laten zijn?
In hoeverre vormt mvo voor MKB-ondernemers inderdaad de bottom line waarop ze afgerekend worden?
Wat is eigenlijk een maatschappelijk verantwoorde onderneming?
Wat moet er gedaan worden om het predikaat maatschappelijk verantwoorde onderneming te krijgen? Een helder antwoord op deze vraag is helaas moeilijk te geven. Een pasklaar stappenplan dat resulteert in een of ander mvo-certificaat is (nog) niet voorhanden. Om toch helderheid te verschaffen beginnen we met een definitie, die handvatten biedt om een onderneming om te vormen tot een maatschappelijk verantwoorde onderneming. Een door EIM gedragen definitie van mvo is:
Onder maatschappelijk verantwoord ondernemen wordt verstaan dat ondernemers in hun gehele bedrijfsvoering vrijwillig en structureel streven naar een balans tussen een gezond bedrijfsrendement, een beter milieu en meer welzijn van de medewerkers en de maatschappij. Daarnaast is een belangrijk onderdeel van mvo dat de onderneming - indien nodig - verantwoording aflegt over wat ze doet.
Bij mvo draait het dus om vrijwillige, dus bovenwettelijke activiteiten en spelen alle bedrijfsprocessen een rol: van inkoop tot personeelsbeleid, van marketing tot verkoop. Verder is mvo een integraal onderdeel van de onderneming, is het structureel ingebed in de onderneming en dient het transparant plaats te vinden.
Zo bezien is maatschappelijk verantwoord ondernemen inderdaad een andere manier van ondernemen. Het is meer dan (wat vaak gedacht wordt) een donatie aan een goed doel, sponsoring van de plaatselijke korfbalvereniging, meedoen aan een lokaal maatschappelijk project of (incidenteel) maatschappelijke activiteiten ondersteunen.
Verder staat maatschappelijk verantwoord ondernemen niet tegenover maatschappelijk onverantwoord ondernemen. Bedrijven die niet aan mvo doen zijn niet - per definitie - onverantwoord bezig. Het bijvoeglijk naamwoord 'verantwoord' slaat op het afleggen van verantwoording over de gepleegde daden aan de stakeholders.
Het betrouwbaar vaststellen en monitoren van het aantal bedrijven dat aan mvo doet is een probleem. Hiervoor zijn twee methoden toegepast: (a) zelf aan de ondernemer vragen of men aan mvo doet, en (b) het aan de ondernemer voorleggen van een aantal mvo-activiteiten met de vraag hoeveel hiervan door het bedrijf worden uitgevoerd.
De eerste methode levert wisselende resultaten op. Uit door EIM uitgevoerde telefonische enquêtes blijkt dat deelname aan mvo afhankelijk is van het wel of niet geven van een definitie en de gedetailleerdheid van die definitie. De percentages fluctueren van 93% tot 47% (één onderzoek kwam zelfs uit op 12%). Anno 2007 zegt 29% van de MKB-ondernemers goed of zeer goed bekend te zijn met het begrip mvo.
De tweede methode heeft als probleem dat er nog geen valide instrument is ontwikkeld waarmee het kaf van het koren kan worden gescheiden. Voor het Milieu- en Natuurplanbureau heeft EIM (via internet) in 2007 onderzoek gedaan onder 2.500 grotere MKB-ondernemingen. De drie meest uitgevoerde activiteiten (uit een lijst van 63) waren: mannen en vrouwen voor gelijke prestaties gelijk belonen, parttime werk mogelijk maken in het bedrijf, en bij voorkeur medewerkers uit de regio aannemen. Niet echt activiteiten die je met mvo associeert. Met andere woorden, ook deze methode kan het kaf nog niet van het koren scheiden.
Aanpassingen in de organisatie
Er zijn drie zaken die een 'gewone' ondernemer in ieder geval moet doen om het predikaat maatschappelijk verantwoorde onderneming te kunnen krijgen.
Externe communicatie
De ondernemer die maatschappelijk verantwoord wil gaan ondernemen zal ook een besluit moeten nemen ten aanzien van de externe gerichtheid hiervan. Gaat hij de publiciteit in of houdt hij het intern, onder het mom van 'het is onze taak, wij pochen hier niet mee'.
EIM heeft op verschillende tijdstippen MKB-ondernemers ondervraagd over maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een van de vragen had betrekking op de externe gerichtheid van mvo. Zo is in 2002 aan 607 ondernemers gevraagd of ze bekendheid gaven aan hun 'maatschappelijke activiteiten' (wat breder gaat dan mvo-activiteiten). 60% gaf hierop een negatief antwoord. Aan hen werd gevraagd naar de achterliggende redenen.
Uit de antwoorden komt naar voren dat MKB-ondernemers hun maatschappelijk verantwoorde activiteiten niet naar buiten toe bekendmaken omdat zij vinden dat die activiteiten niet tot doel mogen hebben om er extra naamsbekendheid mee te bereiken. Verder is er ook een 'angst' dat dan meer maatschappelijke organisaties om geld komen aankloppen. Hiermee wordt duidelijk dat mvo voor veel MKB-ondernemers vooral gezien wordt als een vorm van liefdadigheid, als iets wat hoort. Dat mvo veel meer is en ook een structurele aanpassing van de bedrijfsvoering impliceert, wordt door nog maar weinig MKB-ondernemers onderkend.
In een EIM-onderzoek voor het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) uit 2007 kon deze hypothese ook kwantitatief onderbouwd worden. Zo noemde 68% van de MKB-ondernemers dit argument, gaf 11% aan dat volgens hen het MKB aan mvo doet omdat het loont en 12% dat aan mvo wordt gedaan omdat het moet (druk van buitenaf).
Nauwelijks externe druk
Externe druk om aan mvo te doen (bijvoorbeeld vragen van klanten, leveranciers of de gemeente) komt bij het MKB bijna niet voor. Zoals bekend, hebben vele multinationals, min of meer gedwongen door externe groeperingen, hun bedrijfsvoering maatschappelijk verantwoorder gemaakt. De mogelijke associatie met bijvoorbeeld kinderarbeid (Nike, IKEA), milieuvervuiling (Shell) of handel met verkeerde regimes (Heineken) heeft geleid tot aanpassingen in de bedrijfsstrategie. Dit was lonend omdat zo omzetverlies kon worden voorkomen.
In het onderzoek voor het MNP is aan de ondernemers die aangaven aan mvo te doen, gevraagd in hoeverre instanties of personen waarmee ze in hun bedrijfsvoering te maken hebben, aan hen vroegen wat het bedrijf aan maatschappelijk verantwoord ondernemen deed. Uit de gegeven antwoorden blijkt dat er in Nederland, anno 2007, door externe partijen zelden wordt gevraagd naar wat MKB-ondernemers in hun bedrijf aan maatschappelijk verantwoord ondernemen doen.
Zonder druk geen voedingsbodem voor mvo
Wanneer mvo in het MKB niet door externe druk wordt geïnitieerd, zal een ondernemer er ook niet op worden afgerekend. Wanneer voorts het transformatieproces naar een maatschappelijk verantwoorde onderneming niet zonder extra tijd en kosten te realiseren is (ook bij veel mvo-activiteiten gaat de kost voor de baat uit), zal duidelijk zijn dat ik pessimistisch gestemd ben over de mate waarin mvo aanslaat in het MKB.
Voor veel ondernemers zal mvo dan ook een 'ver-van-hun-bed-show' blijven, of in termen van de titel van dit artikel: idealistisch geneuzel.
Conclusie
Is hiermee het hoofdstuk 'mvo en MKB' afgesloten of zijn er wegen om uit deze impasse te komen? Eén weg is om de druk van buitenaf toe te laten nemen. In hoeverre beleidmakers dit kunnen realiseren is onduidelijk. Het transformatieproces eenvoudiger maken is een tweede weg die kan worden bewandeld. De brancheorganisaties samen met MVO-Nederland kunnen hiervoor ingeschakeld worden (voor zover ze dat al niet doen).
Het eenvoudiger maken van het transformatieproces is een noodzakelijke voorwaarde, maar is zeker niet voldoende. Zonder druk van buitenaf zullen maar weinig ondernemers (behalve zij die hiertoe ethisch gedreven zijn) de overstap nodig achten.
Een vraag die hier eigenlijk aan vooraf dient te gaan, is: is de impasse eigenlijk wel erg? Anders geformuleerd: wat is de kwantitatieve meerwaarde van mvo in een land dat bijvoorbeeld kan bogen op een goede arbo- en milieuwetgeving? Dus, wat zou een grootschalige omschakeling naar mvo nu eigenlijk opleveren in termen van people, planet en ook profit? Ook deze vraag is helaas nog niet beantwoord.
Rapporten:
Hoevenagel, R., 2004, Maatschappelijk verantwoord ondernemen in het midden- en kleinbedrijf. EIM, Zoetermeer
Hoevenagel,R., 2007, Maatschappelijk verantwoord ondernemen in het grote MKB: verslag van een internetenquête, EIM, Zoetermeer
Zie hiervoor het nieuwsbericht "Sterke daling van MVO activiteiten in het MKB" (kennissite MKB en ondernemerschap, juni 2007)
*Ruud Hoevenagel is thema-expert bij EIM
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,115,401,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012