Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Van kredietconsument naar risicoconsument

Heeft een verbod op kredietreclame zin?

Bijna de helft van de lenende consumenten heeft een risico op overkreditering of is mogelijk al overgekrediteerd. Van overheidswege wordt gezocht naar manieren om overkreditering te voorkomen. Is het inperken of verbieden van televisiecommercials voor krediet een mogelijke oplossing?

door drs. Guido Brummelkamp en drs. Noor Smits*

Vorig jaar debatteerde de Tweede Kamer over een verbod op reclames voor consumptief krediet. Inzet van het debat was een voorstel van het CDA-kamerlid Vietsch om reclame voor persoonlijke leningen op televisie te verbieden. Deze reclame zou met name kwetsbare groepen ertoe bewegen onverantwoorde leningen aan te gaan. De discussies rond dit debat hebben tot nu toe vooral vragen opgeroepen over het verband tussen kredietreclame en overkreditering. Begin 2007 hebben de ministers van Financiën en Sociale Zaken daarom onderzoek laten uitvoeren. In het najaar van 2007 zijn de resultaten daarvan naar de Kamer gezonden. In dit artikel worden de belangrijkste bevindingen gepresenteerd.

De methoden van het onderzoek
Het onderzoek is gebaseerd op een internetenquête onder 2.500 mensen. Van hen hadden 1.600 in de afgelopen vijf jaar een consumptief krediet afgesloten of hadden zich daarop georiënteerd. De enquête bevatte naast vragen over inkomen en leengedrag ook een reclamefilmpje dat door de respondent direct kon worden aangeklikt en bekeken. Na het zien van dit filmpje gingen enkele vragen in op de beleving ervan. Het onderzoek is voorts gebaseerd op 25 face to face interviews met kredietconsumenten. In deze interviews is dieper ingegaan op de beleving van reclame (zowel televisiereclame als reclame in tijdschriften) en de rol die deze reclame speelt in het consumptie- en leengedrag. Ten slotte is gesproken met verstrekkers van consumptief krediet en instellingen voor schuldhulpverlening.

geldWaarom leent men?
In Nederland wordt -veel en steeds meer- geleend voor consumptieve doeleinden. In 2007 hadden de kredietverstrekkers gezamenlijk 10,7 miljoen contracten uitstaan voor een consumptief krediet. Naar schatting gaat het om 5,8 miljoen mensen. Ruim de helft van deze consumptieve leningen was bestemd voor de aanschaf van een auto, brommer of scooter (56%). Andere veel voorkomende bestemmingen zijn meubels, stoffering (17%) en verbeteringen in huis zoals een nieuwe keuken of badkamer (15%).

Wie leent?
Het zijn met name jonge mensen die lenen. In de groep van kredietconsumenten is de leeftijdscategorie vijfentwintig tot vijfendertig jaar sterk oververtegenwoordigd (zie figuur 1). Het zijn voorts veelal mensen met een netto-maandinkomen dat ligt tussen de € 1.200 en € 2.000 (zie figuur 2). Hierbij moet worden opgemerkt dat veel leningen door huishoudens met twee kostwinners worden afgesloten, waardoor het inkomen van deze huishoudens meestal hoger is.

Van de kredietconsumenten heeft ruim veertig procent een risico op overkreditering of is reeds overgekrediteerd. Het zijn mensen die aangeven dat zij maandelijks moeite hebben om rond te komen en zich tegelijkertijd in een problematische schuldensituatie bevinden of recent bevonden hebben
Figuur 1 toont dat de risicoconsument gemiddeld wat ouder is dan de gemiddelde kredietconsument. Uit de figuur kan worden afgeleid dat voor veel consumenten de financiële krapte pas na enkele jaren opspeelt en dat deze consumenten dan pas risicoconsument worden.

Figuur 1: Samenstelling van groep kredietconsumenten naar leeftijd in %
schema

 

Figuur 2: Samenstelling groep kredietconsumenten naar netto-inkomen

schema

Hoe leent men?
Er wordt op verschillende manieren geleend. Veel kredietconsumenten (60%) maken gebruik van een creditcard met een doorlopende kredietfaciliteit. Vaak ook sluiten zij een persoonlijke lening af bij hun reguliere bank (40%). Het betreft de bank waar zij een betaalrekening hebben waarop zij hun inkomsten laten storten. Een minderheid (16%) leent via een financieringsmaatschappij of bij een gespecialiseerde kredietverstrekker. De keuze voor de eigen bank komt vooral voort uit gemak en vertrouwen. De meeste consumenten sluiten het liefst een persoonlijke lening af bij de bank waar zij al hun andere geldzaken ook hebben geregeld. Bovendien is het vertrouwen in de eigen bank doorgaans groter dan het vertrouwen in gespecialiseerde kredietverstrekkers.

De voorkeur voor een financieringsmaatschappij of een gespecialiseerde kredietverstrekker neemt toe naarmate de consument minder financieel draagkrachtig is. Consumenten die zich uiteindelijk tot gespecialiseerde kredietverstrekkers wenden, doen dit vanwege (het idee van) een lagere rente of omdat zij bij hun eigen bank geen lening (denken te) kunnen krijgen. Ook speelt de laagdrempeligheid waarmee aanbieders zich profileren een rol. Met name de consumenten met een risico op overkreditering zijn bang voor een afwijzing aan de balie van hun eigen lokale bank en hebben de voorkeur voor de anonimiteit van het callcenter of de website van gespecialiseerde kredietverstrekkers.

Waarom heeft u gekozen voor een financieringsmaatschappij? 
De rente bij een financieringsmaatschappij is lager dan bij een gewone bank27%
Ik heb mijn keuze voor een financieringsmaatschappij gemaakt op advies van mijn autodealer/winkelier13%
Bij een gewone bank had ik waarschijnlijk geen lening gekregen13%
Ik heb daar al eens eerder geleend11%
Een financieringsmaatschappij is anoniemer: ze willen minder van mij weten dan mijn bank9%
Een financieringsmaatschappij doet niet moeilijk als je geld wilt lenen8%

Kredietreclame helpt bij oriëntatie
Voor veruit de meeste kredietconsumenten is kredietreclame op televisie en in advertenties in kranten en tijdschriften niet de directe aanleiding geweest voor het aangaan van een krediet. De directe aanleiding ligt in de materiële wens: de behoefte aan een bepaald product. Reclame gaf hun vooral het idee dat lenen 'een normale zaak' is. Reclame verlaagt de drempel tot het aangaan van een lening. Het besluit om te lenen wordt genomen bij autodealer, caravandealer, keukenshowroom of winkel. De reclame helpt vervolgens bij de oriëntatie en keuze voor een kredietverstrekker. Er bestaat dus enige afstand tussen de reclame en de beslissing om te lenen. In het verlengde van deze beslissing om te lenen ligt vervolgens het risico op overkreditering. Het uiteindelijke verband tussen reclame en overkreditering is daarmee indirect. Overkreditering of de risico's daarop ontstaan vaak enkele jaren na afsluiting van het krediet en hangen vaak samen met een onstuitbare consumptiedrift of met 'ongevallen van het leven', zoals ontslag, echtscheiding of psychosociale problemen.

Los van de vraag of kredietreclame overkreditering in de hand werkt, is met het onderzoek vast komen te staan dat deze reclame ergernis opwekt, maar dat de houding van de kijker ten opzichte van de dienst 'lenen' hierdoor niet wordt beïnvloed. Het kijken naar bijvoorbeeld commercials wekt de achterdochtige reactie op dat het allemaal veel te rooskleurig wordt voorgesteld. De kijker gaat ervan uit dat lenen duurder en lastiger is dan in reclame-uitingen wordt gepresenteerd. Bovendien roept reclame voor lenen de stereotiepe en ook wel sociaal wenselijke reactie op dat de overheid tv-commercials voor consumptief krediet moet verbieden. (Dit betreft bijna zeventig procent van de ondervraagde kredietconsumenten). Dit neemt echter niet weg dat binnen het segment van financieringsmaatschappijen en gespecialiseerde kredietvertrekkers vooral een voorkeur bestaat voor bedrijven met een grote naamsbekendheid en een actieve marketing. Vorig jaar -ten tijde van de uitvoering van het onderzoek- waren dat: Frisia, Lenen.nl en Becam. Het betreft merken die alle drie worden gevoerd door DSB Bank.

In het licht van de bevindingen is het niet aannemelijk dat een verbod op televisiereclame tot een afname van het aantal problematische schuldenaren zal leiden. Naast de indirecte werking van reclame wordt het effect van een verbod beperkt door de wijze waarop men leent. De meeste leningen voor consumptief krediet worden afgesloten bij reguliere banken die doorgaans niet expliciet adverteren met leningen. Voorts combineren problematische schuldenaren verschillende leenvormen en is de schuld bij de financieringsmaatschappij slechts een onderdeel van de totale problematiek. Ten slotte benutten kredietvertrekkers naast televisie andere kanalen om hun potentiële klanten te bereiken, zoals internet en tijdschriften.

Mogelijkheden om overkreditering tegen te gaan
Een vraag die uit het voorgaande voortvloeit, is of er van overheidswege naast een eventueel tv-reclameverbod betere mogelijkheden zijn om overkreditering te voorkomen. Naast een mogelijk verbod op kredietreclame heeft het ministerie van Financiën in het kader van de Wet op het financieel toezicht (Wft) nog verschillende andere instrumenten waarmee kredietverstrekkers tot matiging kunnen worden gedwongen als het gaat om het verstrekken van krediet. Het effect van een verbod op reclame zou in samenhang hiermee moeten worden bezien.

schuldenOns inziens verdient het aanbeveling de aandacht vooral te richten op een aanscherping van het toetsingsbeleid van kredietverstrekkers. Deze toetsing vindt bij financieringsinstellingen nu nog vooral op afstand plaats op basis van schriftelijke informatie van de consument en op basis van informatie van het Bureau Kredietregistratie (BKR). Deze afstand tussen kredietverstrekker en consument verschaft anonimiteit en mogelijkheden om (potentiële) problemen onbelicht te laten. Het leidt ertoe dat kredietverstrekkers voor een deel verstoken blijven van zachte en harde informatie over zaken die bepalend kunnen zijn voor de financiële draagkracht, bijvoorbeeld uitgavenpatronen, ongeregistreerde betalingsachterstanden en de stabiliteit van een werkrelatie of huishouden. Een effectieve goede toetsing lijkt alleen mogelijk in een persoonlijk, interactief contact tussen consument en kredietverstrekker. Op deze manier kan een goed beeld worden verkregen van hoe een consument zijn eigen financiële situatie (inkomsten én 'noodzakelijke' uitgaven) beleeft en kan een werkelijke inschatting worden gemaakt van de mate van 'risico'.

*Guido Brummelkamp is senior onderzoeker bij EIM, Noor Smits is senior projectleider bij IPM Research & Advies.

Rapport: Overkreditering aan banden. Onderzoek naar de effectiviteit van beleid om overkreditering tegen te gaan, EIM, Zoetermeer, september 2007.

Links referenced
Tweede Kamer over een verbod op reclames voor consumptief krediet
http://www.jwb.nl/wa/download.asp?wid=92&wsid=2238
EIM
http://www.eim.nl
IPM Research & Advies
http://www.ipmbv.nl

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,118,423,0,html