Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Digitaal Nederland in zicht?

Waarom digitale informatie nog een beperkte rol speelt

door dr. N.E. Stroeker en dr. P.B.M. van Teeffelen*

Wie kan er tegen digitalisering van informatie zijn waarmee men met één druk op de knop een overzicht kan krijgen van bijvoorbeeld alle schilderijen van Rembrandt of van alle plekken in Nederland waar men zijn favoriete type bedrijf zou kunnen vestigen?

Met de opkomst van het computergebruik is ook de digitalisering van informatie - in Wikipedia gedefinieerd als het omzetten van data van een analoog naar een digitaal medium - in een stroomversnelling gekomen.
Misschien wel het meest prominent is deze ontwikkeling in de muziekwereld. Lp's en cassettebandjes zijn vrijwel volledig uit beeld verdwenen en zelfs cd's raken verouderd. De digitalisering van route-informatie, zoals TomTom en internetsites van de NS en van Schiphol, kent een vergelijkbare dynamiek. Op het gebied van 'telecom' kunnen we concluderen dat de digitalisering heeft geleid tot een nieuwe informatiewereld met e-mail, SMS, beeldtelefoon, postbus, radio en televisie tegelijk op je zakagenda.

ebookAls het technisch zo soepel kan lopen in de wereld van alledag, waarom komen we dan in bijvoorbeeld de wereld van de cultuur en de wereld van de ruimtelijke ordening nog steeds zo weinig digitale archivering tegen? Misschien nog relevanter voor beleidsonderzoekers, waarom speelt digitale informatie nog zo'n beperkte rol bij de uitvoering en evaluatie van beleid?, terwijl de voordelen van digitale informatie in vergelijking met analoge evident zijn. Eenmalige opslag, efficiënter beheer, grotere transparantie van informatie waardoor behoud van relevantie en belang gewaarborgd zijn, betere toegankelijkheid van informatie voor het publiek met als directe consequentie een toename van openbaarheid en transparantie van bestuur en beleid, zijn de voorbeelden.
Om deze vraag te beantwoorden, brengen we hier de knelpunten in kaart die een substantiële bijdrage van digitale informatie aan de uitvoering en evaluatie van beleid nog in de weg staan. Hoe kunnen deze opgelost worden en welke gevolgen heeft dit voor het beleid van de toekomst en daarmee voor beleidsonderzoek in de toekomst? Voor we op deze knelpunten in gaan, wordt het huidige digitaliseringsbeleid in de cultuursector en de ruimtelijke ordening toegelicht.

1. Digitaliseringsbeleid

Cultuurbeleid Digitalisering
Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) is door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aangesteld om kennis over ICT-standaarden en andere kwaliteitsinstrumenten te verzamelen en te verspreiden. DEN beheert in opdracht van het ministerie van OCW een kwaliteitsregister voor digitalisering van erfgoed. Erfgoedinstellingen kunnen bij het uitwerken van hun strategieën voor digitalisering een beroep doen op het register van DEN. Tevens is DEN het project DE BASIS (Digitaal Erfgoed: Bouwen aan Succesvolle ICT Strategie) gestart. Het gaat om een set van minimale eisen voor digitalisering van cultureel erfgoed. Toepassing van de standaarden uit DE BASIS garandeert efficiënte en toekomstgerichte digitalisering en legt een fundament voor succesvolle ICT-(samenwerkings)projecten.

Voor de erfgoedinstellingen met nationale taken (ongeveer dertig, waaronder bijvoorbeeld het Rijksmuseum en het Nationaal Archief) geldt dat zij digitalisering doorgaans vanuit hun reguliere financiering vanuit OCW bekostigen, aangevuld met projectsubsidies. Enkele instellingen houden kengetallen bij zoals het percentage kosten besteed aan digitalisering ten opzicht van het totale budget en kunnen daarop dus monitoren.
Binnen de erfgoedsector is er samenwerking tussen landelijke kennisinstituten zoals de Koninklijke Bibliotheek, het Nationaal Archief en vele andere digitaliserende erfgoedinstellingen. Op deze manier ontstaat een infrastructuur voor digitaal cultureel erfgoed ofwel De Digitale Collectie Nederland. Erfgoedinstellingen, zoals musea, (audiovisuele) archieven, instellingen op het gebied van monumenten, archeologie en (universitaire) bibliotheken die een bijdrage leveren aan deze infrastructuur, kunnen een beroep doen op de subsidieregeling 'Digitaliseren met beleid' (DMB) van het ministerie van OCW, die in 2006 van start is gegaan. Het doel van de subsidieregeling is het digitaliseringsproces duurzaam in te bedden in organisatie, beleid en werkprocessen van culturele erfgoedinstellingen. Zij hebben tot taak het beheren en (digitaal) toegankelijk maken van de eigen erfgoedcollectie. DE BASIS van DEN geldt als toetsingsinstrument voor deze subsidieregeling.

Ruimtelijk beleid en digitalisering
In het Nederlandse ruimtelijke-ordeningsbeleid zijn het in eerste instantie de gemeenten die bepalen wat er op hun grondoppervlak gebeurt, en welke bestemming dat grondoppervlak in de toekomst mag krijgen. Het beleid - verwoord in gemeentelijke visies, ruimtelijk vertaald in een zogenaamde structuurvisie wordt uiteindelijk concreet vastgelegd in bestemmingsplannen. Toetsing aan een bestemmingsplan gebeurt bijvoorbeeld bij het aanvragen van een bouwvergunning of de aanleg van een trapveldje voor jongeren.

Om de vraag 'mag ik hier een schuur bouwen?' te beantwoorden moet de ambtenaar weten waar 'hier' is. Daarvoor moet hij een plattegrond van de stad of liever nog de grootschalige basiskaart raadplegen. Verder moet hij weten wat er op die plek wel en niet mag, het bestemmingsplan komt op tafel. Hij moet nagaan of er bomen zullen sneuvelen, en met een beetje pech moet hij eerst nog uitzoeken in welk plan hij moet zoeken. En dan wil de gemeente nog controleren of de persoon in kwestie eigenaar is van die plek. Dat vergt een blik op een kadastrale eigendomskaart en legitimatie van de vragensteller. Alles bij elkaar moet de ambtenaar dus vier kaarten openvouwen en een paspoortcontrole uitvoeren om de vraag te beantwoorden. En dat voor een schuurtje!

Digitale Uitwisseling van Ruimtelijke Plannen (DURP) start in 2000 als een nationaal programma van het ministerie van VROM, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen. Het programma wil gemeenten, provincies, departementen en waterschappen stimuleren aan de slag te gaan met het digitaal maken van bestemmingsplannen, maar ook van provinciale streekplannen en planologische kernbeslissingen van het Rijk.
Digitalisering maakt een directe koppeling van ruimtelijke informatiebestanden mogelijk en biedt de gemeenten daardoor een veelzijdig beeld van de ruimtelijke ordening.

bredaZie bijvoorbeeld de viewer op het Bredase gemeentelijke intranet. Informatie over kavels, WOZ-waarden, alles wordt samengebracht in één ruimtelijk beeld. Door de combinatie van locatiegebonden informatie is het niet moeilijk ook de mogelijkheden voor evaluaties van de effecten van bestaand beleid te visualiseren.

2. Digitalisering in de praktijk

Het is duidelijk uit het voorgaande dat in de sectoren van het cultureel erfgoed en ruimtelijke ordening digitalisering een belangrijk aandachtspunt is. Over draagvlak onder beleidsmakers en van de sectoren valt doorgaans niet te klagen. Maar blijkbaar is draagvlak geen voldoende voorwaarde voor succes. Welke zijn de praktische knelpunten die een optimale uitrol van het digitaliseringbeleid (nu nog) in de weg staan?

Definities
De definitie van digitaliseren, in de inleiding van dit betoog gebruikt, is: het omzetten van data van een analoog naar een digitaal medium. Deze definitie komt dicht in de buurt van de definitie die de Van Dale hanteert: 'informatie omzetten naar binaire getallen'.
We breken een lans voor explicitering van deze laatste definitie door ook het keuzeproces vooraf en het traject nadat het materiaal is omgezet, zoals het toevoegen van metadata en het waarborgen van duurzame archivering op te nemen. Deze definitie komt in de buurt van de 'werkdefinitie' die binnen het DEN-project de Digitale Feiten wordt gehanteerd voor digitalisering, ook wel 'basisdigitalisering' genoemd. Verschillende opvattingen over de definitie van digitalisering binnen de culturele sector vinden hun oorsprong in de uiteenlopende praktijksituaties van de culturele instellingen. Musea beschrijven hun objecten vooral voor intern gebruik zoals beheer en tentoonstellingsbeleid, terwijl archieven en bibliotheken van oudsher metadata opstellen zowel voor ntern gebruik, beheer, als voor derden, externe gebruikers. Vanuit deze achtergrond kan er op verschillende manieren aangekeken worden tegen een begrip als basisdigitalisering. De grondbetekenis is,: het digitaal vastleggen van de gegevens van objecten uit een collectie, zodanig dat die collectie goed beheerd kan worden en goed digitaal toegankelijk is. Basisdigitalisering kent zowel in de culturele sector als in de ruimtelijke ordening onderstaande drie niveaus.

Identificatie
Digitale registratie, het vastleggen (bijvoorbeeld in een database) van digitale objecten waarover de instelling beschikt. Bij musea is dit bijvoorbeeld de registratiekaart, bij archiefinstellingen de digitale kaartenbak.
Metadata
Gestructureerde beschrijvingen van de objecten in de collectie. Deze informatie beschrijft opvallende inhoudelijke of vormgevingsaspecten van een object / het materiaal.
Digitale representatie
De digitale representatie van een object kan bijvoorbeeld een foto, een scan of het resultaat zijn van OCR (Optical Character Recognition).

De verschillende praktijken binnen de erfgoedsector verklaren waarom er verschillend tegen het begrip (basis)digitalisering aangekeken wordt. Deze driedeling in de definitie van digitalisering wordt binnen de museumwereld herkend, maar bibliotheken zien het eerste niveau van identificatie doorgaans niet als apart onderdeel van digitalisering, maar als integraal onderdeel van de beschrijvingen en digitale representatie. Echter, een goede samenwerking en een overzicht van de stand van zaken van digitalisering in de culturele sector vragen om een eenduidige, voor alle sectoren herkenbare en praktisch werkbare definitie van digitalisering. Een onderzoek als de Digitale Feiten van DEN helpt om die verschillen inzichtelijk te maken en toont de noodzaak van een goede terminologische afstemming. Momenteel werkt DEN aan een woordenlijst op het gebied van digitaal erfgoed, waarin de resultaten van deze discussie een plek zullen krijgen. Hopelijk leidt dit tot een volgende fase wat betreft acceptatie van definities van kernbegrippen in de culturele sector.

Standaardisatie
Tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren in de weg voor de ontwikkeling van de Digitale Collectie Nederland. Voor uitwisseling moet dezelfde taal gesproken worden en moeten gebiedsbestemmingen worden gestandaardiseerd. Maar alleen al het standaardiseren van twintig hoofdbestemmingen in gemeenten in Nederland leek meer dan 15 jaar een luchtkasteel in de ruimtelijke ordening. Er werd gesoebat over de naamgeving, de kleurstelling en zelfs over de volgorde van de bestemmingen in de legenda van de kaart. Gemeenten hebben elk een eigen visie op bestemmingen en op de vertaling daarvan in typologie. Tot op de dag van vandaag zijn burgers en bedrijven de grote verliezer. In Nederland bestaat nog steeds niet de mogelijkheid om via één digitaal loket, op een en dezelfde website dus, een vergelijking te maken van potentiële vestigingslocaties, of om in één oogopslag geïnformeerd te worden over ruimtelijke plannen in verschillende gemeenten.
Met de komst van de nieuwe WRO op 1 juli 2008 wordt ook een set standaarden aan de Nederlandse gemeenten aangeboden. Die waarborgen de eenheid in vormgeving van de hoofdbestemmingen en daardoor de vergelijkbaarheid en uitwisselbaarheid van informatie. Zo wordt de deur geopend naar een volwassen digitalisering van ruimtelijke informatie in Nederland. Maar de deur gaat nog niet helemaal open, want de digitale verplichting is nog even uit de wet gehaald en staat voor juli 2009 op het programma.

nachtwachtMetadata
Alleen een digitale representatie van een object in de vorm van een scan of een foto, volstaat niet om alle eigenschappen daarvan vast te leggen. Immers, de afdruk van Rembrandt's schilderij zegt zonder verdere toevoegingen niet waar het schilderij hangt. Een kopietje van een bestemmingsplan geeft nauwelijks informatie over de juridische teksten die 'aan de bestemmingsvlakken hangen. Als digitaal alleen maar scannen of fotograferen was, en zo wordt er vaak gedacht onder beleidsmakers, dan was de digitaliseringsopgave allang achter de rug. Maar om informatie te kunnen archiveren, opvragen, bijwerken en uitwisselen hebben we 'slimme' digitale informatie nodig die vindbaar, duurzaam, bevraagbaar, oproepbaar en uitwisselbaar moet zijn. Het toekennen en/of toevoegen van metadata (gestructureerde gegevens over gegevens) aan de digitale kopie van het culturele object of de bestemming vergroot de toegankelijkheid. Digitale bronnen zijn zonder metadata niet terug te vinden, dus niet te openen. Voor uitwisselbaarheid van informatie en samenwerking is het van belang dat vastleggen van metadata op gestandaardiseerde wijze gebeurt. In dit kader zijn in 2007 zeven standaarden ofwel minimale eisen bepaald die ervoor zorgen dat erfgoedcollecties goed vindbaar zijn. Toepassing van deze minimale eisen maakt de erfgoedinstelling tot een goede contentleverancier voor het hergebruik binnen de Digitale Collectie Nederland. Eén van de zeven standaarden die wordt voorgeschreven is de standaard voor metadata Dublin Core. Dublin Core is een sectoroverstijgende standaard voor het toekennen van metadata aan bronnen en bestaat in zijn eenvoudigste vorm uit 15 velden. Niet alle velden zijn verplichte informatie. In onderstaand voorbeeld ontbreekt bij sommige velden dan ook informatie.

Veldnr.Invulling (UK)Invulling (NL)Voorbeeld De Nachtwacht
1.TitleTitelKorporaalschap van Frans Banning Cocq. Alternatieve: Nachtwacht
2.CreatorAuteur of makerSchilder: Rembrandt van Rijn
3.SubjectOnderwerp en trefwoordenSchutterij. Persoon: Frans Banning Cocq
4.DescriptionOmschrijvingSchuttersstuk
5.PublisherUitgever 
6.ContributorAndere medewerkers 
7.DateDatumJuni 1642
8.TypeBestandstypePainting
9.FormatBestandsformaat 
10.IdentifierBestandsidentificatieBredius 410
11.SourceBron 
12.LanguageTaal 
13.RelationRelatie 
14.CoverageDekkingAmsterdam, Gouden Eeuw, Zeventiende Eeuw, 16XX
15.RightsRechtenAlle rechten voorbehouden Rijksmuseum A’dam

Bron: De Nachtwacht in artikel IP 2002 van Ivo Zandhuis en Ton Dijksterhuis, ‘Dublin Core bij het Deventer IJsselfront-project’.

Kosten

Een rekensom
'Bestemmingsplannen worden door de afdeling Ruimtelijke Ordening tegenwoordig in digitale vorm opgesteld. De burgers kunnen die tijdens de inspraakprocedure via internet raadplegen, waarmee de toegankelijkheid van deze informatie wordt bevorderd. Commissieleden ontvangen tot nu toe alle plannen nog in papieren vorm (planboekje met gekleurd kaartmateriaal) waarvan de gemiddelde kostprijs 100 euro bedraagt. Uitgaande van 15 plannen c.q. partiële herzieningen per jaar is dit een kostenpost van 35.000 euro. Voorgesteld wordt om de commissieleden de bestemmingsplannen in digitale vorm (CD-ROM) ter beschikking te stellen (kosten 1 euro per stuk). Per fractie wordt dan 1 papieren zichtexemplaar verstrekt. Daarmee wordt de papieren verzending teruggedrongen. Gebruikmaking van modern ict-equipment bevordert een goedkopere en efficiëntere communicatie'. (Peter Nieuwlaat, DURP-coördinator gemeente Breda geciteerd in PROUD-rapport).

Behalve van de eerder genoemde praktische knelpunten is er binnen de culturele sector en ruimtelijke ordening bij kleine en middelgrote instellingen of gemeenten vaak ook nog sprake van een tekort aan expertise, menskracht en financiële middelen. Het gebrek aan financiële middelen wordt vaak genoemd als bottleneck voor een bredere en snellere uitrol van digitalisering. Oplossingen die hiervoor geboden worden zijn een goede prioritering in de te digitaliseren objecten en het beschikbaar stellen van projectsubsidies. Uit het vooronderzoek van het project De Digitale Feiten van DEN blijkt dat het merendeel van de digitaliseringsactiviteiten wordt gefinancierd uit projectgelden, tegen een klein deel uit eigen middelen. Bovendien blijkt uit dit onderzoek dat de totale kosten van digitalisering op jaarbasis slechts bij een deel van de instellingen duidelijk in kaart zijn, en vaak geen aparte post op de begroting van 2008 zijn. Algemeen geldt dat men wel de voordelen ziet van digitalisering, maar niet altijd bereid of in staat is er vooraf veel tijd en geld in te investeren. Er lijkt onvoldoende inzicht in het feit dat deze investering zich in de toekomst zeker terug zal verdienen. De kosten gaan voor de baten uit, uiteindelijk verdient een instelling het terug en doet die er zijn voordeel mee, financieel maar ook door het leveren van transparantie en kwaliteit.

3. Digitalisering en beleidsonderzoek in de toekomst

Digitalisering
Standaardisering, organisatieverandering en prioriteitstelling; van deze drie knelpunten moeten beleidsonderzoekers zich bewust zijn wanneer ze het digitaliseringsveld betreden. Opvallend zijn de vele overeenkomsten tussen de culturele sector en de ruimtelijke ordening bij het proces van digitalisering.
Standaardisatie is in de culturele sector nu nog een van de belangrijkste knelpunten bij een grootschalige uitrol van het digitaliseringsproces. De gemeentelijke ruimtelijk-beleidsmakers zijn op papier die stap voorbij, maar in de praktijk nog moeilijk te motiveren voor standaardisatie. Tijd lijkt een belangrijke factor, immers, alle partijen moeten 'eigen' zekerheden laten varen en dat is even wennen.
De digitaliseringsoperatie in de culturele sector en de digitalisering van planinformatie leiden namelijk onvermijdelijk tot veranderingen en aanpassingen in de interne organisatie en de communicatie van culturele erfgoedinstellingen en gemeenten. Het ontbreekt zeker niet aan draagvlak in beide werelden, maar de praktijk laat zien dat het lastig is prioriteiten te stellen en de volgtijdelijkheid te bepalen die het mogelijk zou maken om digitaliseringsprocessen soepel te kunnen invoeren.
Een digitaliseringslag vraagt bovendien om andere typen functies. Naast een opleiding tot archivaris lijkt een opleiding nodig die meer focust op de combinatie van archiefkennis en ICT-inzicht. In de ruimtelijke ordening bestaat dezelfde vraag naar een combinatie van computertekenaar en ruimtelijk ordenaar. Digitalisering vraagt door de koppeling van techniek aan inhoud om een andere manier van denken bij beleidsmakers.
Het digitaliseringproces met zijn vele dimensies vraagt om beleid en beleidsonderzoek dat zowel de introductie, de implementatie, de uitvoering alsde evaluatie betreft. Het gaat hierbij om allerlei soorten onderzoek, variërend van het eenduidig meten van de stand van zaken op het gebied van digitalisering in diverse sectoren, tot het analyseren van doelmatigheid en doeltreffendheid van digitalisering. De vraag is hierbij of er wordt gedigitaliseerd met een kwaliteit die past bij het gebruik c.q. de toegankelijkheid. Immers, als de kwaliteit van de digitalisering hoger is dan voor de toepassing strikt noodzakelijk, komt de doelmatigheid in het gedrang. Als op een te laag kwaliteitsniveau wordt gedigitaliseerd, komt dit de gebruikswaarde niet ten goede (doeltreffendheid). Om inzicht in de ontwikkeling van het digitaliseringsproces op de voet te volgen en om de doelmatigheid en doeltreffendheid ervan te meten zal monitoring plaats moeten vinden op basis van relevante, grotendeels nog te ontwikkelen (financiële) kengetallen.

Beleidsonderzoek in de toekomst
Digitalisering in de culturele sector en de ruimtelijke ordening in Nederland hebben meer met elkaar te maken dan zo op het eerste gezicht lijkt. Uit de rondgang langs de twee toch zeer verschillende werelden kunnen we opvallende overeenkomstige lessen trekken voor toekomstig beleidonderzoek.

pcDigitalisering vraagt door de koppeling van techniek aan inhoud, om een andere manier van denken bij beleidsmakers en dus ook bij onderzoekers die zich begeven op het terrein van digitalisering.
De beleidsonderzoeker van de toekomst zal meer inzicht moeten hebben in de koppeling van beleid aan technische innovaties en, omgekeerd, gewapend met die kennis over digitalisering kan de onderzoeker moderne beleidsprocessen beter visualiseren en onderzoeken.
Het digitaliseringsproces zal de komende jaren 'voer' zijn voor beleidsonderzoekers. Digitalisering in de besproken voorbeelden staat nog in de kinderschoenen, vele culturele instellingen en nagenoeg alle Nederlandse gemeenten (en ook provincies) zullen nog jaren beleid maken waarbij digitalisering als instrument een centrale rol speelt. De maatschappij wil nu eenmaal steeds meer inzicht hebben in de voortgang op het gebied van digitalisering binnen de verschillende sectoren. Immers, door digitalisering krijgen instituten meer informatie boven water en kunnen vele informatiebronnen aan elkaar worden gekoppeld.
Ook is er een rol voor beleidsonderzoek weggelegd voor het in kaart brengen van de kosten van digitalisering. Monitoring op basis van, grotendeels nog te ontwikkelen, (financiële) kengetallen is een belangrijke bijdrage die beleidsonderzoekers in de toekomst kunnen leveren op het vlak van digitalisering.
Digitalisering is een nog redelijk onontgonnen terrein, waardoor de beleidsonderzoeker meer dan bij voltooide beleidsprocessen zal samenwerken met beleidsmedewerkers. Indien primaire data over het digitaliseringsproces verzameld worden, zal de analyse van de data in de eerste fase zeer grondig plaats moeten vinden. Er spelen dan vragen als: Welke informatie willen we precies opslaan? Op welk niveau van dataverzamelen concentreren we ons? Welke kwaliteitseisen stellen we aan onze dataopslag in de computer, aan de inrichting van de databank of aan de omschrijvingen van de elementen in het systeem?
Door digitalisering van informatie komt veel meer informatie gemakkelijk beschikbaar. Aan de ene kant maakt dit het werk van de beleidsonderzoeker lichter, want veel meer informatie is snel voorhanden. Aan de andere kant wordt de selectie van relevante informatie moeilijker. De beleidsonderzoeker moet in de mêlee van informatie het kaf van het koren scheiden. Hiervoor is gedegen kennis en ervaring van het onderzoeksdomein nodig.
Door de digitalisering wordt koppeling van informatie een belangrijk onderwerp van discussie. Koppeling zorgt voor een beter en sneller inzicht in de verschillende aspecten van informatie, maar zorgt ook voor een grotere kans op schending van privacy. Denk bijvoorbeeld aan de koppeling van huizenprijzen aan perceelinformatie
Een goede ontsluiting en vindbaarheid van informatie via het internet ("data mining") kan zorgen voor meer hergebruik van informatie en data, en voor minder door beleids- en marktonderzoeksbureaus uit te voeren veldwerk.

Kortom, de functie van beleidsonderzoeker krijgt tegen de achtergrond van de steeds belangrijkere rol van digitalisering van informatie een andere functie-invulling. De toekomstige beleidsonderzoeker wordt steeds meer een schaap met vijf poten, iemand die beschikt over inhoudelijke kennis van enkele beleidsthema's, vaardig is in een aantal onderzoeksmethoden en -technieken maar ook in ICT. Inderdaad, de moderne beleidsonderzoeker zal tegelijk iets van Rembrandt en van de WOZ-waarde moeten afweten.

* Natasha Stroeker is senior onderzoeker bij IOO, Pieter van Teeffelen is projectleider bij Research voor Beleid.

Bronnen
http://www.den.nl/debasis/
Over de digitalisering van het culturele aanbod. SCP, december 2006.
DURP, PROUD-rapport, VROM, juni 2006
Publicatie OCW, Digitalisering brengt erfgoed dichtbij, december 2005.
RvB Rapport DURP
RvB Rapport digitale aspecten van de nieuwe Wro, een plan van aanpak voor Rotterdam
RvB-onderzoek over publieksvriendelijkheid van de gemeentelijke organisatie in Waddinxveen
Rapport vooronderzoek De Digitale Feiten: Digitalisering erfgoedinstellingen met nationale taken, in opdracht van Digitaal Erfgoed Nederland (DEN), juli 2007, IOO
Dublin Core bij het Deventer IJsselfront-project (een project voor sectoroverschrijdende metadata-ontsluiting) in: Informatie Professional 2002 (6) 3, p. 28 e.v. door Ivo Zandhuis en Ton Dijksterhuis

Links referenced
Wikipedia gedefinieerd
http://nl.wikipedia.org/wiki/Digitalisering
Natasha Stroeker
http://www.research.nl/index.cfm/23,4270,html
Pieter van Teeffelen
http://www.research.nl/index.cfm/23,4272,html
Research voor Beleid
http://www.research.nl
DURP, PROUD-rapport, VROM, juni 2006
http://www.vrom.nl/pagina.html?id=7409
RvB Rapport DURP
http://www.vrom.nl/pagina.html?id=7409
Dublin Core bij het Deventer IJsselfront-project (een project voor sectoroverschrijdende metadata-ontsluiting)
http://igitur-archive.library.uu.nl/DARLIN/2006-0830-200254/ZandhuisIP032002.pdf

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,119,428,0,html