Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Tijdelijke en structurele effecten
Door dr. B. J. Ubbels en drs. N. Dasburg*
Stakingen in het openbaar vervoer zijn een bekend fenomeen. De reiziger moet in de meeste gevallen alternatief vervoer kiezen of op een ander tijdstip reizen. Interessant is de vraag of reizigers na de stakingen terugkeren naar het openbaar vervoer, of dat men het gekozen alternatief zo aantrekkelijk vindt dat men het blijft gebruiken.
Naast de financiële kosten van stakingen zouden de gedragseffecten een reden voor overheden en vervoersbedrijven kunnen zijn om stakingen zo veel mogelijk te voorkomen.
Er is nog maar weinig onderzoek gedaan naar welke effecten stakingen hebben op het reizigersgedrag. Toch is het zeer beleidsrelevant om dit te analyseren. Niet alleen tijdens de stakingen kan het voor openbaarvervoerbedrijven en overheid zinvol zijn om te weten welke alternatieven worden gekozen. Stakingen kunnen ook een permanent effect hebben wanneer er structureel voor een andere modaliteit wordt gekozen. NEA heeft onderzoek gedaan naar de effecten van de stakingen in de periode mei/juni 2008 in het Nederlandse streekvervoer. In deze periode staakte het streekvervoer waardoor met name bussen niet reden. Het stadsvervoer in de grote steden functioneerde normaal.
Aan reizigers is in eerste instantie, vlak na de stakingen, gevraagd of, en hoe, zij hun reisgedrag hebben aangepast tijdens de stakingen. Verder werd gevraagd naar hun verwachting over toekomstig gebruik van het streekvervoer. Een half jaar later werd deze verwachting getoetst aan het feitelijke reizigersgedrag.
Gedrag tijdens stakingen
De stakingen in de periode mei/juni 2008 hadden twee vormen: er was een algehele staking van het streekvervoer en er was een staking waarbij alleen in de spits gereden werd en niet tussen 9.00 tot 16.00 uur en 19.00 tot 7.00 uur. Reizigers werd gevraagd naar gekozen alternatieven tijdens de stakingen (beide vormen) wanneer ze aangaven dat ze daadwerkelijk last gehad hadden van de staking. (Tabel 1 toont de resultaten). Wanneer nog wel in de spits wordt gereden blijkt dat 21,6% voor de bus heeft gekozen. Dit zijn reizigers die hun gedrag niet hebben aangepast (ze reisden al tijdens de spits) of mensen die hun tijdstip van reizen hebben verplaatst naar de spits (in 48% van de gevallen). De omvang van deze laatste categorie kan impliceren dat de spitsperio de (twee uur in de ochtend, en drie uur 's avonds) als relatief kort is ervaren. Veel reizigers kiezen ervoor niet meer met de bus te reizen maar gebruik te maken van ander vervoer. In de meeste gevallen wordt dan gebruik gemaakt van de auto (60%) of de fiets (32%). Overigens betekent de keuze voor de auto niet automatisch een extra auto op de weg: in de helft van de gevallen reed men met collega's of vrienden mee. De populariteit van de fiets kan mede verklaard worden door het goede weer tijdens de stakingsperiode. Het gaat hier vaak om korte ritten. Een combinatie van openbaar vervoer met een andere modaliteit wordt ook regelmatig gekozen (14,8%). Nadere analyse leert dat vooral de trein wordt genomen in combinatie met de fiets. De fiets is aantrekkelijk op zich maar ook als voor- en/of natransportmiddel. Slechts 8,7% van de reizigers geeft aan tijdens de staking thuis te blijven. Dit heeft te maken met het feit dat voor veel respondenten die voor hun werk gebruik maken van het openbaar vervoer, thuisblijven in de meeste gevallen geen optie is. Opmerkelijk is de grootte van de categorie anders. Wanneer we meer in detail kijken naar de antwoorden die daar worden ingevuld blijkt dat lopen, fiets, taxi en een combinatie (de ene keer de auto, andere keer fiets) vaak worden genoemd. Deze zouden eigenlijk onder ander openbaar vervoer genoemd moeten worden, maar het geeft wel aan dat het belang van de fiets als alternatief nog groter is.
Tabel 1: Gedragskeuzes tijdens stakingen
| Buiten de spits staking | Algehele staking | |
| Met de bus (die alleen tijdens spits reed) | 21,6% | Nvt |
| Ander openbaar vervoer | 8,3% | 11,4% |
| Ander vervoermiddel (geen OV) | 34,0% | 44,7% |
| Combinatie van OV en ander vervoer: | 14,8% | 14,9% |
| Besloten om niet te reizen | 8,7% | 12,1% |
| Anders (waarvan lopen en fiets allebei 10%) | 12,5% | 16,8% |
Tabel 1 geeft ook weer hoe de reizigers tijdens de algehele staking van het streekvervoer in de meeste gevallen naar hun eindbestemming zijn gegaan. De bus is dus geen optie meer. De dominantie van een ander vervoermiddel wordt nu alleen maar groter (bijna 45%). De auto en de fiets zijn wederom het meest populair. Het grote aantal antwoorden bij de categorie anders geeft aan dat interpretatie lastig is gebleken omdat veel antwoorden worden gegeven die feitelijk geplaatst kunnen worden onder een van de genoemde alternatieven. Ook hier komen auto, fiets, lopen en (regio)taxi weer terug. Het aantal reizigers dat aangeeft niet te reizen, ligt met 12,1% hoger dan de hiervoor besproken stakingsvorm. Ook ander openbaar vervoer scoort hoger; bij deze categorie is de trein weer het belangrijkste alternatief. Het aandeel van de combinatie van openbaar vervoer en ander vervoer is gelijk aan de uitkomst zoals gevonden bij de staking buiten de spits. Ook hier geldt dat trein en fiets, en trein en carpoolen de meest gekozen combinaties waren. In veel gevallen is de trein een alternatief waarbij men ervoor kiest naar het station te fietsen of gebracht te worden. Wanneer we het motief van de verplaatsing erbij betrekken vinden we hetzelfde patroon als bij de gedeelde stakingsvorm. Het woon-werkverkeer kiest relatief veel voor een ander type openbaar vervoer; afzien van de verplaatsing is slechts zelden een optie. Absoluut gezien is een ander vervoermiddel het meest populair onder deze groep, en dan met name de auto (64% van de forensen kiest voor de auto als ander vervoermiddel (bestuurder of als meerijder)). In 40% van de gevallen pakt men ook hier de auto zelf waardoor de filedruk kan toenemen. Busritten voor sociale doeleinden worden juist niet meer ondernomen of vervangen door fiets of auto.
Gedrag na stakingen
Uit eerdere studies is gebleken dat stakingen niet alleen tijdelijke gevolgen hebben voor het gebruik van het openbaar vervoer, maar ook structurele. Om hiervan een indicatie te krijgen hebben we respondenten vlak na de staking gevraagd of zij door de staking in de toekomst minder gebruik gaan maken van het streekvervoer. Alternatieven zouden misschien als aantrekkelijk worden beoordeeld waardoor men niet meer terugkeert. Ongeveer 11% (1307 respondenten) geeft aan minder te gaan reizen bij stakingen, 13% wist het nog niet. Nu is er natuurlijk een groot verschil tussen zeggen en daadwerkelijk doen. De vragenlijst werd afgenomen direct na de acties toen frustratie nog vers in het geheugen lag. Voor een goed inzicht in de meer structurele gevolgen hebben we een half jaar na de stakingen opnieuw contact gezocht met de respondenten en gevraagd naar hun feitelijke reisgedrag in dat halve jaar. Dit vervolgonderzoek heeft uitgewezen dat feitelijk gedrag afwijkt van het voorspelde gedrag. Uiteindelijk blijft 4,3% over van de 11% die aangaf minder te gaan reizen als gevolg van de stakingen. Dit is meer dan een halvering, lang niet iedereen heeft gedaan wat hij verwachtte. In het eerdere onderzoek waren ook veel mensen nog niet zeker. Slechts 8,6% van deze groep is minder gaan reizen. Uiteindelijk is het totaaleffect van de stakingen uitgekomen op een behoorlijke 7,2% die minder of geen gebruik meer heeft gemaakt van het streekvervoer. Deze getallen zeggen nog weinig over de mate van gebruik dat wordt aangepast. Nadere analyse leert dat het aantal ritten dat gemiddeld per maand wordt gereduceerd niet groot is. Het zijn dus duidelijk niet altijd de forensen die zijn overgestapt naar een alternatief. Natuurlijk zijn ook combinaties mogelijk, op sommige dagen met de bus en met mooi weer op de fiets bijvoorbeeld. Onder bepaalde veronderstellingen kunnen we dan concluderen dat het busgebruik is verminderd (in aantallen ritten) met ongeveer 2,7%.
Conclusies
Stakingen hebben dus zowel tijdelijke als structurele effecten. Natuurlijk is de stakingsvorm bepalend voor de gedragsreactie, maar we zien dat een staking buiten de spits al aanzienlijke gevolgen heeft, laat staan de gevolgen van een algehele staking. Veel reizigers passen hun gedrag al aan bij een staking buiten de spits. Reizigers vervangen de busritten in de meeste gevallen door verplaatsingen met een ander vervoermiddel en gaan niet met ander openbaar vervoer. De veelal korte ritafstanden worden overbrugd door te gaan lopen of de fiets te pakken. De fiets is ook populair als voor- of natransport naar de trein. Toch is de auto het t populairste alternatief tijdens de stakingen. Relatief veel mensen kiezen ervoor om mee te rijden of stappen zelf in de auto (tussen de 12% en 15% van de respondenten die van vervoer veranderen, neemt de auto als bestuurder). Dit laatste is ongewenst in de strijd tegen files waarbij de overheid juist tracht om het openbaar vervoer zo aantrekkelijk mogelijk te maken, met name in de spitsperioden. Ook wat dat betreft zijn onze uitkomsten niet rooskleurig: relatief veel forensen kiezen voor de auto. In eerste instantie hebben veel reizigers aangegeven dat ze verwachten minder te gaan reizen met de bus. Na een half jaar blijkt het feitelijke reisgedrag toch minder structureel aangepast te zijn dan op voorhand werd ingeschat. Toch wil dit niet zeggen dat er geen structureel effect optreedt. Integendeel, we schatten in dat het aantal busritten is verminderd met 2,7%.Overheden en vervoersbedrijven doen er goed aan om stakingen te voorkomen. Niet alleen vanuit kostenoogpunt, maar ook gezien het feit dat relatief veel respondenten aangeven met de auto te gaan in plaats van met de bus. Dit is ongewenst in het kader van het duurzame mobiliteitsbeleid van de overheid. Stakingen verzwakken het imago en zullen zeer waarschijnlijk leiden tot verlies van marktaandeel. Het kan flink wat tijd kosten om dit weer terug te winnen.
*Barry Ubbels en Nathaly Dasburg zijn beiden werkzaam als consultant voor NEA Transportonderzoek en -opleiding.
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,126,472,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012