Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Jongeren & Natuur

Wat is het waarheidsgehalte van doemscenario's

Door drs. H. Bolle*

Hoe staan jongeren in Nederland ten opzichte van de natuur? Dit is een belangrijke vraag als het erom gaat dat deze en toekomstige generaties zorg blijven dragen voor de natuur. Het op jonge leeftijd ontwikkelen van een verbondenheid met de natuur is een belangrijke voorwaarde voor de wijze waarop jongeren hiermee omgaan, nu maar ook later.

Diverse onderzoeken, en ook de media, geven een vaak wat somber beeld over de betrokkenheid van jongeren met de natuur. Geen rooskleurig perspectief voor natuurbehoud en -ontwikkeling dus. Maar is het werkelijk zo slecht gesteld met de natuurbeleving bij jongeren?
Om meer inzicht te krijgen in de natuurbeleving bij jongeren in de leeftijd van 7 tot 20 jaar heeft IPM KidWise dit vraagstuk uitgebreid kwalitatief en kwantitatief onderzocht.
Natuurbehoud en duurzaamheid zijn belangrijke maatschappelijke issues. Diverse doemscenario's over de gevolgen van klimaatverandering, broeikaseffect, zeespiegelstijging, maar ook uitputting van fossiele brandstofvoorraden en overbevolking, buitelen over elkaar heen in de media. Niet iedere jongere maakt zich hier echter evenveel zorgen over, laat staan dat ze denken enige invloed te kunnen uitoefenen op problemen met zo'n grote reikwijdte. Als het gaat om 'de natuur', een onderwerp dat als 'dichter bij huis' wordt beleefd, blijkt dat 54% van de jongeren zich hierover zorgen maakt. Ze zijn opvallend vaak (73%) van mening dat ze goed voor de natuur zorgen. In de praktijk gaat het daarbij vooral om de kleine dingen: scheiding van afval en zuinig omgaan met energie. De grote en effectievere maatregelen en acties zijn in hun ogen meer iets voor de 'gevestigde orde'.

Natuur raakt welzijnJongeren & Natuur

Het belang van natuurbehoud wordt voor 'het publiek' maar al te vaak beargumenteerd vanuit een technisch kader: het behoud van soortenrijkdom, biodiversiteit, ecologisch evenwicht. Over een andere boeg gegooid, zijn er campagnes die de mensen diep in het hart moeten raken. Er worden bijvoorbeeld zielige of jonge hulpeloze dieren getoond. Het is echter de vraag of benaderingen die op dergelijke uitgangspunten zijn gebaseerd voldoende hout snijden voor jongeren als het gaat om het vergroten van hun betrokkenheid bij de natuur. Bij deze natuuropvatting wordt onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de natuur op andere manieren betekenisvol kan zijn voor mensen. Het gaat daarbij vooral om de vraag: wat heb je zelf aan de natuur, of waarom is de natuur voor jou belangrijk? Via deze vragen kom je dichter bij wat mensen kan bewegen om aandacht te besteden aan de natuur. Natuur heeft bijvoorbeeld positieve effecten op de gezondheid en het welbevinden van mensen. Vertoeven in de natuur, genieten van de rust, stilte en het groen blijken bij te dragen aan het herstellen van aandachtsmoeheid. Tevens toont onderzoek van de Gezondheidsraad en RMNO dat groen in de directe woon- en leefomgeving mensen stimuleert om te bewegen.
De natuur raakt aan de fysieke en sociaal-emotionele gezondheid van mensen in het algemeen en die van kinderen in het bijzonder. Kinderen kunnen in de natuur volop bewegen, frisse lucht inademen en zich ontspannen. Dit is belangrijk, ook gezien recente onderzoeken die aangeven dat 31% van de kinderen te dik is, en hiermee samenhangend, slechts 3% van de kinderen in de stad voldoende beweegt.
De natuur is dus ook op een andere manier betekenisvol dan alleen vanuit het perspectief van natuurbehoud. De natuur sluit aan bij een aantal belangrijke waarden in het leven. Vergroting van het draagvlak bij jongeren voor de zorg voor de natuur zou gebaat zijn bij het in sterkere mate uitgaan van 'what's in it for me' vanuit het perspectief van hun leefwereld.

Somber beeld

Hoe zit het nu met de natuurbeleving bij jongeren? Is er voldoende draagvlak voor de toekomst? Als we uitgaan van veelgehoorde vooronderstellingen komt een somber beeld naar voren:

- 70% van de jongeren komt niet meer in de natuur
- Er is sprake van een afnemend draagvlak voor de natuur onder jongeren, mede veroorzaakt door een gebrek aan kennis
- Jongeren (uit een 'niet groene omgeving') weten niet waar de melk vandaan komt, ze denken dat eenden geel zijn, etc.
- De natuur is 'saai'
- Jongeren kennen de natuur alleen nog maar van tv en internet en dan vooral de exotische kanten ervan

Om de natuurbeleving bij jongeren in kaart te brengen is IPM KidWise uitgegaan van datgene wat jongeren zelf als natuur ervaren. Er is nagegaan welke associaties jongeren hebben bij de natuur en welke activiteiten ze ondernemen in wat ze zelf als natuur ervaren.

Het blijkt dat jongeren een divers associatiepatroon hebben bij de natuur. Het ligt voor de hand dat vooral de jongere kinderen zich daarbij baseren op wat zij daarvan in hun directe omgeving zien. Middelbare scholieren/studenten kijken wat verder over de grenzen. Niettemin wordt de 'groene natuur', zoals bos, oerwoud, weiland, heide en parken het sterkst geassocieerd met de natuur en in iets mindere mate met 'dieren', waarbij het niet uitmaakt of het om dieren uit de eigen omgeving of om exotische dieren gaat. Typisch is dat producten van de menselijke cultuur, zoals koeien, paarden en weilanden of parken ook vaak tot 'de natuur' worden gerekend, met name door jongere kinderen (< 12 jaar).

Niet saai

Het sombere beeld dat uit de eerder genoemde vooronderstellingen naar voren komt wordt niet door het onderzoek gestaafd. Integendeel! Als jongeren wordt gevraagd naar hun beleving van en activiteiten in de natuur komt een totaal ander beeld naar voren.
In de eerste plaats blijken jongeren de natuur helemaal niet saai te vinden. De natuur heeft voor hen belangrijke betekenissen en waarden en is eerder 'uitdagend' dan saai. Een natuurlijke omgeving stimuleert creativiteit en fantasie en er is een duidelijk verband tussen de gemoedstoestand van jongeren en het vaak of weinig aanwezig zijn in de natuur. Jongeren die veel in de natuur zijn, zitten 'lekkerder in hun vel'. Ook in hun beleving draagt de natuur dus bij aan (een gevoel van) gezondheid en ontspanning. Het moge duidelijk zijn dat jongeren uit een groene omgeving hier in het voordeel zijn.

De vooronderstelling dat 70% van de jongeren hooguit één keer per jaar 'in de natuur' komt blijkt ook niet te kloppen. Activiteiten 'in de natuur', zoals wandelen in bos, park of op het strand, een fietstocht in de omgeving, worden door bijna de helft van de jongeren minimaal 1 keer per maand ondernomen. Als het gaat om natuurgebonden activiteiten in bredere zin (het verzorgen van de tuin, hutten maken, bezoek aan dierentuin en kinderboerderij), geldt dit zelfs voor 79% van de jongeren. 44% van de jongeren onderneemt deze 'natuuractiviteiten' zelfs minimaal één keer per week.
Overigens blijkt dat druk verkeer en angst voor 'enge' mensen jongeren kunnen tegenhouden om in de natuur te zijn.

Veel jongeren vinden het leuk om dingen te weten over de natuur, met name over de leefwereld van de dieren. Deze informatie mag echter niet overkomen als 'iets moeten leren'. Tv-programma's, met name die van National Geographic, komen naar voren als een manier die (wel) 'leuk' is om veel van de natuur te leren.

Conclusie

Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de volgende factoren bepalend zijn voor de betrokkenheid bij de natuur c.q. van invloed zijn op het draagvlak voor natuurbehoud:

- Stimulans door de omgeving, met name school en ouders
- Woonomgeving: jongeren die opgroeien in een huis met tuin in een groene omgeving vertonen een hogere betrokkenheid
- Leeftijd en opleidingsniveau: hoe ouder het kind en / of hoe hoger het opleidingsniveau, hoe minder vaak het 'natuuractiviteiten' onderneemt.

Factoren als de sociale klasse van de ouders, regio, allochtoon/autochtoon en geslacht van de jongere blijken nauwelijks van invloed.

Uit het onderzoek komt een minder somber beeld over de natuurbeleving van jongeren naar voren dan blijkt uit de vooronderstellingen die er op dit terrein leven. Er lijkt, als we afgaan op houding en gedrag van jongeren ten aanzien van de natuur, in ieder geval geen reden om te wanhopen. Of er voldoende draagvlak is voor natuurbehoud in de toekomst is echter de vraag. Met name het teruglopende contact met de natuur van de middelbare scholier geeft te denken. Vooral voor het vergroten van betrokkenheid van deze groep is het aan te bevelen speciaal op deze groep afgestemde natuuractiviteiten te organiseren, daarbij rekening houdend met de specifieke 'behoeften' van deze doelgroep.

Afbeelding PlantVerder leert het onderzoek dat een benadering die uitgaat van hoe jongeren zelf aankijken tegen de natuur c.q. wat de natuur voor hen betekent, beter in staat zal zijn hen te bereiken dan het sec aanreiken van informatie over natuurbehoud.

Omdat 'het groen' zoals men dat in de directe omgeving ervaart als 'natuur' ook behoort tot het domein van de lokale overheden ligt hier een belangrijke verantwoordelijkheid van gemeenten jongeren te stimuleren tot betrokkenheid bij de natuur. De aanwezigheid van groen in de omgeving is een zeer belangrijke stimulans om buiten 'in de natuur' te zijn. In het onderzoeksrapport wordt dan ook de op de gemeentelijke overheid gerichte aanbeveling gedaan om het groen naar jongeren toe te brengen en hierin voldoende verblijfs- en gebruiksomgevingen voor jongeren te creëren:

- Veilige en groene speelplekken voor jongeren jonger dan 12 jaar
- Groene hangplekken voor jongeren ouder dan 13 jaar.

Voorts zullen ouders en scholen jongeren meer moeten stimuleren om buiten te zijn en/of te spelen. Het belang hiervan kan duidelijk gemaakt worden door aan te sluiten bij de voordelen (what's in it for me) van in de 'natuur' zijn. Het inrichten van groene schoolpleinen en geven van buitengymlessen zouden hierbij kunnen helpen.

* Drs. Herman Bolle is business unit manager IPM Research & Advies.

Dit artikel is gebaseerd op het onderzoek 'Inzicht in de jeugd als doelgroep voor natuur', uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van LNV onder leiding van Ir. Angela Weghorst en Ir. Ciska Glerum, beiden van IPM KidWise.
Het onderzoeksrapport is via de site van het Ministerie van LNV te downloaden (onder onderwerp jeugd, natuur, voedsel en gezondheid).

http://www.minlnv.nl/portal/page?pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=26922

Links referenced
http://www.minlnv.nl/portal/page?pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=26922
http://www.minlnv.nl/portal/page?_pageid=116,1640321&_dad=portal&_schema=PORTAL&p_file_id=26922

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,126,475,0,html