Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Door J. T. Schoemaker MSc en F. N. van den Broek MScBA, CEMS MIM, MTL*
Welke ontwikkelingen verwachten we in het containervervoer in de Randstad? Welke gevolgen hebben deze ontwikkelingen voor de logistieke keten in de Randstad? En welke maatregelen zijn nodig op deze gevolgen te ondervangen?
Het Havenbedrijf Rotterdam voorspelt dat wanneer de 2e Maasvlakte volledig in gebruik is er 30 miljoen TEU (Twenty foot Equivalent Unit) overgeslagen zullen worden in de haven van Rotterdam. Dit heeft binnen GOVERA (GOederen Vervoer Randstad), het samenwerkingsverband van overheden en het bedrijfsleven op gebied van goederenvervoer, tot de vraag geleid welke effecten dit op de Randstad zal hebben. De vraag spitste zich vooral toe op de infrastructuur en overslagmogelijkheden in het achterland en de behoefte aan logistieke bedrijventerreinen en vastgoed.
GOVERA heeft NEA opdracht gegeven onderzoek te doen naar de effecten van de ontwikkeling van containerstromen op de Randstad. Volgens de prognoses kan in de periode tussen 2000 en 2033 in de Randstad een groei van het goederenvervoer met een factor 2,0 tot 2,3 verwacht worden. Uit modelberekeningen blijkt dat op vele plekken in het Randstedelijk wegennet in de komende tien, vijftien jaar aanzienlijke problemen te verwachten zijn. De afgelopen jaren ondervond het wegvervoer steeds meer hinder van de toenemende congestie. Deze hinder zal toe blijven nemen door de op termijn voorziene aanhoudende groei van ladingstromen. Zo wordt bijvoorbeeld op de A4 corridor - één van de belangrijkste slagaders van de Randstad - het vrachtverkeer nu al dagelijks geconfronteerd met lange files. In 2008 stond de A4 bij de brug over de Oude Rijn richting Delft op nummer 2 in de file top 50 van Nederland. In 2020 zullen in de spits per richting elke uur 800 vrachtwagens over deze A4 rijden.
De verwachting is dat het goederenvervoer zodanig zal groeien dat op grote delen van de dag in de Randstadregio volledige rijstroken bezet zijn door vrachtwagens. Het is belangrijk te weten dat er bij de berekeningen van uitgaan is, dat alle geplande infrastructuurinvesteringen die nu op de rol staan, dan uitgevoerd zullen zijn. Alleen prijsmaatregelen zoals kilometerheffing en "Spits mijden" zijn nog niet meegenomen in de berekeningen. Deze maatregelen zullen echter beperkt invloed hebben op het vrachtverkeer.
Workshop
Het onderzoek van NEA heeft voor GOVERA aangetoond dat hernieuwde aandacht voor knelpunten in de infrastructuur en het benodigde ruimtebeslag voor logistieke activiteiten essentieel is om de bereikbaarheid van de Randstad in de komende decennia te garanderen. Hoewel de financiële crisis nu haar sporen achterlaat en er naar verwachting hoogstwaarschijnlijk een groeivertraging op zal treden, komt de oplossing niet van deze crisis. Op een later moment zal de groei alsnog plaatsvinden.
De bereikbaarheid van de Randstad en de verwachte knelpunten in de infrastructuur waren voor GOVERA aanleiding om eind augustus samen met NEA een workshop te organiseren voor de ruimtelijke planvormers in het gebied.
De uitkomst van de workshop was dat vooral bestuurlijke aandacht voor het goederenvervoer in de Randstad noodzakelijk is. De resultaten van het onderzoek liegen er niet om en blijven valide, ondanks de (tijdelijke) terugval van containerstromen. Gedetailleerdere analyses over hoe de wereld er na de crisis uit ziet, zijn echter wel gewenst. De crisis is behalve een financiële crisis, ook een energie- en klimaatcrisis op handen. Effecten op grondstof- en energieprijzen zijn niet te ontkennen.
Er vindt overbodig transport plaats en het goederenvervoer wordt vaak gehinderd door lokale regelgeving zoals venstertijden. Tekort aan infrastructuur ontstaat vooral tijdens de pieken. Van 24-uurs economie is voorlopig nog weinig terecht gekomen en ondertussen worden deze piekmomenten steeds breder, de spits start eerder en loopt langer door.
Samenwerking tussen verschillende lagen van de overheid, tussen commerciële partijen en publiekprivate samenwerking zijn een sleutel tot de oplossing van de problemen. Verkeer en vervoervraagstukken zijn immers zo complex, en beslissingen van individuele partijen kunnen zulke grote invloed hebben op het systeem, dat een dergelijke samenwerking noodzakelijk is. De regio's en bedrijven die zoeken naar netwerkoptimalisatie en dan vaak komen tot een clusteraanpak met daarbinnen een pakket van samenhangende maatregelen, zijn het meest succesvol.
Ambitieniveau en oplossingsrichtingen
De studie en de workshop hebben tot consensus geleid over aanbevelingen hoe de Randstad te redden van een verkeersinfarct. Er zijn twee niveaus: (1) strategie- en visievorming en (2) uitwerking van de strategie en visie. De ambitie is niet om het fileprobleem op te lossen, maar te voorkomen dat het vervoer helemaal vast komt te staan.
Een samenhangende visie op het goederenvervoer in de Randstad opstellen, de discussie aangaan voor het versterken van meer centrale sturing van planvorming en het versnellen van besluitvorming, deze drie zaken hebben absolute prioriteit. De samenhang in de visie moet enerzijds gezocht worden in de verhouding tussen goederenvervoer en personenvervoer om de belangen van beide op evenwichtige wijze af te wegen, anderzijds moet er een samenhangende visie komen op de relatie tussen vervoersbeleid en ruimtelijke ordening. Voorkomen moet worden dat er lokale (gemeentelijke) beslissingen genomen worden die niet bijdragen aan regionale of landelijke belangen. Hiervoor is meer centrale sturing nodig. Dit is echter niet in lijn met het beleid van de Rijksoverheid die verantwoordelijkheden op zo laag mogelijk bestuursniveau wil leggen.
Ook versnelling van besluitvorming is nodig. In de huidige praktijk ligt de bestuurlijke agenda tot 2020 vast en moeten ruimtelijk planners zich met planvorming tot 2040 bezighouden. Op daadkrachtige manier inspelen op de huidige veranderingen in de wereldeconomie en de ruimtevraag is met een vastgelegde agenda maar zeer beperkt mogelijk.
Actie- en investeringsprogramma
Om uiteindelijk tot een actie- en investeringsprogramma te komen, is verdere uitwerking van de strategie en visie op vier terreinen noodzakelijk.
1. Analyseren waar een vergroting van capaciteit op de achterlandinfrastructuur en het vrijhouden van voldoende ruimte voor inland terminals en logistieke bedrijventerreinen nodig is. Ten aanzien van de achterlandinfrastructuur speelt een aantal aspecten: (a) capaciteit specifiek voor het vrachtvervoer, (b) nadere analyse van het onderliggend wegennet en (c) uitbreiding van de toestemming voor de zogenaamde eco-combi's (langere vrachtwagens) om van het wegennet gebruik te maken. Al jaren speelt de vraag of infrastructuurcapaciteit al dan niet specifiek voor het vrachtvervoer toegedeeld moet worden. Nadere analyse van het onderliggend wegennet is zeer gewenst omdat er op dit moment nauwelijks duidelijkheid is over hoe de goederenstromen op lokaal niveau eruit zien. De eco-combi's krijgen inmiddels meer steun en ondernemers vinden ook steeds meer interessante toepassingsmogelijkheden.
2. Analyseren hoe samenwerking in de logistieke keten optimaal gestimuleerd kan worden. Het goederenvervoer kan efficiënter plaatsvinden en veel onnodig transport kan vermeden worden. Het is echter de vraag hoe dit in de praktijk gerealiseerd kan worden. Behalve vertrouwen is ook de beschikbaarheid van de juiste systemen nodig om dit mogelijk te maken. De clusterbenadering is veelbelovend en krijgt steeds meer aanhang. Op lokaal niveau moet vooral gekeken worden naar venstertijden en ontheffingen voor milieubewuste bedrijven.
3. Analyse van de potentiële bijdragen van logistieke en technologische innovaties aan het verbeteren van goederenvervoer. Een opvouwbare container, een binnenvaart schip met eigen containerkraan zijn enkele voorbeelden van kansrijke innovaties. Nadere analyses zijn absoluut wenselijk, maar vielen buiten de opdracht.
4. Verbetering van statistieken en voorspellingen. Op dit moment zijn te weinig recente gegevens beschikbaar over het goederenvervoer en is het detailniveau onvoldoende om antwoord te geven op bepaalde beleidsvraagstukken. Bovendien zijn er geen gegevens over onderliggend wegennet beschikbaar. Wellicht kan elektronische dataverzameling -floating vehicle data - hierin een oplossing bieden. De voorspellingen kunnen in ieder geval verbeterd worden door vaker scenario's te herzien. Een koppeling aan de ruimtelijke ordening zou toegevoegde waarde kunnen leveren.
Kortom, het opstellen van een samenhangende visie op het goederenvervoer in de Randstad, het versterken van meer centrale sturing en het versnellen van besluitvorming zijn van cruciaal belang om het goederenvervoer in de Randstad in beweging te houden en de economische waarde binnen de Randstad te houden.
*Jarl Schoemaker is consultant bij NEA en Françoise van den Broek is manager business development bij NEA
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,127,487,33,html
Copyright © Panteia B.V. 2012