Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Over vrouwen en hun carrière wordt in Nederland veel gediscussieerd - en gespeculeerd. De feiten in deze discussies zijn bekend: voor werkende vrouwen is een baan van drie dagen per week heel gewoon, terwijl dit voor mannen nauwelijks een optie is. Vrouwen werken vaker in laagopgeleide banen en het aandeel vrouwen in topfuncties is in Nederland klein.

Door C.M. van Ommeren MA en S.M. de Visser MA*
Hoe komt dat? Waarom werken vrouwen gemiddeld minder uur op de arbeidsmarkt dan mannen? Hoe komt het dat er in Nederland weinig vrouwen topfuncties bekleden? In het debat over deze thema's komt één term regelmatig terug: ambitie. Vaak wordt gesuggereerd dat verschillen tussen mannen en vrouwen te verklaren zijn vanuit een verschil in ambitie: vrouwen zijn minder ambitieus. In opdracht van de Taskforce DeeltijdPlus deed Research voor Beleid onderzoek naar deze veronderstelling. Gedurende dit onderzoek werd de maatschappelijke discussie over deze thema's verder aangewakkerd door het verschijnen van het boek De mythe van het glazen plafond van Marike Stellinga, redactrice bij Elsevier.
We zochten Marike Stellinga op en gingen met haar in gesprek over de inhoud van het begrip ambitie, keuzes van mannen en vrouwen in hun carrière en de mogelijke rol van werkgevers daarin.
De semantiek van ambitie
In het gesprek staat ambitie centraal. Marike Stellinga zegt in haar boek dat het Nederlandse vrouwen aan ambitie ontbreekt. Dit verklaart het beperkte aantal topvrouwen in Nederland. Het bovengenoemde onderzoek laat echter zien dat mannen en vrouwen niet van elkaar verschillen als het gaat om hun ambitieniveau. Maar: wat is ambitie dan eigenlijk?
In het onderzoek is gekozen voor een brede, veelomvattende definitie. Ambitie is: het nastreven van persoonlijke doelen. De inhoud van deze doelen kan variëren. Er worden hierbij twee 'hoofdrichtingen' onderscheiden: intrinsieke en extrinsieke ambitie. Intrinsieke ambitie heeft betrekking op het streven naar horizontale groei en verdieping (interessant werk, persoonlijke ontwikkeling, iets bijdragen aan de samenleving), terwijl extrinsieke ambitie gaat over het streven naar verticale groei en externe profilering (salaris, promotie, status). Stellinga doelt in haar boek met ambitie vooral op dit extrinsieke aspect: hogerop komen. Het gaat over de drive van mannen en vrouwen om de top te bereiken.
Met 'ambitie' doel je specifiek op 'hogerop komen'. Waarom zou je in het denken over ambitie die drang naar persoonlijke ontwikkeling niet meenemen?
"In mijn boek bediscussieer ik de vraag waarom er weinig topvrouwen zijn. In die context betekent het woord ambitie voor mij: hogerop willen. Natuurlijk kun je het begrip ook veel breder trekken, dat doen vrouwen zelf ook. Maar als je echt de top wilt bereiken, moet je een ongekende drive hebben. Dan kun je niet zeggen 'ik ben ambitieus' en tegelijk maar twee dagen werken.
Vrouwen, ook carrièrevrouwen, komen vaak op een punt dat ze zich afvragen: 'waar doe ik het voor?' Ze bekijken hun leven en zien: ik heb een leuke baan, het is interessant, inhoudelijk, ik kan groeien, ik kan me verbreden, ik kan uit die race naar boven stappen. Die vrouwen zien de top, zijn onderweg, maar het hoeft niet meer."
Want de ambitie is er niet meer? Of komen ze er achter dat hun ambities elders liggen? Dat ambitie méér is dan verticale groei?
"Ja, er is onder vrouwen volgens mij gewoon minder interesse om hogerop te komen. Uit onderzoek onder hogeropgeleide vrouwen blijkt gewoon minder animo voor promotie en managementfuncties. Ik vind jullie onderzoek daarom ook interessant. Het zegt dat vrouwen zelf ook het verband niet zo zien tussen het aantal dagen dat ze werken en hoe ambitieus ze zijn. Ze ervaren zichzelf als ambitieus terwijl ze er toch weinig behoefte aan hebben een topfunctie te bekleden."
Wat jij 'hogerop komen' noemt, is in ons onderzoek extrinsieke ambitie. Wij vonden echter geen grote verschillen in de mate van extrinsieke ambitie tussen mannen en vrouwen.
"Maar jullie constateren dus wel een verschil: vrouwen zijn als het gaat om extrinsieke profilering minder ambitieus dan mannen. Als je dat combineert met het feit dat driekwart van de vrouwen in deeltijd werkt, is het plaatje compleet. Dan heb je in het denken een verschil in extrinsieke ambitie geconstateerd, maar in het doen nog veel meer. Er zijn dan mensen die twee dagen per week werken en zeggen: 'maar toch ben ik ambitieus.' En dat kan dus."
Er is dus een verschil tussen denken en doen als het gaat om ambitie?
"Ja dat klopt. Ambitieus zijn is een belangrijk item in onze samenleving. Je hoort kennelijk ambitieus te zijn, je moet er ja op zeggen. Maar in internationaal onderzoek scoren Nederlanders als weinig carrièregedreven. Misschien omdat wij in Nederland het maken van carrière zien als iets egoïstisch. Het wordt vaak gezien als een keuze tegen je kinderen: je ontneemt hun tijd. In andere landen, zoals de Verenigde Staten, is het juist een keuze vóór je kinderen. Door te stijgen op de maatschappelijke ladder zorg je voor meer geld, meer status en daardoor voor betere kansen voor je kinderen."
Van keuzes aan de keukentafel...
In Nederlandse gezinnen worden andere keuzes gemaakt? Waar komt dat verschil vandaan?
"In de jaren '70 is hier veel gediscussieerd over het belang van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. Toen is ervoor gestreden dat vrouwen hetzelfde minimumloon kregen, dezelfde carrièremogelijkheden, evenveel kansen. Maar niemand heeft er indertijd rekening mee gehouden dat vrouwen ondanks die mogelijkheden niet dezelfde posities zouden innemen als mannen. Niemand heeft ingecalculeerd dat ze simpelweg andere keuzes
zouden maken."
Is dat zo? Ons onderzoek wijst erop dat dit niet altijd een vrij bepaalde keuze is. Mannen werken niet per se méér omdat ze ambitieuzer zijn of graag veel willen werken. Het traditionele kostwinnersmodel lijkt hierbij ook een rol te spelen: mannen en vrouwen voelen zich beiden verantwoordelijk voor het gezin, maar voor vrouwen komt die verantwoordelijkheid vaak neer op de zorgkant, en voor mannen op de inkomenskant. Traditionele rolopvattingen blijken aan de keukentafel nog altijd belangrijk.
"Nou, ik stel dat de groep mannen die echt hogerop wil komen veel groter is dan de groep vrouwen die dat wil. Maar inderdaad, er is ook een grote groep mannen die werk en privé beter wil kunnen combineren."
Dat onderstreept onze uitkomsten dat de verschillen tussen wat mannen en vrouwen willen niet zoveel uiteenlopen, en een verschil in ambitie geen verklaring is voor de verschillen in baanomvang tussen mannen en vrouwen.
"Nee, inderdaad. Het laat vooral zien dat wat vrouwen willen op dit moment eigenlijk beter gerealiseerd is dan dat wat mannen willen. In mijn boek noem ik dat 'het vrouwenparadijs'. Vrouwen kunnen hier doen en laten wat ze willen, en zijn daar tevreden mee. Ze kunnen goed betaald werk doen, in deeltijd, en hebben dan nog een interessante baan ook."
...naar keuzes aan de vergadertafel
De vraag blijft echter waar kansen en mogelijkheden liggen om vrouwen te stimuleren meer uren te werken. De verwachting is immers dat zowel mannen als vrouwen in de toekomst hard nodig zijn op de arbeidsmarkt. Hoe beïnvloed je vanaf de vergadertafel de keuzes die aan de keukentafel gemaakt worden? Kun je vrouwen aanspreken op hun ambities zodat ze meer uren gaan werken?
"Ik zou daarbij toch eerst de vraag willen beantwoorden of je vrouwen wel móet motiveren om meer te werken. Als we het hebben over het bereiken van de top, denk ik: 'ja hallo, daar hoef je je toch niet voor te laten motiveren?' Maar een duwtje hier en daar zou wel helpen. Je kunt vrouwen via ambitie vast verleiden tot meer werken."

Hier ligt voor werkgevers een uitdaging. Ons onderzoek laat zien dat ambitie niet het schakeltje is waar je aan draait met meer werkuren als resultaat.
Wel kan meer op ambitie gestuurd worden dan nu gebeurt. Werkgevers zouden in de dialoog met vrouwen meer aandacht kunnen hebben voor de persoonlijke doelen die zij in hun werk hebben en of het wel mogelijk is deze doelen te halen met minder uur werk.
"Dat lijkt mij zeker. De komst van kinderen of de zorgdruk van een gezin zou ook minder een glijbaan van het carrièrepad af moeten zijn. Dat wordt gezegd: 'ja, kind, je hebt gelijk, ga naar huis'. We kunnen nog veel doen om vrouwen er meer bij te houden.
Toen ik hierover begon te schrijven ontdekte ik dat vrouwen door werkgevers en door hun omgeving vaak worden benaderd vanuit het standpunt dat het combineren van werk en privé zwaar is. Terwijl mannen veel meer worden benaderd vanuit de vraagstelling: 'wat wil je gaan doen? Wanneer ga je dat doen?'"
Vrouwen kunnen dus wel degelijk meer aangesproken worden op hun ambities. Maar dan wel op de ambities die voor hén belangrijk zijn.
"Ja, absoluut. Bij veel bedrijven is de worst die voorgehouden wordt: promotie, status. Dat is, zoals ook uit jullie onderzoek blijkt, niet per se datgene waarin vrouwen geïnteresseerd zijn. Integendeel. Als je hun die promotie voorhoudt, dan vraagt zo'n vrouw zich misschien alleen maar af hoe ze een nog drukkere of zwaardere baan in vredesnaam kan combineren met haar volle agenda.
We kunnen dus wel meer doen om proberen vrouwen binnen te houden. Maar daar houdt het dan ook mee op; als die werknemer dan alsnog zegt te willen stoppen, dan moet ze dat maar doen. Daar hoeven we ons overigens misschien ook niet heel druk over te maken. De dingen veranderen ook vanzelf, en die ontwikkelingen gaan heel snel. In de jaren '90 gingen vrouwen pas massaal aan het werk, en het is pas de laatste tien jaar dat kinderen massaal naar de crèche gaan. En het is pas van de laatste jaren dat ook steeds meer mannen minder willen werken, dat ze vier dagen gaan werken en ook een dag gaan zorgen. Dus de veranderingen in het combineren van arbeid en zorg vinden voortdurend en vanzelf plaats, die hoeven we niet zoveel te sturen. Laten we maar zien waar het uitkomt."
Martine van Ommeren is senior onderzoeker bij RvB.
Suzanne de Visser is senior onderzoeker bij RvB.
Meer informatie over het onderzoek van Research voor Beleid en de integrale rapportage zijn te vinden op www.research.nl.
Meer lezen van Marike Stellinga? Marike Stellinga (2009), De mythe van het glazen plafond. Uitgeverij Balans.
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,130,501,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012