Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Door dr. Herman Pleij
Als nieuwkomer liet prinses Maxima in 2007 weten dat ze de afgelopen jaren geen Nederlandse identiteit had kunnen ontdekken. Geruststellend voegde ze daaraan toe dat ze evenmin weet had van een Argentijnse identiteit. Het vervelende van deze open deuren is, dat hiermee elk zicht benomen lijkt op collectieve eigenaardigheden binnen een samenleving. Die zijn er wel degelijk, ze kennen soms lange tradities en komen niet zomaar uit de lucht vallen. Het gaat dan om waarden, normen en gedragsvormen die weliswaar niet door iedereen gedeeld worden, maar die wel in hoog aanzien staan binnen de gemeenschap en ook door buitenlanders als typisch Nederlands ervaren worden. De collectieve typeringen van buitenlanders vullen de plaatselijke zelfbeelden aan. Of beter gezegd, ze vormen vaak de keerzijde van dezelfde medaille. Beweren Belgen dat we gierig zijn, wij noemen dat dan zuinig. Als maar duidelijk is, dat een 'volksaard' niet bestaat.
Het zijn steeds mentale constructies die samenhangen met de nederzettingsgeschiedenis, die in het geding zijn. Daarbij vormt het adverteren van collectieve mentaliteiten de rechtvaardiging voor de afbakening van een eigen territorium onder nationale vlag. Bovendien dicteren ze gedrag. Beschouwen Nederlanders zich als netjes, dan speelt zo'n zelfbeeld een actieve rol bij opvoeding en onderwijs. En vinden buitenlanders ons bot, dan werkt dat als beoordelingsformat zo gauw er Nederlanders in de buurt komen. Daarom overstijgt de bestudering van dit immateriële erfgoed de belangstelling voor nationale folklore: er doemen verklaringen op voor actuele gedragsvormen.
Mentale afbakeningen van elkaar beantwoorden aan dringende behoeften op lokaal, regionaal, nationaal en zelfs al op Europees niveau - in dit laatste geval gezien de toenemende neiging om een oude en een nieuwe wereld te onderscheiden met navenante mentaliteiten. Richtpunten kunnen ook bestaan uit gedeelde ideologieën en religies. Vooral in het Nederland van de verzuiling was men allereerst katholiek, dan Limburger en ten slotte ook nog eens Nederlander. Bij de wederzijdse profileringen schuift men elkaar bij voorkeur negatieve hoedanigheden in de schoenen. De Engelstalige wereld ziet ons graag als gierig, laf en betweterig, allemaal aanwezig in het doorgaans negatief gebruikte adjectief 'dutch'.
Deze populaire kwalificatie is een variant op de al in de late middeleeuwen ontwikkelde beeldvorming rond de 'botte Hollander'. Dit gelijkhebberige volk kent geen manieren, duldt geen gezag, denkt alleen aan het eigen voordeel, bemoeit zich overal mee, zuipt en schranst zich zat, terwijl men met die dwarse leefstijl toch tot grote bloei is gekomen. Niemand minder dan Erasmus, die zich zijn hele leven als Rotterdammer blijft afficheren, maakt er werk van om deze Europese scheldpartijen om te buigen tot lof. Hollanders hebben tenminste geen last van hiërarchieën met de bijbehorende loze plichtplegingen en stuitende hypocrisie. Ze zeggen ronduit waar het op aankomt, schamen zich nergens voor en gaan niets uit de weg. Tenminste, zolang zulk gedrag wat opbrengt.

Recht voor zijn raap?
In het licht van deze beeldvorming hoef je geen antropoloog te zijn om Hollanders in het buitenland te kunnen betrappen. Het echtpaar dat een Frans café betrad kwam met het gebruikelijke lawaai binnen. Dat moet een echo zijn van het uittrekken van de klompen en luidkeels 'vólk' roepen bij de entree van winkels en boerderijen. Ook vroeger werd de persoonlijke communicatie beheerst door opperste pragmatiek. Niks wachten op klandizie of bezoek, we hebben wel wat beters te doen, wat denken ze wel, de deur staat open. En waarom een bel als je gewoon kunt roepen?
De man brak als eerste door de deur, het ging immers om nieuwe werelden. Die moesten veroverd worden en dan durfde je vrouw pas te volgen als het veilig was. Ze marcheerden diagonaal door de zaak terwijl hij richting toog 'deux café's' toeterde, een beetje hard want die Fransozen waren slecht van verstaan. Ter verduidelijking stak hij ook nog eens twee vingers omhoog, want iedereen wist dat ze hier tevens de nodige moeite hadden met hun eigen taal. Daarna ploften ze in de verste uithoek neer. 'Blij dat ik zit', zei de vrouw, wat haar de snedige reactie 'Zeg dat wel' opleverde.
De caféhoudster achter de balie keek hen verbijsterd na. Hunnen in de zaal, weliswaar met anderhalf millennium vertraging, maar toch. Fransen begroeten elkaar eerst, om daarna tot conversatie, zaken of de bijslaap over te gaan. Men neemt ook telkens beleefd afscheid, orgasme of niet, al zeven jaar samen op kantoor of net tegen elkaar aangelopen. Het begroetingsritueel plaveit de weg naar verdere contacten. Ook de zakenbrief eindigt steevast in formulaire tierelantijnen. Die geven het signaal dat men elkaar ondanks of juist dankzij van alles ten volle eert en respecteert, en dat men nu in angstige spanning verkeert of de aangeboden hoogachting wel geaccepteerd zal worden. Nederlanders vinden dat een hoop flauwekul en eindigen dan ook liever met een joviaal 'doei'.
De botte Hollander is reeds bekend in de late middeleeuwen. Toen al groeide in Holland de aversie tegen elke hofetiquette: totaal overbodig, we doen zaken graag zo snel mogelijk zonder al die loze plichtplegingen. In Duitsland spreekt die joviale koopman uit de moerasdelta iedereen meteen met 'du' aan om het een beetje gezellig te maken, want dan wordt het vanzelf wel intiem. Maar Duitsers vinden zulk gedrag gewoon onbeschoft. En voordat Fransen 'tu' tegen elkaar zeggen moeten ze ongeveer met elkaar naar bed geweest zijn - en dan nog: Sarkozy spreekt zijn Carla in het openbaar aan met 'Vous'. En of hij al 'tu' mag in de slaapkamer, laat zich slechts raden.
Maar Nederlanders tutoyeren er lustig op los om hun egaliteitsdrang te bezegelen: denk maar niet dat je meer bent dan ik. Zo wordt het zand rul gemaakt, om elkaar daarna des te makkelijker ten val te kunnen brengen. De lepe Scheringa van de DSB-bank ontwierp een eigen variant op deze techniek door zich zowel aan koffiejuffrouwen als aan Nout Wellink op te dringen met een 'Zeg maar Dirk' - waarna de koopsompolissen soepel naar binnen geschoven konden worden.
Wat wij eerlijk noemen en recht voor zijn raap vinden ze buiten de grenzen lomp. Het enorme succes van Boer Zoekt Vrouw is vooral te danken aan de zonder omwegen geuite wensen tot behoeftebevrediging van gewoon aandoende plattelanders en hun smachtende teeltkeus. En de titel laat daar geen gras over groeien. In Frankrijk heeft men het format overgenomen, maar zeker niet de titel: veel te grof. Daar heet het L'amour dans le pré, waarmee een even simpel als beslissend verschil in levenskunst is aangegeven.
Het vaderlandse zelfbeeld van zuinig, proper en matig wordt in het buitenland eerder begrepen als schraperige inhaligheid van voddig rondhossende zuipschuiten die zich de hele dag volgieten en bolvreten uit van huis meegenomen blikken en kratten. Met gepaste angst en vrees zien Italiaanse restauranthouders een Nederlandse auto met vier vakantiegangers hun etablissement naderen. Dat betekent immers de bestelling van twee pasta en een beetje pronto graag, we zijn namelijk met ons vieren, een toelichting die alleen binnen de Nederlandse tradities van logica begrepen kan worden. Italianen zijn qua eten immers de Chinezen van Europa en bij de Chinees heb je aan één rijsttafel genoeg. Maar alla, het is vakantie en we moeten het er maar eens van nemen, dus vooruit, twéé pasta voor z'n vieren.
Hollanders voldoen op vakantie graag aan de verwachtingen, die men van ons volk als zodanig heeft. Maar er zijn er ook, die juist dit beoordelingsmodel proberen te fnuiken door het tegenovergestelde te doen. Zo laat ik enorme fooien achter op vakantie, om er geen twijfel over te laten bestaan dat ik heel anders ben. Maar ook zulk gedrag wordt geregeerd door het collectieve stempel van gierig en zuinig, oprecht en bot. Bovendien bevestig ik de voornaamste trek in de vaderlandse collectieve mentaliteiten, namelijk de ontkenning ook maar iets gemeenschappelijks met elkaar te delen, wat op zichzelf al een sterke band geeft. Het zelfbeeld van volstrekte diversificatie, graag per gewest, dorp of wijk in de meest extreme bewoordingen, houdt het land ferm bijeen. En we blijven die totalitaire verschillen uitdragen in een veelvoud van klederdrachten, van voorheen gecultiveerde streektalen, politieke partijen en omroepen.
Maar het hoofdartikel blijft botheid. Omgekeerd verwachten vakantiegangers hier daaraan permanent blootgesteld te zullen worden. Enige tijd terug mocht ik drie Amerikaanse collega's mee uit eten nemen na een congres in Amsterdam. Ik koos voor een gerenommeerde, zij het Oudhollands ingerichte onderneming, want Amerikanen willen overal hun roots herkennen. Het probleem is echter dat de vaderlandse horeca andere opvattingen heeft over dienstbaarheid dan die in Amerika. Daar moeten ze hun salaris rechtstreeks verdienen van de klanten. Amsterdamse restaurants hebben geen beroepspersoneel in dienst maar werkstudenten, wel met beeldig lange schorten over hun spijkerbroek, maar lang niet geneigd om zich een beetje te laten rondcommanderen door imperialistische bondgenoten uit het NAVO-pact.
Bij onze binnenkomst keken ze vanaf de toog licht verstoord over hun schouder: 'O god, klánten...' We mochten toch gaan zitten, kregen menu's en werden vijf minuten daarna gesommeerd om te bestellen. De Amerikanen kwamen al meteen in de stemming, want die onderhandelen graag over wat ze eigenlijk willen eten aan de hand van door het personeel aan te prijzen gerechten, met de menukaart als terloops hulpmiddel. Maar het bedienende meisje wilde graag noteren zonder dialoog. 'Can it go what quicker?' riep ze in getraind Engels, waarop de Amerikanen in een enthousiast gelach uitbarstten, om mij vervolgens warm op de schouders te kloppen: een themarestaurant met 'Old Dutch Habits'! Beter had ik het niet kunnen uitkiezen, straks zouden de meisjes van plezier over de houten vloer binnenrollen, zelfs Jan Steen zou ervan gaan blozen.
Het is niet meer goed gekomen daar, zeker niet toen het meisje 'Hurry up a little' riep - de Amerikanen waren kompleet verdwaald in La Grande Bouffe met boerenpaaldans na.
Op vakantie gaan we extra gebukt onder zelfbeelden en de beoordelingsformats van de buren. Dat ontspant enorm en schept extra sterke banden. Maar na de vakantie is alles weer gewoon. Verbeeld je maar niks.
VOC-mentaliteit?
Nederland laat zich al eeuwenlang regeren door pragmatiek. Daarom had Balkenende het verkeerd met zijn interpretatie van de VOC-mentaliteit die het Nederlandse ondernemerschap tot nieuw elan zou moeten bewegen. Hij dacht aan durf, moed en avonturenzucht die het vaderlandse koopmanschap sinds eeuwen zouden dragen. Maar de VOC werd in 1602 juist opgericht om roekeloosheid in te dammen: van bravoure kon de schoorsteen niet roken. Daarom besloot men de krachten te bundelen om de risico's beter te kunnen spreiden en beheersen, onder het motto van voorzichtigheid en praktische profijtzucht. In dit kader werden vervolgens nieuwe verzekeringssystemen ontwikkeld, juist om te verhinderen dat overmoed meteen tot materiële en zelfs lijfelijke ondergang zou leiden. Beter voor 1/10 participeren in tien schepen dan in je eentje een heel schip uitrusten. Zelfs bij het verlies van vier schepen op de lange tocht naar de Oost en weer terug zou er toch nog winst zijn voor alle investeerders.
Daarbij is het poldermodel steeds goed van pas gekomen. Dan moet dat gepolder wel begrepen worden als een conflictmodel met ingebouwd consensusvermogen. Veel meningen van veel betrokkenen over veel zaken vormen de grondslag van de Nederlandse samenleving. Al die uiteenlopende opinies zijn geïnstitutionaliseerd in eerst een diversiteit aan zuilen en daarna een opmerkelijk aantal politieke partijen en andere belangengroeperingen. Maar het gemeenschappelijke belang van
internationale handel - de kurk waarop dit land drijft - heeft steeds aangezet tot gedoog- en consensusmentaliteiten die hun weerga in de wereld niet kennen. Immers, zonder het vermogen om in te schikken, naderbij te komen en voor alle partijen een aantrekkelijke uitkomst te vinden, is er geen handel.
Dat werkt zo. Eerst nodigt collegiale besluitvorming uit tot een explosie van doorgaans sterk uiteenlopende standpunten en meningen. Dat lucht aangenaam op en creëert tegelijkertijd een rijkdom aan ideeën. Daarna volgt de pragmatiek: de schoorsteen moet roken, we moeten door één deur, leven en laten leven, moet kunnen, enzovoort - niet toevallig is de Nederlandse taal ruimschoots uitgerust met gezegden van deze aard. Binnen de kortste keren ligt er dan een compromis op tafel waarin allen zich kunnen vinden, al krijgt niemand echt zijn zin.
In crisistijd is Nederland daardoor op zijn best. Het sterkste voorbeeld is de stichting van de Republiek. Vanuit een onmogelijke situatie is het land in de Gouden Eeuw uitgegroeid tot een bloeiende samenleving die de wereld lange tijd heeft gedomineerd. Vergeleken met al dat absolutistische en hiërarchische in staat en kerk blijken wij dan al eeuwenlang getraind te zijn in relativeren, gedogen, tolereren en samenwerken. Daarom schieten we ook koelbloedig toe in tijden van nood. Dan is het de slimme Wouter Bos die tijdig de werkbare delen van Fortis opkoopt in België en daarmee ABN AMRO uit het slop helpt. De Belgen zijn nog steeds razend over wat zij eerloze geldzucht noemen - voor ons is dit gewoon nuchter zakendoen in het licht van de aanwakkerende crisis.
Die gewiekste zelfredzaamheid van het individu correspondeert met de traditie van decentrale bestuursinstellingen. Het behoort tot de kern van de Nederlandse samenleving: zwak centrum tegenover sterke regio's, steden, wijken, gilden. Niet voor niets staat het land bekend als een meervoud: het Koninkrijk der Nederlanden. In de tijd daarvoor, tijdens de Republiek, blijft de centrale macht met opzet onduidelijk geformuleerd, met een stadhouder, raadpensionaris of landsadvocaat en de sterk dominerende Staten van Holland binnen het grotere geheel. Hoe dan ook maken de Hollandse steden in feite de dienst uit, terwijl ze onderling ook over sterk uiteenlopende bevoegdheden blijven beschikken.
Een niet onbelangrijke aanzet tot de Opstand tegen het Spaans-Habsburgse rijk lag in het verzet tegen de centraliserende instituties die men in het kader van de moderne staatsvorming wilde opleggen. Zelfs het kerngezin, verheven tot hoeksteen van de samenleving, is de uitdrukking van decentrale kleinschaligheid. Het kenmerkt zich door een vaste rolverdeling tussen vader, moeder en de kinderen, als doorvertaling van de voor de vroege stadseconomie zo typerende arbeidsdeling. Daar in die Vlaamse en Brabantse steden van de late middeleeuwen is dat kerngezin als het ware uitgevonden. Veelzeggend genoeg is die rolverdeling pas in deze tijd serieus ter discussie gekomen. Anderzijds blijkt de bedding van deze vorm van samenleven zo stevig, dat homohuwelijk, thuisbevalling en ook weinig vrouwen aan de top buiten de deur, typisch Nederlandse verschijnselen zijn. Geen land ter wereld kent bijvoorbeeld zo'n hoog percentage buitenshuis werkende vrouwen in deeltijd: men blijft nadrukkelijk kiezen voor een substantiële rol bij de opvoeding van de kinderen thuis. De tol die men voor deze eigenzinnige pragmatiek, brede betrokkenheid en warsheid van zinloze plichtplegingen moet betalen verdient aanzienlijk meer aandacht. Het gaat dan om regelzucht, traagheid van besluitvorming, onverschilligheid, vluchtgedrag voor persoonlijke verantwoordelijkheid, coördinatieproblemen en gebrek aan animo voor de controle van uitvoering van beleid. Dergelijke obstakels en slijtagesporen moeten we met veel meer energie te lijf gaan - de oplossingen liggen zeker niet in het verwerpen van dat sterke gevoel voor pragmatiek dat al meer dan vijf eeuwen een ongekend welvaren heeft gecreëerd.
Herman Pleij is emeritus hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde,
Universiteit van Amsterdam
Zie verder: H. Pleij, De herontdekking van Nederland. Over vaderlandse mentaliteiten en rituelen. Amsterdam, 2004; id., Erasmus en het poldermodel. Amsterdam, 2005; id., Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1400-1560. Amsterdam, 2007; binnenkort verschijnt op 4 CD's met bijbehorend boekje bij Home-Academy Cultuurgeschiedenis van Nederland. Hoorcolleges over de groei van vaderlandse identiteiten.
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,130,503,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012