Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Door drs. S.D. Broek en B.J. Buiskool*
Is het mogelijk een competentieprofiel op te stellen voor mensen werkzaam in het volwassenenonderwijs in Europa? Zo ja, op welke wijze kan dit profiel bijdragen aan verdere professionalisering van de volwassenenonderwijssector?
Research voor Beleid deed hiernaar onderzoek in opdracht van de Europese Commissie.
Om van Europa één van de meest competitieve kenniseconomieën ter wereld te maken, moeten burgers gestimuleerd worden zich voordurend te blijven ontwikkelen en een leven lang te leren. Volwassenenonderwijs dient verscheidene doelen. Mensen leren vaardigheden die noodzakelijk zijn voor de arbeidsmarkt en ook verschaft het onderwijs hun een goede basis om mee te draaien in de huidige maatschappij.
De Europese Commissie benadrukt in verschillende documenten, onder andere in het Memorandum on Lifelong Learning (2000), het belang van het volwassenenonderwijs voor de Europese kenniseconomie en kennismaatschappij en ondersteunt de lidstaten in het versterken van de positie van het volwassenenonderwijs.
Eén van de prioriteiten die de Europese Commissie stelt in haar Action Plan on Adult Learning (2007) is het verbeteren van de kwaliteit van het volwassenenonderwijsaanbod. Het verbeteren van de kwaliteit van de competenties van mensen die werkzaam zijn in het volwassenenonderwijs is een kernpunt waaraan de lidstaten aandacht moeten schenken.
Diversiteit alom
Problematisch is dat het volwassenenonderwijs in Europa wordt gekenmerkt door een grote diversiteit. Daardoor zijn er weinig mogelijkheden tot daadkrachtige sturing van beleid. Volwassenenonderwijs wordt aangeboden door verschillende partijen, zoals hoger onderwijsinstellingen, beroepsonderwijs, secundair onderwijs, NGO's, publieke organisaties en commerciële instellingen. Ook het soort onderwijs verschilt en bestaat uit tweede kans onderwijs, bij- en nascholing, in-service training, talencursussen, hobbycursussen en inburgeringscursussen.
Daarnaast is er, zowel voor de professionals zelf als voor de buitenwereld, een gebrek aan een gemeenschappelijke identiteit van het beroep volwassenenonderwijzer. Mensen werkzaam in de sector voelen zich vaak niet in de eerste plaats volwassenenonderwijzer, maar identificeren zich eerder met de inhoud van datgene waarin zij volwassenen onderwijzen of ondersteunen. Mensen werkzaam in de sector hebben dan ook een breed scala aan rollen en activiteiten. Ze zijn traditionele onderwijzers, adviseurs, trainers of managers. Bovendien ontwikkelen zij in veel gevallen zelf onderwijsprogramma's en onderwijsmateriaal en voeren zij ondersteunende administratieve activiteiten uit. Vaak 'belanden' zij pas na tien tot vijftien jaar werkervaring elders in het volwassenenonderwijs. Ze hebben in de meeste gevallen geen specifieke opleiding gevolgd om volwassenen te onderwijzen of hebben überhaupt geen lesbevoegdheid. Kortom, volwassenenonderwijzer is geen eenduidig beroep.
Gemeenschappelijke elementen in verschillende contexten
Het doel van de Europese studie is daarom tot een set kerncompetenties te komen die zowel de verschillende contexten bindt en ook recht doet aan de diversiteit van het veld. Om die competenties te definiëren, hebben we de volgende invalshoek gekozen:
Een competentie is een complexe combinatie van kennis, vaardigheden en attitudes die nodig is om een specifieke activiteit goed uit te voeren in een bepaalde context.
Ondanks de grote diversiteit van organisaties, moeten in iedere instelling die volwassenenonderwijs aanbiedt dezelfde activiteiten worden uitgevoerd. Het verschil zit in de verdeling van de activiteiten over de mensen die binnen de organisatie werken. Bij een grote organisatie kan sprake zijn van een grotere verdeling van activiteiten en taken over een grotere groep werknemers dan in een kleine organisatie.
De kerncompetenties worden daarom geïdentificeerd aan de hand van de inventarisatie van activiteiten uitgevoerd binnen een volwassenenonderwijsinstelling. De eenheid van analyse is niet de professional die werkzaam is in de sector, maar de verschillende activiteiten uitgevoerd binnen een organisatie.
Empirisch fundament en ontwikkelingsperspectief
De competenties die mensen nodig hebben om in de sector te werken, kunnen gevonden worden in de functieomschrijving van professionals in het volwassenenonderwijs en in de leeruitkomsten van onderwijsprogramma's gericht op het bijbrengen van de juiste kennis en vaardigheden om volwassenen te onderwijzen. In verschillende landen in Europa zijn er nationale competentieprofielen en kwalificatiestructuren ontwikkeld binnen het volwassenenonderwijs. Daarom werd begonnen met kijken naar datgene wat al ontwikkeld is om van daaruit de gemeenschappelijke elementen te abstraheren en aan te vullen. De methodologische fases zijn:
- Identificeren van competenties: verzamelen en beoordelen van verschillende activiteiten, taken, verantwoordelijkheden en competenties van mensen werkzaam in het volwassenenonderwijs op basis van bestaande academische/Europees-brede studies, onderwijsprogramma's en functieomschrijvingen.
- Modelleren van competenties: ontwikkelen van een selectie van kerncompetenties op basis van de geabstraheerde informatie uit de eerste fase. Het modelleren vond plaats met de hulp van een brede groep experts: academici, mensen werkzaam in het volwassenenonderwijs en stakeholders op beleidsniveau uit heel Europa.
- Beoordeling van competenties: nadat in samenspraak met experts een selectie van kerncompetenties was vastgesteld, zijn deze gepresenteerd tijdens vier regionale bijeenkomsten georganiseerd door de Europese Commissie. De presentaties vonden plaats in Berlijn, Oslo, Madrid en Ljubljana waar beleidsmakers en volwassenenonderwijzers aanwezig waren. Tijdens deze bijeenkomsten is de selectie van kerncompetenties uitvoerig bediscussieerd, becommentarieerd en aangepast.
Deze methode garandeert een stevig empirisch fundament voor de ontwikkelde kerncompetenties en is een toets voor praktische toepasbaarheid van de geselecteerde kerncompetenties.
Flexibel model van competenties
Om recht te doen aan de verschillende activiteiten en de verschillende contexten is een onderscheid gemaakt tussen twee soorten competenties: generieke en specifieke competenties:
- Generieke competenties zijn competenties die relevant zijn voor het uitvoeren van alle activiteiten in een volwassenenonderwijsinstelling en in iedere context. Deze generieke competenties zijn noodzakelijk voor het uitvoeren van onderwijstaken, managementtaken, advies en administratie.
- Specifieke competenties zijn competenties die nodig zijn om een specifieke activiteit, of een aantal activiteiten op een goede manier uit te voeren. Deze competenties zijn alleen voor diegene relevant die een specifieke activiteit uitvoert binnen de organisatie. Binnen de specifieke competenties maken we onderscheid tussen de competenties relevant voor activiteiten die direct gericht zijn op het leerproces en de competenties die relevant zijn voor activiteiten die op een indirecte wijze gerelateerd zijn aan het leerproces, zoals management, administratie en ICT-ondersteuning.
Iedere afzonderlijke competentie is beschreven in termen van de bijbehorende kennis, vaardigheden en attitudes. Voor iedere competentie wordt een empirische onderbouwing gegeven en verwezen naar competentieprofielen, onderwijsprogramma's en beroepsbeschrijvingen waarin de competenties beschreven zijn. Ten slotte worden de competenties gerelateerd aan de activiteiten die zij ondersteunen.
Het onderstaande figuur is een grafische weergave van de uitkomsten van het onderzoek. De blauwe cirkel beschrijft de context waarin mensen werken, de groene cirkel representeert de activiteiten die professionals uitvoeren en de gele cirkel beschrijft de competenties die mensen nodig hebben om in een gegeven context bepaalde activiteiten uit te voeren. In de lichtgele ring staan de specifieke competenties genoemd, in de donkergele cirkel de generieke competenties. In het model staan alleen de namen van de competenties, zonder de achterliggende beschrijving.
Figuur 1. Grafische weergave van de geïdentificeerde competenties voor mensen werkzaam in het volwassenenonderwijs.
Het hierboven gepresenteerde model is geen statisch model van competenties, maar een flexibel instrument dat door iedere organisatie binnen het volwassenenonderwijs gebruikt kan worden om de benodigde competenties te beschrijven. Door de specifieke context in te vullen en de activiteiten te selecteren die een professional uitvoert, komt een 'tailor-made' competentieprofiel naar voren voor die specifieke positie. Dit wordt geïllustreerd in het volgende figuur:
Figuur 2. Opstellen van een 'tailor-made' competentieprofiel op basis van de geïdentificeerde competenties.

Impuls voor professionalisering door verschillende betrokkenen
Het flexibele model van competenties kan door verschillende betrokkenen worden ingezet om de volwassenenonderwijssector verder te professionaliseren:
- Individueel niveau (professional): een professional kan zijn/haar eigen competenties vergelijken met de geïdentificeerde competenties en een plan opstellen voor de eigen professionele ontwikkeling. Ook kan de selectie van kerncompetenties bijdragen aan het vormen van een professionele identiteit en het opzetten van professionele associaties en netwerken.
- Werkgevers van professionals werkzaam in de sector: een organisatie kan het model gebruiken om de eigen competenties op organisatieniveau in kaart te brengen: dekken de competenties van het personeel alle geïdentificeerde competenties? Waar is verbetering mogelijk/nodig? Daarnaast kunnen organisaties op basis van het model competentieprofielen opstellen voor bepaalde functies. Het model kan gebruikt worden voor het opzetten van Continuous Professional Development-trajecten en ingezet worden voor werving en selectie.
- Aanbieders van opleidingen voor professionals: Aanbieders kunnen professionaliseringstrajecten ontwikkelen rond bepaalde kerncompetenties.
- Sectorale organisaties: het model brengt de gemeenschappelijk elementen van verschillende contexten in kaart en het kan daarom tot een groter besef leiden van deze gemeenschappelijke praktijk en hierdoor een 'emancipatie' van de sector teweeg brengen. Sectorale organisaties kunnen dit proces aanmoedigen en ondersteunen.
- Landelijke overheid: De nationale overheid kan het model gebruiken om in consultatie met de sector standaarden en kwaliteitskeurmerken te ontwikkelen.
- Europees niveau: het model van kerncompetenties maakt het mogelijk praktijken in Europa vergelijkbaar te maken en ervaringen op een gestructureerde en informatieve manier uit te wisselen en verder beleid te ontwikkelen voor het verbeteren van de kwaliteit van het volwassenenonderwijs.
Daarnaast is nog een veelheid aan andere functies van het model van kerncompetenties mogelijk. In de volgende tabel staat per niveau van betrokkenen op welke wijze men het model kan gebruiken.
Table 1.1 Instruments and stakeholders
# Stakeholders
Instruments Professionals Employers Training providers Sector National European
1 Self assessment and evaluation x
2 Selection of training courses x
3 Action research and action learning x
4 Network of professionals x x x x X
5 Professional associations x x x x x
6 Peer learning x
7 Labour agreements x x x
8 Development of qualification structures x x
9 Development of educational programmes x x
10 Probation/induction of new staff x
11 Assessment of competences x x
12 Continuous professional development x x
13 Implementing institutional self evaluation x
14 Developing institutional accreditation criteria x x x
15 Implementing benchmarks and external evaluation x x x x
16 Developing quality certificates and standards x x x
17 Legislation or sector agreements x
18 National and European Qualifications Frameworks (NQF and EQF) x
19 European tools (ECTS, ECVET, and EQAVET) x x
Bron: Research voor Beleid
Eenheid in diversiteit
Ondanks de grote diversiteit binnen de volwassenenonderwijssector bleek het mogelijk de gemeenschappelijke elementen te identificeren binnen de verschillende contexten. Het model van kerncompetenties draagt op twee manieren bij aan de verdere professionalisering van de sector:
- In de studie zijn juist die kerncompetenties geïdentificeerd die voorheen onderbelicht waren: namelijk de competenties die nodig zijn bij het onderwijzen van volwassenen. De selectie van kerncompetenties brengt zo eenheid in de sector op basis waarvan een gemeenschappelijke identiteit kan worden gevonden.
- Het ontwikkelde model van kerncompetenties is flexibel genoeg om bruikbaar te zijn binnen de verschillende contextuele omstandigheden waaronder professionals werken. De verschillende deelsectoren kunnen het model toepassen in hun eigen context en het aanpassen naar hun wensen.
De selectie van kerncompetenties biedt een kader waarbinnen verdere professionalisering van de sector op verschillende niveaus een impuls kan krijgen.
Simon Broek is onderzoeker B en Bert Jan Buiskool is Accountmanager A bij RvB.
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,130,504,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012