Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Schuldenproblematiek en armoede

Heeft de kredietcrisis de schuldenproblematiek van huishoudens verergerd?

Door drs F.M.J. Westhof en drs M.J.F. Tom

Armoede en in het bijzonder schuldenproblematiek krijgen aandacht van maatschappij en politiek. Vanwege de kredietcrisis hebben veel bedrijven moeite om te overleven en de werkloosheid loopt op. Interessant is de vraag of de kredietcrisis schuldenvoelbaar is bij individuele huishoudens.

Een van de pijlers van het kabinetsbeleid is het voorkomen en wegnemen van drempels die participatie aan de maatschappij en het arbeidsproces in gevaar brengen of belemmeren. Problematische schulden vormen een belangrijke belemmerende factor voor participatie. Een schuldsituatie bemoeilijkt bijvoorbeeld de re-integratie van uitkeringsgerechtigden, maar legt ook een zware druk op huishoudens die afhankelijk zijn van een inkomen uit arbeid.
De schuldenproblematiek is de laatste jaren fors toegenomen. Het aantal mensen dat hulp zoekt bij schuldhulpverlening is tussen 2008 en 2009 met 21% gestegen. Daarnaast zijn de hoogte van de schulden, het aantal schuldeisers bij een schuldensituatie en de complexiteit van de schulden toegenomen. Als reden voor deze toename noemt de NVVK - de vereniging voor schuldhulpverlening en sociaal bankieren - met name de economische crisis.
Ongeveer 80% van de mensen met een problematische schuld heeft een uitkering. Er is sprake van een problematische schuld wanneer het bedrag dat een huishouden maandelijks kwijt is aan aflossingen van schulden hoger is dan de aflossingscapaciteit. Gegeven de participatiedoelstelling van dit kabinet - 200.000 mensen vanuit een uitkering aan de slag helpen - is het dus van groot belang dat een problematische schuld zoveel mogelijk voorkomen dan wel opgelost wordt. Dit temeer omdat de maatschappelijke kosten van schulden vaak hoog zijn: armoede, sociale uitsluiting, huisuitzettingen, onverzekerdheid, afsluitingen van gas, licht en water. Het voorkomen en beperken van problematische schulden vormt dan ook een speerpunt van het kabinetsbeleid.

Problematische schulden en betalingsachterstanden
Om op termijn inzicht te krijgen in de effectiviteit van het kabinetsbeleid is er een duidelijk beeld van het aantal huishoudens met problematische schulden nodig.
Vanuit het belang dit inzicht te krijgen in de omvang en de achtergrondkenmerken van deze huishoudens is de Monitor Betalingsachterstanden 2008 en 2009 en een hierop volgend verdiepend onderzoek Huishoudens in de rode cijfers (2009) uitgevoerd. Met deze onderzoeken wordt licht geworpen op vragen als:
- hoe groot is het aantal huishoudens in Nederland met betalingsachterstanden en (risico op) problematische schulden?
- welke achtergrondkenmerken hebben huishoudens met betalingsachterstanden en (risico op) problematische schulden?

Er is naar voren gekomen, dat er in Nederland in 2009 bijna 1,8 miljoen huishoudens zijn met een of meer vormen van betalingsachterstand. Gerelateerd aan het totaal van ruim 7,1 miljoen huishoudens (CBS-statline) is dit 24,8% van alle huishoudens. Ten opzichte van een jaar eerder betekent dit een daling van 2%. Verder blijken er 946.000 huishoudens te zijn met een (risico op een) problematische schuld.
Om goed beleid te kunnen maken is het belangrijk dat men de specifieke groepen huishoudens met kans op betalingsachterstanden of problematische schulden kan onderscheiden:
a) Huishoudens in een risicosituatie
Huishoudens in een risicosituatie hebben over het algemeen een modaal of bovenmodaal inkomen, maar een forse schuld. Dit zijn 'vrij jonge huishoudens', meestal met een inkomen uit arbeid en vaak zelfs tweeverdieners. Ondanks het (boven)modale inkomen kunnen de huishoudens niet rondkomen. Er is sprake van slecht financieel beheer, te hoge vaste lasten en maandelijkse uitgaven die vrijwel altijd de inkomsten overschrijden. Wanneer deze huishoudens 'de middelbare leeftijd' bereiken, hebben ze hun kredietwaardige inkomenspositie vrijwel geheel verzilverd. Als het bestedingspatroon dan niet wordt aangepast, kunnen vaak de betalingsverplichtingen niet meer worden nagekomen en dan ontstaat er al snel een problematische situatie.
b) Huishoudens in een problematische schuldsituatie
Huishoudens in een problematische schuldsituatie hebben vaker een modaal of benedenmodaal inkomen. Het grootste deel hiervan bestaat uit huishoudens met een laag inkomen dat net toereikend is voor de noodzakelijke uitgaven. Daarna volgen huishoudens met een modaal inkomen - vaak gezinnen met kinderen - die hun kredietwaardigheid grotendeels verzilverd hebben. Ten slotte zijn er huishoudens met een inkomen op of onder het bijstandsniveau. Vaak gaat het om alleenstaanden, zoals schuldenaren zonder vaste woon- of verblijfplaats en/of met een verslavingsachtergrond. Maar ook kleine ondernemers (zzp'ers) kunnen tot deze groep behoren. Door de slechtere inkomenspositie van deze huishoudens verloopt het traject tussen het begin van een risico en het ontstaan van een problematische schuld sneller. Wanneer huishoudens maar net voldoende inkomsten hebben om iedere maand rond te komen, kan één onvoorziene rekening het begin van een schuldsituatie inluiden. Het zijn deze huishouden die niet in staat zijn tegenvallers op te vangen.

geld

Toenemende vraag naar schuldhulpverlening
De situatie met betrekking tot betaalachterstanden van huishoudens in Nederland lijkt op basis van deze resultaten in 2009 te zijn verbeterd ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat geeft echter geen volledig beeld van de werkelijke situatie. Zoals reeds opgemerkt, is de vraag naar schuldhulpverlening de laatste tijd behoorlijk toegenomen. En het is zeker niet te verwachten dat gezien de economische ontwikkelingen de vraag naar schuldhulpverlening de komende tijd gaat afnemen.

Behoudender bestedingsgedrag
Uit de Monitor 2009 komt duidelijk naar voren dat er niet veel meer huishoudens in financiële problemen gekomen zijn. Dit lijkt in eerste instantie niet te rijmen met de economische crisis, waarvan men verwachtte dat het gevolg zou zijn dat steeds meer huishoudens financiële problemen zouden ondervinden. Toch is het minder vreemd dan het op het eerste gezicht lijkt: men is voorzichtiger gaan consumeren.
Als gevolg van de crisis is het consumentenvertrouwen afgenomen waardoor huishoudens behoudender zijn in hun uitgaven en meer sparen om onzekerheid in de toekomst het hoofd te kunnen bieden. Hierdoor worden financiële risico's gemeden. Dit beeld wordt bevestigd als wordt gekeken naar de spaartegoeden van huishoudens in 2008 en 2009. Deze blijken te zijn gestegen. Tegelijkertijd zijn er in 2009 minder duurzame goederen aangeschaft.
Ook maken financiële instellingen het voor huishoudens moeilijker kredieten te verkrijgen en bedrijven hebben hun incassobeleid aangescherpt.

De maatregelen die het kabinet heeft genomen, hebben wellicht bijgedragen aan het behoedzamere bestedingsgedrag. Die maatregelen zijn onder andere het versterken van de kredietwaardigheidstoets en de invoering van het gebruik van waarschuwingszinnen of -symbolen voor kredietreclames op tv en internet. Op de wat langere termijn kan de daling van het aantal betalingsachterstanden ook leiden tot een afname van het aantal probleemschulden. Want als huishoudens voorzichtiger consumeren, wordt de kans op het ontstaan van probleemschulden kleiner. Daarnaast is er door de overheid € 130 miljoen extra beschikbaar gesteld om het grote aantal problematische schulden naar 'normale' proporties terug te brengen. Andere maatregelen die genomen zijn om de schuldenproblematiek aan te pakken, richten zich op het verbeteren van de voorlichting. Ook het wetsvoorstel 'gemeentelijke schuldhulpverlening' waarin de hulpverlening gebaseerd wordt op maatwerk en op een integrale aanpak, zal bijdragen aan een effectieve aanpak.

Invloed van kredietcrisis op schuldenproblematiek
Tot slot enkele overwegingen over de gevolgen van de kredietcrisis en de recessie voor de schuldenproblematiek in Nederland. Er is gebleken dat de recessie de financiële problemen van bepaalde groepen huishoudens juist verergert. Het gaat om huishoudens met werknemers die zijn ontslagen, om huishoudens met werknemers die niet meer betaald kunnen overwerken en zo essentiële inkomsten missen, en het gaat om zzp'ers die het aantal opdrachten zien verminderen. Als wordt gekeken naar de risicofactoren, dan is het aannemelijk dat het aantal huishoudens met problematische schulden of met een risico op problematische schulden de komende tijd zal toenemen. Een plotselinge inkomensdaling als gevolg van bijvoorbeeld werkloosheid of faillissement is namelijk een belangrijk startpunt voor het ontstaan van een schuldsituatie. Ook de zwakke woningmarkt is voor huishoudens die hun woning moeten verkopen, bijvoorbeeld vanwege een inkomensdaling, een risicofactor. Voorspellingen van onder meer het Centraal Planbureau laten zien dat zowel de arbeidsmarkt als de woningmarkt tot in 2010 knelpunten kennen. De schuldenproblematiek in Nederland blijft ook de komende jaren de aandacht opeisen.

Florieke Westhof is senior onderzoeker bij EIM.
Mirjam Tom is onderzoeker bij EIM.

 

Panteia, Monitor Betalingsachterstanden Meting 2009, Florieke Westhof, Dennis Bleeker, Paul Vroonhof, november 2009
Panteia, Monitor Betalingsachterstanden Meting 2008, Florieke Westhof en Paul Vroonhof, november 2008
Panteia, Huishoudens in de rode cijfers, Martine van Ommeren, Lennart de Ruig en Paul Vroonhof

 

 

 

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,130,506,0,html