Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Sociale ondernemingen bieden werk aan mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt of pakken maatschappelijke problemen als armoede en milieubelasting aan.
Door drs. W.V.M. van Rijt-Veltman*
De Sociale Ondernemerskamer telt 270 sociale ondernemingen die tot de eerste groep behoren. Dit zijn onder andere lunchrooms, buurtbeheerbedrijven, kringloopdiensten en koeriersbedrijven. Fair trade behoort tot de laatste groep. Met 400 Wereldwinkels, 25 erkende leveranciers en tal van fairtrademodezaken en webwinkels heeft het ook de grootste massa.
Fair trade is het toonbeeld van sociaal ondernemen. De sector heeft een voortrekkersrol, is maatschappelijk van grote waarde en slaagt erin stappen voorwaarts te maken op het professionele vlak. Toch is de sector nog afhankelijk van subsidiestromen. Dat recent een subsidieaanvraag van de Fairtrade Alliantie door het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd afgewezen, komt dan ook hard aan. Fair trade moet nu versneld op eigen benen staan. Maar is zij in staat haar bijzondere missie te combineren met winst en investeringen?

Onderscheid tussen sociaal en zakelijk ondernemerschap
De belangstelling voor sociaal ondernemerschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen neemt in Nederland toe. De focus van het bedrijfsleven en de overheid op duurzaamheid en klimaatneutraal produceren en consumeren alsmede de herwaardering van kleinschaligheid, hebben dit versterkt. Het totale aantal sociale ondernemingen in ons land passeert de grens van 1.000. Toch loopt Nederland hiermee in Europa niet voorop. Groot-Brittannië is koploper met 55.000 sociale ondernemingen en ook landen als Duitsland, Italië en Zweden zijn verder ontwikkeld in deze markt.
Wat onderscheidt sociaal ondernemerschap van zakelijk ondernemerschap? Om de belangrijkste punten te noemen:
- Bij sociale ondernemingen staan niet de economische doelen maar de maatschappelijke doelen centraal.
- Deze ondernemingen die veelal uit verenigingen of stichtingen bestaan, werken meer met vrijwilligers dan met betaalde krachten.
- Het bedrijfsrisico ligt bij deze ondernemingen meer bij de subsidies dan bij de vraag en de concurrentie.
Verder wordt er doorgaans minder marketing bedreven, is communicatie en partnership met allerlei instanties een levensvoorwaarde en worden 'bedrijfsgeheimen' met elkaar gedeeld. Sociaal ondernemen is ondernemen voor anderen.
Het toonbeeld Fair trade
Fair trade heeft alle kenmerken van sociaal ondernemerschap. Het maatschappelijke doel is een zo groot mogelijke omzet voor kleine producenten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika te realiseren. Door hun producten af te nemen, een goede prijs te betalen en hier te verkopen, vergroten zij de afzetmarkt voor deze producenten. In de fair trade werken circa 12.500 vrijwilligers (gemiddeld 33 medewerkers per winkel) en komen betaalde krachten sporadisch voor. De Wereldwinkels zijn verenigingen en stichtingen, die aangesloten zijn bij de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels (LVWW). De LVWW zorgt onder andere voor versterking van de productie- en handelsketen en certificering en maakt deel uit van een groot (inter)nationaal eerlijk-handelsnetwerk.
Het werk van de LVWW wordt gefinancierd door contributies van de Wereldwinkels enerzijds en anderzijds door subsidies van de Nationale Commissie voor internationale samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (NCDO), van het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (HIVOS) en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De helft van de Wereldwinkels ontvangt subsidie van gemeenten. Daarnaast ontvangen ze donaties en sponsorgelden. Elk jaar is het weer spannend op welke subsidiestromen gerekend kan worden en in welke omvang.
Wie de Wereldwinkels nog associeert met geitenwollensokken, koffie en de vrijheidsstrijd voor derdewereldlanden heeft heel veel gemist. In de afgelopen twintig jaar hebben de winkels en hun handelspartners een grote professionaliseringsslag gemaakt, waarbij geleidelijk elementen uit de zakelijke wereld van de retail geïntroduceerd zijn.
Professionalisering
Aan de kant van de fairtradeleveranciers is de oprichting van het Centrum Mondiaal, een coöperatie van 15 kleine fairtrade-importeurs die gezamenlijk een fysiek inkoopcentrum exploiteren, een grote verandering. Dit centrum staat in Culemborg waar ook de twee grootste fairtradeleveranciers (Fair Trade Original, De Evenaar) gevestigd zijn. De kleine importeurs treden nu als collectief op bij strategische overleggen in de branche en bij promotionele activiteiten. Centrum Mondiaal heeft de Wereldwinkels professioneler gemaakt: Wereldwinkels kopen nu efficiënter in, overzien het complete aanbod en hebben vergelijkingsmateriaal.
Een tweede verandering is de transformatie van de Wereldwinkels tot één, voor de consument herkenbare, formule. Vanaf 2001 werden de winkels omgebouwd en in 2006 hadden 320 Wereldwinkel eenzelfde huisstijl en winkelinrichting. De nieuwe formule werkt positief voor de (naams)bekendheid en de bezoekersaantallen nemen toe. De Wereldwinkels hebben hiermee al drie keer op rij de Retail Jaarprijs (in de categorie cadeauwinkels) gewonnen.
Na deze metamorfose die vooral 'een mooie verpakking' is, kon de inhoud niet achterblijven. Tegelijkertijd was er de behoefte om sneller op marktveranderingen in te kunnen spelen en de inkoopkracht van Wereldwinkels te vergroten. Ook stootten de grotere Wereldwinkels tegen een glazen plafond: men slaagde er niet in de winkels op A-locaties in de grote steden gevestigd te krijgen.
Bovendien was het wenselijk de winkelbegeleiding te professionaliseren. Zaken als inkoop- en assortimentsbeleid, marketing, klantbenadering, aftersales, prijs- en margebeleid moesten commerciëler. De LVWW kon deze vernieuwing niet binnen de vereniging realiseren en heeft samen met Fair Trade Original per 1 januari 2007 de nieuwe organisatie FaiRSupport opgericht. Deze organisatie werd verantwoordelijk voor alle dienstverlenende activiteiten die de winkelexploitatie aangaan. Een pure retailorganisatie deed zijn entree in het sociaal ondernemen!
Commercialisering
FaiRSupport heeft als doelstelling in de periode 2007-2011 een omzetgroei van 33% voor de producenten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika te realiseren. Ook streeft de organisatie naar subsidieonafhankelijkheid in 2012. FaiRSupport ontvangt namelijk van de Interkerkelijke Organisatie voor Ontwikkelingssamenwerking (ICCO) nog subsidie om het exploitatietekort in de aanvangsfase te kunnen dekken. Deze subsidie van twee miljoen euro is uitgesmeerd over een periode van 5 jaar.
FaiRSupport is nu drie en een half jaar operationeel en in die jaren is de fair trade in een stroomversnelling terechtgekomen. Het marktbereik van de Wereldwinkels is toegenomen en de bezoekersaantallen stijgen. Het aanbod is beter afgestemd op de vraag door een hechtere samenwerking met de importeurs en de producenten in het buitenland. De fairtradebranche is door FaiRSupport sneller en extraverter gemaakt: trendy assortimenten, inspelen op seizoenen, presentatiemodules en folders. Er is een nieuwe winkelformule voor grote steden, gericht op een jonger en koopkrachtiger publiek. Er is ook een nieuw concept voor de getransformeerde Wereldwinkels (PartnerSupport), dat het begin moet zijn van een franchiseachtige samenwerking. De winkelbegeleiding is verbeterd met onder andere kassa-automatisering, visual merchandising, instore promotion, training, advies en trendanalyses.
De omzet is in de eerste twee FaiRSupport-jaren met elf procent gestegen. Dat is een betere ontwikkeling dan in de reguliere detailhandel. Ook lijken de Wereldwinkels beter bestand tegen de economische crisis. De omzetgroei is groter dan bij andere winkels.
De Wereldwinkels, FaiRSupport en LVWW vervullen een voortrekkersrol om fair trade in Nederland te bevorderen. Naast de verkoop worden ook de campagne Fairtrade Gemeenten, voorlichting op scholen, kerstpakketten voor bedrijven en World Fairtrade Day als middelen ingezet om de fairtrade-ideologie uit te dragen. Als nichespeler zijn de Wereldwinkels tevens aanjager van de 'mainstream': inmiddels hebben fairtradeproducten een vaste plaats in de schappen van de supermarkten en kan de consument ook goed fairtradeshoppen op internet. De totale fairtradeomzet wordt in Nederland op € 75 miljoen geschat, waarvan € 30 miljoen via de Wereldwinkels gerealiseerd wordt.
De harde werkelijkheid
Het lijkt een sprookje: Fair trade groeit zo sterk dat het gemeengoed wordt en de missie binnen niet al te lange tijd geslaagd lijkt te zijn. Buitenstaanders zullen het terecht vinden, dat de overheid geen subsidie meer toekent en het aan de markt overlaat. De werkelijkheid is echter anders. Wereldwinkels maken niet of nauwelijks winst, zoals bij zakelijk ondernemen gebruikelijk en noodzakelijk is. Winst maken is voor hen namelijk een groot dilemma. Enerzijds moeten winstmarges in de keten zo veel mogelijk bij de producenten terecht komen en anderzijds zijn winstmarges nodig om het voortbestaan van het kanaal te waarborgen. Scherper inkopen om de brutowinstmarge te verhogen, is er bij de Wereldwinkels dus ook niet bij. Bij een gemiddelde winkelomzet van tachtigduizend euro en een gemiddelde winstmarge van een tot twee procent mag duidelijk zijn, dat er onder de streep onvoldoende overblijft om de continuïteit te waarborgen.
De LVWW zorgt ervoor dat producenten in Azië, Afrika en Latijns-Amerika produceren voor de Westerse markt. Dat houdt in dat ze voor aantrekkelijke en actuele producten moeten zorgen. Ook wordt er gewerkt aan het opzetten van producentennetwerken in de landen zelf om massa te creëren en klimaatneutraal te produceren. De LVWW zorgt er via het certificeringssyteem voor dat fair trade werkelijk fair trade is. Dit alles wordt grotendeels gefinancierd uit subsidie van de overheid.
Beroep van de Fairtrade Alliantie
Het verslechterende subsidieklimaat dwingt de fair trade nog sneller en creatiever te verzakelijken. De fairtradebranche is - met FaiRSupport als motor achter de commercialisering - al goed op weg, maar de beslissing van het ministerie komt te vroeg. De producenten zijn er nog niet klaar voor. Met de subsidie zou namelijk een zeer belangrijke stap gezet gaan worden: een structurele verbinding van de marktvraag in Nederland met het producentenaanbod in de ontwikkelingslanden. De Fairtrade Alliantie heeft daarom beroep aangetekend tegen beëindiging van de subsidie.
Literatuur
- Ondernemen voor anderen! Fairtrade: voorbeeld van professionalisering van het sociale ondernemerschap. EIM, 2010.
- Meer fairtrade producten in de boodschappentas? GfK, 2009.
- Europese ervaringen met sociale economie. Werk voor gehandicapten en langdurig werklozen in sociale ondernemingen. TNO, 2008.
- Sociaal ondernemerschap. Verkennend onderzoek naar kenmerken van sociale ondernemers. EIM, 2008.
*Wilma van Rijt is projectmanager bij EIM
Half augustus werd bekend dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken de subsidie voor fairtrade-producten definitief beëindigt. Het beroep op de subsidieafwijzing door de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels is ongegrond verklaard. (red)
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,131,516,0,html
Copyright © Panteia B.V. 2012