Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

Twin Peaks

Samenwerking tussen DNB en AFM

Vanaf 2004 is in Nederland het zogenaamde Twin Peaks-model van toezicht op de financiële sector ingevoerd. Daarin oefent de Nederlandse Bank (DNB) prudentieel toezicht uit en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) gedragstoezicht. Het prudentieel toezicht is gericht op de soliditeit van financiële ondernemingen en de stabiliteit van de financiële sector als geheel. Populair gezegd: prudentieel toezicht moet er voor zorgen dat banken niet omvallen.

Het gedragstoezicht is gericht op een ordelijk en transparant marktproces, passend gedrag van marktpartijen en consumentenbescherming. Financiële producten zijn vaak complex, waarbij financiële instellingen een grote informatievoorsprong hebben op de consument. Gedragstoezicht moet voorkomen dat deze informatievoorsprong wordt misbruikt.

In theorie en op papier is een dergelijke onderverdeling helder, maar werkt het ook in de praktijk? Kunnen ondertoezichtgestelden inschatten wanneer zij met welke toezichthouder te maken krijgen? Storten beiden toezichthouders zich op dezelfde vraagstukken of denken ze juist dat de ander het wel zal opknappen? Worden ondertoezichtgestelden niet voortdurend lastig gevallen met dezelfde informatieverzoeken? Rollen beide toezichthouders niet vechtend over straat of ‘vergeten’ ze herhaaldelijk onderling af te stemmen?

Deze en andere vragen zijn aan bod gekomen in de evaluatie van de samenwerking tussen DNB en AFM, die IOO in opdracht van het ministerie van Financiën uitvoerde. Daartoe zijn diepte-interviews afgenomen bij medewerkers van beide toezichthouders en bij vertegenwoordigers van alle grote financiële instellingen en relevante koepelorganisaties.

De voornaamste conclusie van de evaluatie is dat de samenwerking tussen beide instellingen zich voorspoedig heeft ontwikkeld. In het begin moesten beide toezichthouders nog aan elkaar wennen en was er ook wel sprake van een zekere profileringsdrang. De AFM moest zich een plek verwerven en DNB moest wennen aan een nieuwe speler. Na deze periode van ‘sturm und drang’ drong op alle niveaus binnen beide toezichthouders het besef door dat goede samenwerking de basis is voor effectief toezicht. Dit heeft niet alleen geleid tot een samenwerkingsconvenant en geregeld bestuurlijk en operationeel overleg, maar ook tot het gemeenschappelijk optrekken in de richting van de ondertoezichtgestelden.

Die ervaren geen gebrek aan samenwerking tussen beiden toezichthouders. Het is hen in de regel duidelijk welke toezichthouder waarvoor verantwoordelijk is en zij ervaren geen doublures in de uitoefening van bevoegdheden. Wel hebben beide toezichthouders de neiging in het kader van onderzoeken informatie op te vragen, die al eerder bij diezelfde toezichthouder of bij de collegatoezichthouder is aangeleverd.

De IOO-evaluatie heeft de verwikkelingen rond de DSB-bank buiten beschouwing gelaten, omdat die in dezelfde tijd werden onderzocht door de commissie Scheltema. Scheltema concludeerde dat de samenwerking tussen de toezichthouders in deze casus voldaan had aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld. Omdat AFM en DNB over Gerit Zalm als oud-bestuurder van DSB onverenigbare standpunten hebben ingenomen, heeft zich in de media het beeld vastgezet dat beide toezichthouders op voet van oorlog met elkaar leven en slecht samenwerken. Uit de evaluatie van de IOO blijkt dat dit incident niet maatgevend is voor de praktijk van alledag.

Het Nederlandse toezichtmodel trekt internationaal de aandacht. Om die reden verzocht het IMF om een vertaling van de IOO-evaluatie.

Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven (IOO), De samenwerking tussen DNB en AFM op basis van de Wft. Twin Peaks in de praktijk, Zoetermeer, juni 2010. Bijlage bij Kamerstuk 324666, nr. 1.

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,133,524,0,html