Skip navigation

Redactieadres:

Panteia B.V.

Postbus 7001

2701 AA Zoetermeer

T: 079 - 322 22 00

F: 079 - 343 01 01

E: redactie@panteia.nl

In kerk, winkel en wijk

Voorlichting als middel tegen problemen met MOE-landers

 Op de arbeidsmarkt in Nederland spelen Midden- en Oost-Europeanen – in het jargon MOE-landers - een steeds grotere rol. De instroom van deze groep arbeidsmigranten wordt geschat op zo’n 100.000 en neemt nog toe. Nederland profiteert van de lusten – het loonpeil van deze arbeiders ligt aanzienlijk onder dat van de Nederlandse arbeidsbevolking - maar tegelijk blijken er ook lasten te ontstaan: het samenwonen en samenleven in de wijken gaat niet vanzelf. De migranten zijn vaak slecht gehuisvest en ook aan de werkomstandigheden valt er nog heel wat te verbeteren.

Drs. J. Zweers, Dr. P. van Teeffelen, G. Walz MA*

Uitbuiting …
“Een Nederlander is twee Polen is vier Bulgaren”, zei een ingewijde terwijl hij de loonstructuur van de arbeidsmigranten in Nederland aan ons uitlegde. Er is veel vraag naar goedkope arbeid en het aanbod van arbeiders uit Polen en andere nieuwe EU-landen is groot. Deze Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten komen in eerste instantie vaak via een ‘package deal’ naar Nederland, waarbij werk en huisvesting contractueel worden geregeld door het uitzendbureau. Vooral arbeiders die voor het eerst in Nederland komen werken, worden vaak slachtoffer van malafide opererende bemiddelaars. Regelmatig is sprake van onderbetaling, niet-uitbetaling van reserveringen, overschrijding van de arbeidstijdenwet, enzovoort. De arbeidsmigranten worden met grote groepen gehuisvest in veel te kleine, gehorige huizen tegen hoge huren. Werkgevers rekenen hoge boetes voor kleine overtredingen op het werk en in de woonomgeving.

… en overlast
Klachten van buurtbewoners kunnen bijvoorbeeld tot zo’n boete leiden. Dergelijke klachten zijn een direct gevolg van het constant rouleren van het werk van de arbeiders. Men wisselt veel van werklocatie en vervolgens ook van woonhuis. De slechte huisvesting in combinatie met de lange werktijden en het steeds weer rouleren van werk- en woonplek leidt tot geluidsoverlast (in het weekend worden de bloemetjes buiten gezet), parkeeroverlast (zes auto’s voor één deur) en verloedering van de omgeving (verkeerd aangeboden afval, kapotte flessen op straat, verwilderde tuin). Gevolg is dat Nederlandse buren uit de wijk weg willen. Wie het zich kan veroorloven, koopt elders een huis. Wrang is het bijverschijnsel dat de vertrekkers hun oude huis – dat in waarde is gedaald en nauwelijks nog te verkopen is – verkopen aan een uitzendbureau of het zelf verhuren aan migranten.

Opvallend veel begrip
De situatie van de arbeidsmigranten verbetert enigszins na verloop van tijd, wanneer zij erin slagen zich los te maken uit de greep van de malafide uitzendbureaus en beter werk en loon vinden via bonafide bemiddelaars. Ze vinden dan vaak op eigen kracht, met een groepje landgenoten, op de particuliere huizenmarkt woonruimte. De verbetering in huisvesting is overigens voornamelijk gelegen in het permanente karakter ervan. Qua huur, voorzieningen en woonruimte lijkt de situatie nauwelijks beter dan daarvóór.

Voor de Nederlandse wijkbewoners verbetert er niets. De woning wordt bevolkt door enkele nieuwe groepen arbeidsmigranten die weer door hetzelfde uitbuitingsproces gaan. Overigens hebben de Nederlandse wijkbewoners opvallend veel begrip voor hun roulerende buren. De irritaties zijn vaak gericht naar de gemeente die niet ingrijpt, of de huisjesmelkers.

Oplossingen: handhaving, aanpassing regelgeving en woonexperimenten
Oplossingen voor deze problemen worden doorgaans gezocht in strenger handhaven (zero-tolerance, de stadsmariniers, deur-tot-deur controles, etc.), aanpassing van de regelgeving (duidelijkere wetgeving en CAO’s) of in het terugdringen van overlast (zoals experimenten met zogenoemde Polenhotels). Wat hierbij vooral opvalt is dat steeds vóór de arbeidsmigrant wordt gedacht: zelden zijn zij zelf actief deel van de oplossing.

Gebrek aan informatie = isolatie
Veel arbeidsmigranten blijken onvoldoende op de hoogte van hun rechten ten opzichte van hun werkgever en verhuurder en van mogelijkheden om misstanden aan de kaak te stellen. Ze leven geïsoleerd, hebben weinig contact met Nederlanders en zijn hierdoor óók niet op de hoogte van de omgangsnormen en de plichten die het wonen in een bepaalde gemeente of in een oude wijk met zich meebrengen. Ze realiseren zich nauwelijks dat zij overlast veroorzaken. De migranten zijn, heel begrijpelijk, vooral bezig het eigen hoofd boven water te houden. Op het Internet neemt het aantal Poolstalige informatiesites toe, maar kennelijk is het bereik (of de inhoud?) nog onvoldoende.

Voorlichten van arbeidsmigranten is echter niet eenvoudig. Hoewel vakbonden veel in voorlichting investeren, met name aan niet-leden, blijkt het bereiken van arbeidsmigranten problematisch. De geregelde wisselingen tussen werkplekken maakt het er niet makkelijker op. Juist de arbeidsmigranten die het meest gebaat zijn bij voorlichting, worden het minste bereikt. Bovendien werken werkgevers vaak niet mee. Verhalen van intimidatie – hoewel moeilijk te bewijzen – belemmeren de communicatie tussen vakbonden en werknemers. Ook wantrouwen onder migranten speelt een rol: de bonden worden gezien als verlengstuk van de werkgever.

Naast de vakbonden is ook de uitzendbranche actief in het voorlichten van de arbeidsmigranten. De Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) die toeziet op de naleving van de CAO in de uitzendbranche, heeft een meldpunt voor klachten over werkgevers die de CAO niet goed toepassen. Dit meldpunt fungeert ook als helpdesk – jaarlijks geeft de SNCU antwoord op circa 2000 vragen, van met name Poolse uitzendkrachten.

De nodige voorlichtingsstructuren bestaan dus wel, en arbeidsmigranten raken, naarmate hun verblijf in Nederland langer duurt, steeds beter op de hoogte van hun werknemersrechten en -plichten. Deels is dit een automatisch proces: ze praten met collega’s, vergelijken loonstrookjes en stellen zich weerbaarder op naar malafide bemiddelaars. Als gevolg van de crisis zijn arbeidsmigranten echter minder geneigd voor hun rechten op de werkvloer op te komen. Tegelijkertijd komen er steeds weer nieuwe migranten die hun rechten niet kennen. Mogelijk is dit zelfs een neveneffect van de vergrote weerbaarheid onder de meer ervaren migranten: malafide werkgevers gaan hierdoor bewust op zoek naar nieuwe migranten in de landen van herkomst.

De arbeidsmigrant is vaak niet op de hoogte van gemeentelijke informatie over bijvoorbeeld de tijdstippen waarop vuilnis kan worden aangeboden, dat lege flessen in speciale containers dienen te worden gegooid, enzovoort. Hetzelfde geldt voor informatie over wet en regelgeving ten aanzien van huisvesting en de kosten voor bewoning. Ze kennen de wegen niet, lopen niet zo makkelijk bij een gemeentekantoor binnen, spreken de Nederlandse taal vrijwel niet (ook degenen die al langere tijd in Nederland verblijven) en hebben weinig contact met omwonenden die hun eventueel kunnen helpen.

Het is voor gemeenten moeilijk de arbeidsmigranten te bereiken. Veel migranten zijn niet ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA), inschrijving is geen wettelijke plicht. Arbeidsmigranten worden door hun bemiddelaars onder druk gezet zich niet in de GBA in te laten schrijven, soms zelfs om contact met gemeentelijke medewerkers te vermijden, naar men zegt op straffe van ontslag. De meeste migranten staan dan ook niet geregistreerd (schattingen van 80 procent niet ingeschreven doen de ronde).

Oplossingen
De vraag is dus: hoe kunnen de arbeidsmigranten beter worden bereikt met de juiste informatie?

In de eerste plaats door het inzetten van Poolse medewerkers. Als voorbeeld geven wij de Tarwewijk in Rotterdam. Daar is een Poolse wijkwerker actief op zoek naar migranten en bespreekt met hen allerlei zaken variërend van belastingformulieren tot vuilniszakken op straat en van relaties met de huisbaas tot relaties met het uitzendbureau. Vakbonden zetten Poolse consulenten in en Poolse medewerkers bemensen de helpdesk van de SNCU.

Nadeel hiervan is echter de focus op Poolse arbeiders, terwijl nu al een aanzienlijk deel van de migranten uit Letland, Litouwen, Bulgarije en Roemenie komt. Naar verwachting zal de balans de komende jaren alleen maar verder doorslaan naar arbeidsmigranten uit deze landen.

Uiteindelijk blijkt de beste manier om arbeidsmigranten te informeren, of het nu werk- of woongerelateerde informatie betreft, het geven van voorlichting in hun eigen woonomgeving. Poolse kerkdiensten en Poolse winkels blijken hiervoor goede aanknopingspunten te zijn. Niet alleen de vakbonden, maar ook handhavinginstanties zoals de Arbeidsinspectie, zoeken de mensen direct op in de wijken en in de vakantieparken waar zij wonen. Dit vergt tijd en middelen, maar is uiteindelijk het meest effectief.

Ook wijkbewoners kunnen zo’n aanknopingspunt zijn. In Aalsmeer ontstond het idee bij Nederlandse wijkbewoners om buurtbarbecues te houden, samen met de nieuwkomers, om elkaar beter te leren kennen. Dezelfde wijkbewoners droegen ook nog een andere interessante oplossing aan: het samenstellen van een meertalig informatiepakket over de geschreven en ongeschreven regels van het samenwonen in hun wijk. De wijkbewoners boden aan zelfvoor de verspreiding te zorgen. Dergelijke pakketjes kunnen uiteraard ook arbeidsgerelateerde en andere woongerelateerde informatie bevatten. Voordeel hiervan is dat hiermee de steeds roulerende arbeiders kunnen worden bereikt: de groep die het slechtst bereikbaar is.

Tot slot
Het Directoraat-Generaal Wonen, Werken en Integratie (voorheen een onderdeel van VROM, sinds oktober een onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken) zet zich samen met onder andere arbeidsorganisaties, vakbonden en gemeenten in om de leef- en werkomstandigheden van de arbeidsmigranten uit Midden en Oost-Europa te verbeteren

Het oplossen van problemen die samengaan met de aanwezigheid van arbeidsmigranten is een complexe materie zonder kant-en-klare oplossingen. Betere handhaving en regelgeving zijn belangrijk, evenals experimenten met woonhotels. Wat ons betreft hoort ook voorlichting in dit rijtje. Voorlichting waarmee de migrant ook zelf kan bijdragen aan de oplossing. Voorlichting die meer is dan informeren: het gaat over inhoudelijke communicatie, de uitwisseling van ideeën, uitleg en begrip over en weer, samen met de arbeidsmigranten.

* Judith Zweers, Pieter van Teeffelen en Gregor Walz zijn respectievelijk senioronderzoeker, accountmanager en onderzoeker bij Research voor Beleid

Rapporten:

G.P Walz, B. Frouws, D. Grijpstra: Grenzen stellen. Omvang van en maatregelen tegen malafide praktijken in de uitzendbranche. Opdrachtgever: Stichting Naleving CAO voor uitzendkrachten. 8 september 2010

P.B.M. van Teeffelen, J. Zweers: MOE-landers in de wijk. Ervaringen en meningen van MOE-landers en wijkbewoners in drie Nederlandse gemeenten. Een onderzoek in opdracht van het ministerie van VROM/WWI. Zoetermeer, 2 juni 2010.

Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,133,527,0,html