Redactieadres:
Panteia B.V.
Postbus 7001
2701 AA Zoetermeer
T: 079 - 322 22 00
F: 079 - 343 01 01
Sturen door economisch perspectief
Door: drs. W.V.M. van Rijt en C.K. Smit*
Demografische ontwikkelingen zorgen ervoor dat in delen van Nederland het draagvlak onder welzijn- en onderwijsvoorzieningen verdwijnt, de woningvoorraad onverkoopbaar wordt en de leefbaarheid afneemt. Provincies en gemeenten waar deze ontwikkelingen zich voordoen, zetten zich in om de spiraal weer naar boven te laten draaien. Acties op economisch terrein worden in de aanpak van krimpgebieden echter zelden integraal meegenomen.
Wat gebeurt er?
"In Cadzand is de veertig jaar oude supermarkt van Alie en Erich de Houck gesloten. Het afscheid was mooi, maar de ouderen missen de winkel", zo meldt het NRC Handelsblad op 9 maart 2011. Cadzand ligt in Zeeuws-Vlaanderen, een krimpregio waar de banen in het boerenbedrijf hebben plaatsgemaakt voor de tweede huizen van welgestelden. Cadzand is slechts één van de vele voorbeelden van bevolkingskrimp in Nederland. Dorpscholen in Friesland en Groningen halen het bestaansminimum van 23 leerlingen niet, omdat net één leerling meer uitstroomt dan er instroomt. Verenigingen in Noord-Brabant zien hun ledental teruglopen en raken hun lokale sponsor kwijt, omdat die naar een grotere gemeente is verhuisd. Het zijn allemaal symptomen van krimp. Met man en macht zetten dorpsraden en gemeenten zich in om de symptomen te bestrijden, maar daarmee wordt "de ziekte" zelf niet aangepakt. Die ziekte is namelijk: een lokale en regionale economie die niet is voorbereid op de toekomst.
Tot nu toe staan vooral de demografische ontwikkelingen en de gevolgen ervan voor de woningmarkt, arbeidsmarkt en basisvoorzieningen centraal. Maar demografische ontwikkelingen zijn niet de enige oorzaak van krimp. Krimp kan ook voortkomen uit bijvoorbeeld een gebrek aan bedrijfsruimte, de onmogelijkheid om te groeien op bedrijfslocaties dicht bij woonwijken of een klimaat waarin het ondernemerschap niet geprikkeld wordt. Dit raakt het hart van de lokale en regionale economie. De focus meer richten op bedrijven binden, inzetten van co-creatie van beleid met bedrijven, stimuleren van alle soorten innovatie en ondernemerschap zijn van groot belang voor een toekomstbestendige economie.
'Parels' koesteren
Veel regio's hebben middenbedrijven die hoogwaardig opereren, innoveren en de motor achter de economie zijn. Ze worden 'hidden champions' of 'verborgen parels' genoemd, omdat ze niet op de voorgrond treden zoals het grootbedrijf, en niet tot een bepaalde sector of speerpunt van het lokale of regionale beleid behoren. Deze veelal internationaal opererende nichespelers en hun ondernemers zijn vaak opgegroeid in de regio zelf en voelen zich ermee verbonden door cultuur en historie. Opvallend vaak zitten zij in regio's waar het arbeidsethos hoog is, bijvoorbeeld in de Achterhoek, Noord-Nederland en regio Midden-Holland.
Binnen deze groep zijn het vooral de hightech 'parels' die ruimte nodig hebben: in fysieke zin om te kunnen groeien en in niet-fysieke zin om te kunnen experimenteren en samen te werken met kennisinstellingen. Daarnaast hebben zij goedopgeleide en vakgerichte arbeidskrachten nodig.
Willen gemeenten deze bedrijven aan zich binden dan betekent dit voor gemeenten waar al sprake is van 'demografische krimp': werken aan scholing en arbeidsmarkt. Voor gemeenten waar 'economische krimp' dreigt, betekent dit werken aan voldoende en geschikte bedrijfsruimte en het vestigingsklimaat. Ter illustratie twee voorbeelden.
Gemeente Doetinchem Gemeente Zuidplas |
|---|
Co-creatie loont
Krimp wordt direct geassocieerd met een teruglopende leefbaarheid. In de kleinere (landelijk gelegen) kernen staat dit punt hoog op de politieke agenda. Omdat op het platteland de sociale cohesie erg sterk is en vrijwilligerswerk nog floreert, komen er prachtige initiatieven van de grond om de leefbaarheid te verbeteren. Voorbeelden zijn: een speeltuintje voor de kinderen of een kookavond voor ouderen, maar ook een nieuw multifunctioneel centrum voor het dorp waarin jong en oud elkaar ontmoet. Een mooi voorbeeld van hoe een provincie leefbaarheid kan bevorderen is de IDOP-regeling die de provincie Noord-Brabant heeft ontwikkeld.
| Provincie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft de sociale krachten in kleine kernen aangegrepen om een versnelde impuls aan alle Brabantse dorpen te geven door middel vande IDOP-regeling (Integrale DorpsOntwikkelingsPlannen). De regeling is gebaseerd op: - cofinanciering (50% provincie, 50% gemeente) - additionele middelen van woningcorporaties, lokale banken, bedrijven en verenigingen, en - samenwerking en cocreatie van beleid door burgers. Het resultaat is zeer positief, zo blijkt uit de tussentijdse evaluatie van EIM. Van de gemeenten is 80% en van de kernen 45% bereikt. Er is een uniekesamenwerking tussen provincie, gemeenten en dorpsraden tot stand gekomen. De burgerparticipatie is flink toegenomen. Het multipliereffect is groot: elke eurosubsidiegeld lokt 6,7 euro additioneel geld uit. En het rapportcijfer voor de leefbaarheid is gestegen van 6,3 naar 7,3! Samen de krimp te lijf gaan, loont dus.Hoewel de economie een van de vier componenten van de dorpsplannen is, raakt deze nogal eens "ondergesneeuwd" bij de planuitvoering. Het blijft bij hetcombineren van de dorpssuper met een streekwinkel voor toeristen, maar over de mogelijkheden voor creatief ondernemerschap en bedrijfshuisvesting voorzzp'ers in het landelijk gebied (leegstaande boerderijen) of over de sluitende exploitatie van een nieuw te bouwen multifunctioneel centrum wordt minder intensiefnagedacht. Alhoewel de IDOP-aanpak pure winst betekent voor de Brabantse kleine kernen is er dus nog meer te winnen door zwaarder in te zetten op deeconomische pijler. |
|---|
Het nieuwe zorgen, werken, winkelen
Anticiperen op de toekomst is per definitie innoveren. Onder de senioren van de toekomst zitten veel sporters, oppasoma's en -opa's, doorwerkers na het 65e levensjaar, internetters en hoogopgeleiden. Een interessante groep als het om de lokale en regionale economie gaat, maar is de lokale economie daarop voorbereid? Worden deze actieve senioren niet te vaak over één kam geschoren met de minder mobiele en zorggebruikende leeftijdsgenoten? Ook die zorggebruikende senioren hebben een ander profiel dan 20 jaar geleden. Begrippen als maatwerk en service verhouden zich vaak niet meer tot het 'standaardwerk' dat verzorgingstehuis, verpleegtehuis of aanleunwoning heet. Senioren hebben ook steeds meer een aanzienlijk bedrag te besteden: spelen krimpregio's hier voldoende op in? Worden bijvoorbeeld oude winkelstrips in wijken benut als kleine zorgboulevards waar huisarts, fysiotherapeut, diëtiste, gemaksschoenenleverancier, pedicure en een op de ouderen gespecialiseerde schoonheidspecialiste hun plaats vinden?
Steeds meer consumenten kopen steeds meer artikelen via internet. Betekent dit het einde van de winkels die in de krimpregio's in de afgelopen jaren toch al lege panden achterlieten? Worden die panden ook benut door gemakswinkels die een uitleverpunt vormen van de via internet bestelde goederen? Makkelijk voor werkende burgers want je hoeft niet thuis te zijn als je spullen worden afgeleverd. En wat is de invloed van het online opleiden op de onderwijsvoorzieningen? Onder de werkende beroepsbevolking neemt het aantal zzp'ers, flexwerkers en thuiswerkers snel toe. Ondernemerschap en ondernemen binnen netwerkconstructies komen steeds meer voor in tegenstelling tot het werkgevers-werknemersmodel. Welke consequenties hebben deze ontwikkelingen voor het lokale ruimtelijk-economisch beleid en het ondernemerschapsbeleid als je met bevolkingskrimp te maken hebt? Worden er zzp-locaties ingericht met een gedeeld servicepunt? Worden opleidingen in de omgeving van zo'n locatie uitgedaagd een mix te maken van fysieke en online onderwijsmodules om ondernemers op maat kennis aan te bieden op ondernemersvriendelijke tijdstippen? Vragen die allemaal een op de lokale situatie afgestemd antwoord vereisen!
Ondernemerschap: startpunt economisch perspectief
In krimpregio's kan er wel degelijk sprake zijn van nieuwe economische perspectieven, maar soms zijn die verborgen: zzp'ers zijn hiervan een goed voorbeeld. Op het platteland zitten zij in niet meer gebruikte gebouwen met agrarische bestemming, maar zij zijn allang bezig met moderne
dienstverlening. Omdat de bestemming nog agrarisch is, kunnen deze ondernemers zich niet naar buiten toe manifesteren. Netwerken op het platteland van zzp'ers zijn er soms wel, maar zijn lastig te traceren. Ook in kleinere steden zijn zzp'ers vaak onzichtbaar. Zij starten vaak vanuit huis en lang niet iedere zzp'er heeft een bordje met bedrijfsnaam op de deur. Om deze reden zijn slaapwijken lang niet altijd zo "slaperig" als het lijkt. Soms weet alleen de belastingdienst waar ondernemers zonder personeel zitten! Het gevolg van die onzichtbaarheid is dat deze ondernemers geen spill-overeffecten veroorzaken door hun goede voorbeeld. Goed zichtbare bedrijvigheid inspireert burgers en vervult een belangrijke rol voor de lokale economische dynamiek! Vanuit dit oogpunt biedt de nieuwe visie op het mixen van functies in wijken, wonen en werken, veel perspectieven. Maar daarop moet in wijken dan wel sturing worden ingezet door bijvoorbeeld bestemmingsplannen te flexibiliseren.
Starters
Het stimuleren van startende ondernemers heeft voor de economie twee effecten: een direct effect voor de werkgelegenheid, maar ook een indirect effect. Uit EIM-onderzoek
blijkt namelijk dat starters niet uitsluitend een werkgelegenheidseffect hebben voor het hier en nu, maar juist ook op termijn effecten genereren op de economie door een rol te vervullen in het proces van Schumpeters "creative destruction" . Starters houden de markt wakker en doordat zij het aanbod beter afstemmen op de vraag, c.q. innovatiever zijn, dwingen zij oudere bedrijven tot een adequaat antwoord en stimuleren dus ook innovaties in het gevestigde bedrijfsleven. Deze dynamiek is nodig om de lokale en regionale economie gezond en fit te houden. Alhoewel er goede voorbeelden zijn van succesvolle startersprogramma's, zijn nog lang niet alle provincies en gemeenten actief met dergelijke programma's.
Evaluatie IkStartSmart: van goed naar beter!
EIM heeft de evaluatie van het starterprogramma van de provincie Gelderland, IkStartSmart (ISS), uitgevoerd. Dit programma beoogt meer en vooral betere starters voort te brengen. Daartoe wordt een uitgebreid programma aangeboden, waarvan starters na een intake die delen kiezen die aansluiten op hun behoeften. Het aanbod varieert van cursussen en coaching tot netwerkactiviteiten. Het programma blijkt effectief: het overlevingspercentage van deelnemende starters ligt op 80%. Landelijk ligt dit over de jaren heen rond de 50%. Ook is ISS efficiënt. De kosten per deelnemer zijn in relatie tot het aangeboden programma relatief laag (€3.500), mede omdat het gebruik maakt van de reeds bestaande ondernemersinfrastructuur en van cofinanciering door Gelderse gemeentes. Verbeterpunten zijn er ook: het programma zou nog aan effectiviteit kunnen winnen door betere marketing en communicatie en een meer actieve inzet en betrokkenheid van gemeenten bij ISS. Overigens zijn de deelnemende gemeenten deze mening zelf ook toegedaan. De evaluatie is dus een mooie springplank naar nog betere resultaten van ISS in de toekomst.
Spiraal omhoog
Uit de gegeven voorbeelden mag duidelijk zijn dat het sturen op economische perspectieven in een regio een effectief handvat biedt tegen krimp. In onderstaande figuur is weergeven welke zeven stappen leiden naar het verbeteren van de leefbaarheid in krimpgebieden door de lokale economische structuur als basis te nemen. Door een nieuwe economische visie te ontwikkelen, die gedragen wordt door het bedrijfsleven, worden economische potenties van de regio zichtbaar. Door het stimuleren van ondernemerschap kunnen die potenties worden omgezet in zichtbare economische bedrijvigheid. Dit biedt weer perspectief aan burgers, bedrijven en belangstellenden van buiten. De lokale economie vitaliseert en de gemeenten kunnen weer bedrijven en bewoners aan zich binden. Die binding zal uiteindelijk positieve effecten hebben op de leefbaarheid.
Kortom, door aan de slag te gaan met de economische basis van dorpen en gemeenten in krimpregio's worden niet uitsluitend de effecten van krimp bestreden: er wordt een nieuw fundament gelegd voor economische groei.
* Wilma van Rijt (projectmanager Economie & Ruimte) en Lia Smit (senior accountmanager Ondernemerschap) zijn beide werkzaam bij EIM.
Location http://www.basis-online.nl/index.cfm/1,135,537,-1,html
Copyright © Panteia B.V. 2013